Zomaar leven als onrechtmatige daad

Burgemeester van Veenendaal eist dat vrijgekomen pedoseksueel zich aan voorwaarden houdt

Vandaag staat de burgemeester van Veenendaal bij de rechter tegenover een van zijn inwoners, Jan Willem H. In een voor Nederland unieke procedure eist burgemeester Wouter Kolff dat de rechter H. verbiedt om overdag in de binnentuin van diens flat te komen. Of in de buurt van scholen, speeltuinen, zwembaden, of enige openbare ruimte waar kinderen zouden kunnen zijn. Ook mag H. niet in het openbaar met minderjarigen praten, en als ze met hém praten, moet hij weglopen. Zo heeft de burgemeester in totaal elf voorwaarden waarvan hij wil dat de rechter die aan H. oplegt – op straffe van een dwangsom van 1.000 euro per overtreding.

Jan Willem H. is een zedendelinquent, het type ex-gevangene voor wie terugkeer in de samenleving toenemend moeilijk is. Mensen zijn minder bereid zedendelinquenten in hun buurt te tolereren, en worden mondiger in hun afwijzing.

Dat geldt ook in het geval van H. Hij was al een keer veroordeeld voor misbruik van een neefje, en nu heeft hij een jaar in de gevangenis gezeten voor het hebben en verspreiden van grote hoeveelheden kinderporno. Sinds eind juni is hij weer thuis – in zijn appartement in de kinderrijke wijk Petenbos. Dat leidde tot grote commotie onder buurtbewoners met jonge kinderen, waarna de burgemeester zich ermee ging bemoeien.

En bemoeien, dat betekende dat Kolff afspraken met H. wilde maken. Afspraken om tegemoet te komen aan de angst van de bewoners dat hij weer in de fout zou gaan, zoals de afspraak therapie te volgen. H. leek daar aanvankelijk wel toe bereid, maar uiteindelijk tekende hij de opgestelde overeenkomst niet. En als een ex-gevangene niet mee wil werken, kan de burgemeester niet veel doen om hem te dwingen.

Meestal komt het niet zo ver. Vaak heeft de strafrechter al eisen gesteld aan de vrijlating van een zedendelinquent die het voor bewoners draaglijk maken dat hij terugkeert, zoals een gebod uit de buurt van zijn slachtoffers te blijven. Die eisen gelden dan zolang er nog een voorwaardelijke straf loopt. En anders lukt het meestal langs de diplomatieke weg om voorwaarden te stellen: de gemeente zorgt bijvoorbeeld voor een woning, als de gevangene therapie volgt.

Maar als de gevangene een woning heeft en niet wil meewerken, kan de burgemeester eigenlijk alleen een beroep doen op de openbare orde. Als die bedreigd wordt kan hij maatregelen treffen, zoals het opleggen van een gebiedsverbod. Het bekendste voorbeeld daarvan is burgemeester Van Gijzel van Eindhoven, die de veroordeelde pedoseksueel Sytze van der V. een gebiedsverbod oplegde voor heel Eindhoven, tenzij hij aan ingrijpende voorwaarden voldeed. De bestuursrechter vond dat te ver gaan. Het probleem is dat die bevoegdheid eigenlijk bedoeld is voor ernstige, tijdelijke ordeverstoringen, zoals voetbalrellen of demonstraties. Voordat de rechter het grondrecht op vrije beweging van een ex-delinquent beperkt, moet er meer aan de hand zijn dan de onrust die bij buurtbewoners veroorzaakt wordt door algemene vrees voor recidive, blijkt uit uitspraken van rechters over deze openbare-ordemogelijkheid.

Burgemeester Kolff wilde bovendien geen tijdelijke oplossing, maar een structurele. Dus probeert hij het bij de civiele rechter, en treedt hij op namens de burgers. De redenering is dat Jan Willem H. onrechtmatig handelt tegenover de buurtbewoners als hij tussen hen in woont zonder aan de voorwaarden te voldoen die de kans op recidive moeten verkleinen. Het probleem is dat ook de civiele rechter niet snel de grondwettelijk beschermde bewegingsvrijheid van burgers aan banden legt. Uit uitspraken in bijvoorbeeld stalkingzaken waarin slachtoffers straat- of contactverboden vragen, blijkt dat het ‘lastigvallen’ heel concreet moet zijn, en aanhoudend. De vraag is of de overlast die veroorzaakt wordt door het enkele wonen van H. tussen mensen die bovendien niet zijn slachtoffers zijn – nog niet, zullen zij zeggen – voor de rechter ernstig genoeg is om hem de elf gevraagde beperkingen op te leggen.