‘Alle grote en minuscule dingen liggen bij Geert’

Alweer bepleit een PVV-fractielid democratisering en openheid. Dit keer geen backbencher of matig populaire politicus, maar de man die bij diverse verkiezingen de campagnemanager was. Voor het eerst vertelt Tweede Kamerlid Louis Bontes wat er mis bij de PVV.

Louis Bontes thuis in Hellevoetsluis. „Ik ben niet naïef. Dit kan mijn Waterloo worden.” Foto Bram Budel

Vorige week vroeg Louis Bontes het woord tijdens de wekelijkse fractievergadering van de PVV. „Ik zit met mijn hoofd tussen de deur. Het voelt niet goed, ik wil niet langer gevangen zitten.” Hij kon, zo zei hij tegen Geert Wilders en de dertien andere Kamerleden, niet langer penningmeester van het fractiebestuur zijn. Nu was er weer zonder dat hij het wist 7.000 euro van de fractie uitgegeven, aan de recente PVV-demonstratie op het Malieveld. Voor zulke ongecontroleerde uitgaven wilde hij niet langer verantwoordelijk zijn.

Na zijn mededeling was het stil. Zoals het altijd stil is bij de PVV, op de schaarse momenten dat er openlijk kritiek is op Wilders. Later, op de ingelaste vergadering van het fractiebestuur, vertelde het Kamerlid dat dit voor hem de druppel was, maar dat hij al langer vond dat dingen anders moesten. Wilders, Martin Bosma en Fleur Agema sputterden wat tegen. Maar op zijn zorgen gingen zij niet in, vertelt Bontes.

Alleen met een enkele collega heeft hij hierover nog contact gehad. Hun namen noemt hij niet. „Ik zeg niet dat ze bang zijn, maar ze zijn wel voorzichtig. Het klinkt misschien flauw, maar ik moet ze beschermen. Zo werkt het wel, in dit systeem. Mensen durven niet vrijuit te spreken.”

Er waren eerder PVV’ers die kritiek hadden op de gang van zaken binnen de zeer gesloten beweging. Marcial Hernandez en Wim Kortenoeven waren onbekende backbenchers. Hero Brinkman kenden mensen wel, maar bleef binnen de PVV altijd een matig populaire eenmanszaak.

Dat geldt niet voor Louis Bontes. Hij is een belangrijke man binnen de PVV. Bij de verkiezingen stond hij vijfde op de kandidatenlijst. Hij was campagnemanager bij verschillende verkiezingen. Toen Wilders als gedoger met VVD en CDA onderhandelde in het Catshuis, leidde Bontes de fractie. Tot vorige week was hij penningmeester van het vierkoppige fractiebestuur en penningmeester van het stichtingsbestuur van de PVV, dat formeel werkgever is van alle fractiemedewerkers. Het Kamerlid was dus verantwoordelijk voor alle geldstromen binnen de PVV. Maar juist dat laatste was het probleem. Bontes had namelijk geen overzicht over de besteding van dat geld. Dat had alleen Wilders.

Er waren vorig jaar al problemen. De accountant van de Tweede Kamer had de PVV-subsidie gekort toen er enkele duizenden euro’s fractiegeld waren uitgegeven aan campagneactiviteiten voor de gemeenteraadsverkiezingen in Almere. Nu dreigde een nieuwe tegenvaller. De PVV had 20.000 euro besteed aan haar „verzetstour”. Voor zulke partijzaken mag de PVV geen subsidiegeld voor de fractie gebruiken. Dat moet de beweging uit eigen zak betalen, in het geval van de PVV uit een potje van anonieme donateurs. Maar dat potje is het exclusieve privilege van Wilders. En die bleef campagnes van het fractiegeld betalen, zegt Bontes.

Het gedoe met geld was voor Bontes reden om uit het fractiebestuur te stappen. Maar zijn onvrede is ouder en reikt verder dan alleen de omgang met geld.

Waarom zoekt u de publiciteit?

„Dat heb ik niet gedaan. Mijn opstappen uit het fractiebestuur lekte uit. Journalisten gingen bellen, en ik had mij voorgenomen: ‘Als ze komen, ga ik er niet omheen draaien.’ Mensen zien dit als gecoördineerde campagne, een verraad van Geert. Dat is absoluut niet zo. Dit is buiten mijn schuld op straat komen te liggen. Ik heb juist goede bedoelingen. Ik wil de partij steviger maken, transparanter.”

Wat zit u dwars?

