Authentieke oude rochelaar

Bob Dylan (72) verdeelt zijn fans Je hebt de trouwe volgers en zij die vinden dat Dylan met zijn kapotte stem zijn eigen legende bezoedelt Volgende week staat hij twee keer in de Heineken Music Hall

Medewerker muziek

Bob Dylan-fans kun je in twee kampen indelen. Zij die hem onvoorwaardelijk volgen in al zijn nukken: de schurende vocalen, de eigenwijze repertoirekeus en de vrijheden die hij op het podium neemt met de melodielijnen van zijn songs. En dan zijn er zij die vinden dat Bob Dylan (72) afdoet aan zijn eigen legende, met kapotte stembanden en krassende versies van oude nummers die niet meer op de originelen lijken. Gitaar speelt hij nauwelijks meer: sinds zijn borstinfectie in 1997 staat de oude meester bijna alleen nog achter een keyboard.

Onverwoestbaar is hij, de man die telkens nieuwe wegen vindt om zijn ‘Never Ending Tour’ gaande te houden. Vele malen werd hij afgeschreven. In de jaren tachtig: toen zijn platen teleurstelden en hij een rampzalig slechte tour met The Grateful Dead ondernam. De jaren negentig begonnen niet veel beter, met onbenullige songs als ‘Wiggle Wiggle’ en ‘Handy Dandy’ op het met overbodige gastrollen van Slash en Elton John gecamoufleerde Under The Red Sky.

Maar Dylan herpakte zich. Time Out Of Mind (1997) was goed voor drie Grammy Awards en veel lovende kritieken. Op Love And Theft (2001) en Modern Times (2006) vond Bob Dylan een nieuwe stem: die van een doorleefde oldtimer die de blues- en swingmuziek uit zijn jeugd naar het heden wist te vertalen. Songs als ‘High Water (For Charley Patton)’ en ‘Mississippi’ behoren tot de beste die hij schreef sinds Blonde On Blonde uit 1966, het album dat nog altijd het hoogst scoort als liefhebbers naar hun favoriet gevraagd wordt.

Tussendoor publiceerde hij zijn autobiografische lappendeken Chronicles, een boekje dat het mysterie van de ongrijpbare poplegende in stand hield maar dat verhelderende anekdotes bevat over zijn avonturen met tienerster Bobby Vee en zangeres Joan Baez.

Een nieuwe generatie maakte kennis met het genie van Dylan toen de Engelse zangeres Adele zijn ‘Make You Feel My Love’ in 2008 naar de toppen van de internationale hitparades zong. Wie Dylan het nummer zelf wil horen zingen, komt volgende week waarschijnlijk bedrogen uit, want het staat zelden op zijn setlist en met de melodie spot hij net zo hard als met het toonloze ‘Blowin’ In The Wind’ waarmee hij de laatste tijd de meeste van zijn concerten afsluit.

Hij klinkt tegenwoordig als een krakend grindpad. Alles wat er mis kan gaan met de stem van een professioneel zanger, is bij Dylan gebeurd. De meest plausibele theorie is dat Bob Dylan al enkele decennia het bekende ‘knobbeltje’ op zijn stembanden heeft en er niet mee naar de dokter is gegaan. Whisky speelt ook een rol, in zijn boek Chronicles heeft hij het daarover, en hij was natuurlijk altijd al een kettingroker.

Daar staat tegenover dat er voor de harde kern van zijn fans nog regelmatig verrassingen op stapel staan. Zo beleefde ‘Long and Wasted Years’ van zijn recente album Tempest vorige week zijn langverwachte livedebuut in Oslo en heeft Dylan zich langzaam maar zeker ontwikkeld tot een uitstekend organist.

Een zanger om van te houden

Er zijn veel redenen om van Bob Dylan te houden. Na jarenlang afvallig te zijn geweest als Dylan-fan kwam voor mij de kentering in 2001, toen ik de man zelf mocht ontmoeten bij een persbijeenkomst in Rome ter promotie van Love And Theft. Toen ik hem vroeg of liefde en diefstal voor hem altijd samengaan sprak hij de gedenkwaardige woorden: „Exactly sir, like a hand in a glove.”

Van dichtbij liet hij zich kennen als een innemende sluwe vos, die heikele vragen over zijn kandidaatschap voor de Nobelprijs voor literatuur en zijn eigen sterfelijkheid handig ontweek met verrassend komische antwoorden. De Nobelprijs zou hem in dezelfde categorie plaatsen als Hemingway en Steinbeck, zei hij quasiverwonderd. „Ik weet niet of ik mij in dat gezelschap had kunnen handhaven.”

Bij zijn laatste concert in het Rotterdamse Ahoy’ in oktober 2011 waren er mensen die een romantische bard verwachtten die zijn grootste hits kwam zingen. Dat viel grof tegen want oude krakers klonken onherkenbaar, zodanig dat het soms tot het derde couplet duurde voordat je doorhad welk nummer hij nu eigenlijk aan het zingen was.

Er school een vorm van gerechtigheid in die koppige manier om het repertoire naar zijn hand te zetten. Bob Dylan is zo’n onvergelijkbaar groot singer-songwriter, zo’n sleutelpersoon in de pophistorie, dat niemand hem kan verbieden om zijn muziek anders in te kleuren dan het publiek van hem verwacht. Hij is niet zomaar een zanger, maar een categorie op zich. En net als andere grote kunstenaars in hun latere periode, van Picasso tot Jackson Pollock, bezit Dylan het volste recht om de figuratieve stijl van zijn oude liedjes achter zich te laten en er abstracte schilderijen van te maken.

Wie Dylan live ten volle wil appreciëren, doet er goed aan recente nummers als ‘Duquesne Whistle’ en ‘Soon After Midnight’ (van Tempest, 2012) aandachtig tot zich te nemen. Op die levendige update van swingmuziek uit de jaren veertig lijken zijn huidige podiumverrichtingen het meest. Dylan is een weerbarstig zanger met kraakstem die zijn gelijke niet kent.

Op 30 en 31 oktober staat Dylan in de Heineken Music Hall in Amsterdam. Er zijn nog kaarten voor de 31ste.