Deze pedofiel mag in de wijk wonen, mits...

Jan Willem H. wil in Veenendaal blijven wonen Dat mag, onder strikte voorwaarden Maar mogen die voorwaarden wel van de rechter?

Redacteur justitie

„Mijn cliënt wil niet levenslang bij de burgemeester aan de ketting!”, zei advocaat Wouter van Tol gisteren ergens halverwege zijn pleidooi in de rechtbank in Utrecht.

Zijn cliënt is Jan Willem H., een zedendelinquent die na bijna een jaar gevangenisstraf sinds eind juni weer vrij is. En de burgemeester is Wouter Kolff, van Veenendaal.

Kolff eist in een voor Nederland unieke procedure dat de rechter H. voorwaarden oplegt die het voor buurtbewoners aanvaardbaar maken dat H. in hun midden woont. Een verbod om overdag in de binnentuin van diens flat te komen bijvoorbeeld. Of om in het openbaar met minderjarigen te praten. En als ze met hém praten, moet hij weglopen. Hij moet zich er levenslang aan houden, op straffe van 1.000 euro per overtreding. „De gemeente probeert niet zijn terugkeer te voorkomen, maar deze juist in goede banen te leiden”, zegt advocaat Scholten van de gemeente.

Hier wonen? Liever niet

Zedendelinquent Jan Willem H. is het type ex-gevangene voor wie terugkeer in de samenleving toenemend moeilijk is. Mensen zijn minder bereid zedendelinquenten in hun buurt te tolereren en worden mondiger in hun afwijzing. Ook in het geval van H. Hij was in 2006 al een keer veroordeeld voor misbruik van een neefje, en nu zat hij in de gevangenis voor het hebben en verspreiden van grote hoeveelheden kinderporno. Zijn terugkeer in de kinderrijke wijk Petenbos leidde tot grote commotie onder buurtbewoners met jonge kinderen.

Al snel ging de burgemeester zich ermee bemoeien. En bemoeien, dat houdt in dat Kolff afspraken met H. wilde maken om tegemoet te komen aan de begrijpelijke angst van de bewoners dat H. weer in de fout zou gaan. H. leek daar wel toe bereid, maar uiteindelijk tekende hij de opgestelde overeenkomst niet. Als een ex-gevangene niet mee wil werken, kan de burgemeester niet veel doen.

Meestal komt het niet zo ver. Vaak heeft de strafrechter al eisen gesteld aan de vrijlating van een zedendelinquent die het voor bewoners draaglijk maken dat hij terugkeert, zoals een gebod uit de buurt van zijn slachtoffers te blijven. Die eisen gelden dan zolang er nog een voorwaardelijke straf loopt. En anders lukt het meestal langs de diplomatieke weg om voorwaarden te stellen: de gemeente zorgt bijvoorbeeld voor een woning, als de gevangene het gebied waar de slachtoffers wonen mijdt.

Maar als de gevangene een woning heeft en niet wil meewerken, kan de burgemeester eigenlijk alleen een beroep doen op de openbare orde. Als die bedreigd wordt, kan hij maatregelen treffen, zoals het opleggen van een gebiedsverbod. Het bekendste voorbeeld daarvan is burgemeester Van Gijzel van Eindhoven, die de veroordeelde pedoseksueel Sytze van der V. een gebiedsverbod oplegde voor heel Eindhoven, tenzij hij aan ingrijpende voorwaarden voldeed. De bestuursrechter vond dat te ver gaan. Het probleem is dat die bevoegdheid eigenlijk bedoeld is voor ernstige, tijdelijke ordeverstoringen, zoals voetbalrellen of demonstraties. Voordat de rechter het grondrecht op vrije beweging van een ex-delinquent beperkt, moet er meer aan de hand zijn dan onrust bij buurtbewoners door algemene vrees voor recidive.

Vrijheid niet snel aan banden

Burgemeester Kolff wil bovendien geen tijdelijke oplossing, maar een structurele. Dus probeert hij het bij de civiele rechter, en treedt hij op namens de burgers. De redenering is dat H. onrechtmatig handelt tegenover de buurtbewoners als hij tussen hen in woont zonder aan voorwaarden te voldoen die de kans op recidive moeten verkleinen. Het probleem is dat ook de civiele rechter niet snel de bewegingsvrijheid van burgers aan banden legt. Uit uitspraken in bijvoorbeeld stalkingzaken blijkt dat het ‘lastigvallen’ heel concreet moet zijn. De vraag is of de overlast die veroorzaakt wordt door het enkele wonen van H. tussen mensen die bovendien niet zijn slachtoffers zijn – nog niet, zullen zij zeggen – voor de rechter ernstig genoeg is om hem de elf gevraagde beperkingen op te leggen.

    • Elsje Jorritsma