„Ik vind het principieel onjuist dat één man de totale macht heeft. Over wezenlijke dingen wordt bij ons nooit gesproken. Hoe zien we de toekomst, hoe besluiten we dingen? Geert doet mededelingen. Zoals over het besluit om niet in meer gemeenten dan Almere en Den Haag aan de raadsverkiezingen mee te doen. Of over de Europese samenwerking met andere partijen. Over strategische vraagstukken is geen discussie mogelijk. Als je wat zegt, word je bedankt voor je input. En dat is het dan.”

Zijn Kamerleden bang?

„Het is geen prettige omgeving. Mensen durven niet te zeggen wat ze denken, omdat ze afhankelijk zijn van één man. Daarom praten ze niet met elkaar over gevoelige zaken, je weet nooit hoe het bij Geert komt. Hij gaat over de kandidatenlijst, dus hij bepaalt of je nog werk hebt na de volgende verkiezingen. PVV’ers zijn bang om laag of niet op te lijst te komen. Het is moeilijk voor ons om aan de bak te komen na de politiek, werkgevers zitten niet te wachten op mensen met controversiële standpunten. Geert houdt die afhankelijkheidsrelatie in stand.”

Wie neemt die belangrijke besluiten?

„Over inhoudelijke besluiten die de fractie aangaan – welke moties dienen we in, aan welke voorstellen van andere partijen werken we mee – kunnen we als Kamerleden meepraten, en dat gebeurt ook. Maar uiteindelijk beslist Geert over álles. Alle grote, kleine en minuscule dingen liggen bij Geert. Moties, Kamervragen, tv-optredens, echt alles.”

Wat bespreekt het fractiebestuur?

„We hebben in twee jaar tijd maar drie vergaderingen gehad. Ik heb me wel afgevraagd wat ik daar in godsnaam deed. We overleggen niet, ik moet tekenen voor dubieuze uitgaven. Mijn rol is zó marginaal, eigenlijk is er helemaal geen fractiebestuur.”

Dat klinkt onwerkbaar.

„Eigenlijk is er geen partij. Dat is de kern van het probleem. De fracties in het land zijn niet met elkaar verbonden. Het is los zand. Dat vinden mensen daar ook een probleem. Ik heb wel tegen Geert gezegd: maak het wat soepeler allemaal.”

Waarom doet hij dat niet?

„Ik denk dat sommige mensen het prettiger vinden als ze volledige controle hebben. Hij is bang dat mensen lid worden van de partij om een hele andere koers in te zetten. Nu kan hij doen en zeggen wat hij wil. Straks komt een figuur uit de Achterhoek of Rotterdam vertellen wat wel en niet kan. Stel je voor dat leden opeens niet uit de eurozone willen.

„Ik begrijp dat wel. Maar het is niet alleen Geerts partij, het is ook de partij van zijn kiezers. Het is ook mijn partij. Sommige fractiegenoten zeggen: wat fantastisch van Geert, dankzij hem zitten we hier, mogen we dit doen. Dan zeg ik: ‘Doe effe normaal!’ Ik was districtscommandant bij de veiligheidsregio havengebied Rotterdam. Ik heb een goede baan opgegeven om hier te helpen de partij sterk te maken. Ik heb als politieagent letterlijk onder vuur gelegen, heb wel eens zelf moeten schieten.

„Ik heb mij in levensgevaarlijke situaties alleen moeten redden. En dan zou ik nu jarenlang zeggen ‘dank je wel dat ik hier mag zijn’? Ik zal nooit een lakei zijn, nooit.”

Wat wilt u?

„Als Geert morgen zou beslissen om permanent boeken te gaan schrijven of lezingen te gaan geven in de VS, dan is het over en uit met de PVV. Wij erven dan niets.

„We moeten veranderen, een volwassen partij worden. We moeten een landelijk scoutingbureau opzetten, om goede politici te vinden. We moeten het gesloten karakter doorbreken, alleen dan worden we een stabiele, brede volkspartij. En we moeten een ledenpartij worden, om onze financiële positie te verbeteren.

„Je kan het niet voor je uit blijven schuiven. Als je virtueel de grootste partij van Nederland bent, dan moet je ook intern de kracht hebben om dat waar te maken. En die zie ik persoonlijk niet.

„Je ziet wat ervan komt als je alles alleen doet. We hebben vlak voor de verkiezingen al die ellende gehad met afvalligen. Marcial Hernandez, Wim Kortenoeven, Jhim van Bemmel, Hero Brinkman, Richard de Mos. Wat denk je dat dat doet met ons imago? Veel mensen dachten: hier ga ik maar niet op stemmen.”

Wat overkwam deze PVV’ers?

„Mensen komen bij de partij om de schouders eronder te zetten, en sommigen worden niet serieus genomen. Ze kunnen hun creativiteit niet volledig benutten, voelen zich onvoldoende gehoord, hebben het gevoel er wat bij te hangen, stemvee te zijn.”

Heeft u dat probleem weleens intern ter sprake gebracht?

„Het houdt me al een jaar bezig. Direct op de eerste fractievergadering na de verkiezingen vorig jaar was iedereen klaar om over te gaan tot de orde van de dag. Maar ik had huilende Kamerleden in mijn armen gehad en moest vijftien fractiemedewerkers gaan ontslaan. De overgebleven fractieleden gingen daar luchtig mee om. Leuk, nieuw clubje, lekker aan het werk. Dat gemak stond mij tegen.

„Ik was toen vrij emotioneel en heb gezegd dat het niet nog een keer zo moest, mensen niet gepiepeld moesten worden. Dat we van deze verkiezingen moesten leren. Niemand zei: ‘Joh, dat moet je niet zeggen.’ Maar er was ook niemand die zei: ‘Je hebt totaal ongelijk.’ Er valt dan gewoon een stilte aan tafel. We hebben het nooit over het verkiezingsverlies gehad.”

Dat is nauwelijks voor te stellen.

„Het is wel apart, ja.”

Bontes had zich eerder dit jaar bij Wilders aangemeld om weer Europarlementariër te worden. Het zou hem de gelegenheid geven zijn frustraties te ontvluchten en tot zijn politiepensioen toch nog belangrijk werk voor de partij te doen. Maar het 57-jarige Kamerlid trok die aanmelding gisteren in. Het voelde te veel als een vlucht. Het zou zijn roep om meer openheid en een betere organisatie ook ondergraven. „Ik ga niet met mijn staart tussen de benen daar zitten. Dat is oneervol. Ik ben geen vluchtende zakkenvuller met een grote mond. Ik blijf in Den Haag.”

Een reactie op dit besluit heeft hij nog niet gehad. Ook nu was er alleen stilte.

Volgende week komt de PVV-fractie weer bij elkaar, na een week herfstreces. Dan zal Bontes merken hoe zijn pleidooi valt. Met de laatste PVV’er die pleitte voor meer openlijke verantwoording en inspraak binnen de beweging liep het niet goed af. Hero Brinkman verliet de fractie, begon een eigen partij en verdween roemloos uit de Tweede Kamer. Maar die weg gaat hij niet op, verzekert Bontes. „Ik geef dit niet zo makkelijk op. Ik ben niet van plan om uit de fractie te stappen of een eigen partij op te richten. Ik zal mij absoluut niet aansluiten bij Brinkman. Schrijf dat maar op. Ik ga niet op ramkoers liggen.”

Dit is toch een ramkoers?

„Je moet eens kunnen zeggen: dit heeft een aantal jaar gewerkt, nu gaan we naar fase twee.”

Wilders gaat dit natuurlijk nooit zomaar toestaan.

„Ik ben wel bang dat het doodloopt, dat Geert gewoon nee zegt. In de fractie zullen de mensen zeggen: Geert wil het niet, en die is de baas. Alleen hijzelf kan het openbreken, leden toestaan, de partij zo laten groeien. Ik moet hem onder druk zetten.”

Hoe zorgt u daarvoor?

„Ik wil bij PVV’ers in de provincies en bij de gemeenten medestanders verzamelen. Ik wil proberen de achterban te mobiliseren. Ik zal ze zeggen: wil je over tien jaar nog op de PVV kunnen stemmen, dan moet dit gebeuren. Als kiezers hem massaal gaan mailen, daar is hij gevoelig voor.

„Mijn enige kans van slagen is als mensen mij niet als nestvervuiler zien. Hoewel ik eerlijk moet zeggen dat ik de afgelopen dagen al dat soort reacties kreeg. Ik moet duidelijk maken dat ik geen judas ben, geen tweede Brinkman, zoals mensen zeggen. Ik ken de bijzonderheden en eigenaardigheden van alle veertien Kamerleden, ik heb ze zelf ook, maar daar heb ik het bewust niet over. Zonder bluf, ik kan er een boek over schrijven. Maar dan vernietig ik mijn missie.”

Gaat het u lukken?

„Ik ben niet naïef. Dit kan mijn Waterloo worden. Ik stap zelf niet op. Maar ze kunnen me uit de fractie trappen. Ik ben mentaal op alles voorbereid.

„Ik jaag geen eigenbelang na, het is voor mij een principieel punt. Stel het is met de PVV over een paar jaar over, en ik vraag mij af: wat ik heb gedaan? Dan wil ik niet denken dat ik een figurant ben geweest. Ik wil betekenis geven aan die partij.”

    • Derk Stokmans