Wat je niet ziet in de Tweede Kamer

Nou, zei de vrouw op de roltrap : „Ik denk dat ze hier net zo hard werken als elders hoor!” Ze kwam van de tweede verdieping, waar de publieke tribune is van de plenaire zaal van de Tweede Kamer. In die zaal was het leeg geweest. Op de agenda van die dag (het was donderdag) stonden onder meer de algemene financiële beschouwingen over de rijksbegroting voor volgend jaar, en de mediawet. Daar waren dingen besproken waar iedereen wel iets van zal merken, maar de vergadering was even geschorst.

Later op de dag zou nog de nieuwe jeugdwet worden aangenomen, die de jeugdzorg vanaf 2015 onder controle brengt van het lokaal bestuur. In het ritme van de Kamer verraadt het formele beslissende moment, de stemming, niets van de spanning die er tijdens de parlementaire behandeling van zo’n wet is geweest. Renske Leijten van de SP die met overslaande stem had gewaarschuwd voor de gevolgen. PVV-woordvoerder Fleur Agema, zo moedeloos dat ze het ellenlange protestbetoog dat ze had voorbereid, maar achterwege had gelaten. Mona Keijzer van het CDA, die staatssecretaris Van Rijn vilein vroeg of hij geen uitvoeringsproblemen verwachtte bij zo’n grootscheepse decentralisering op korte termijn. „Nee”, zei de staatssecretaris. Een antwoord dat nog wel eens uit de archieven kan opduiken.

Als bezoeker op de dag van de stemming mis je dat. Je mist van alles. Terwijl mevrouw en haar groepje op de roltrap het werkethos van Kamerleden bespraken, bereidde de commissie Europese Zaken op de eerste verdieping met premier Rutte en minister Timmermans de raad van de Europese Unie voor, de top van deze week. Het ging onder meer over het associatieverdrag met Oekraïne, waarmee de EU dat land in november aan het westen wil binden. De roltrap gleed er soepel langs, op weg naar de Statenpassage, op de begane grond van de Kamer. Maar het ging over een geostrategische ontwikkeling van belang. Waarschijnlijk ingrijpender voor de relatie met Rusland dan de recente incidenten: de even gearresteerde Russische diplomaat in Den Haag, de overvallen diplomaat in Moskou, de reis van de koning die voorlopig niet afgezegd wordt. Maar die vallen op, zeker nu het Russisch-Nederlands vriendschapsjaar is.

Hoe hoger de symbolische verwachtingen, hoe meer symbolische dieptepunten, zo lijkt het. Vorig jaar ging het zo met Turkije, toen de vriend van het jaar. Weet u nog, de affaire-Yunus, over het pleegkind van Turkse afkomst bij een homoseksueel pleeggezin? Turkije is nu minder zichtbaar, maar nog even belangrijk. Bijvoorbeeld als het gaat om de opvang van Syrische vluchtelingen in de regio. Er staan ook Nederlandse afweerraketten aan de Turkse grens met Syrië. Vorige week, in dat EU-overleg in de Kamer, kwam ‘Turkije’ ook even langs. Een dag eerder had Eurocommissaris Stefan Füle (Uitbreiding) gezegd dat het tijd is om de onderhandelingen met Turkije over toetreding te heropenen. Ze waren stilgelegd na het harde politieoptreden tegen demonstranten op het Taksimplein in Istanbul. De PVV diende een – kansloze – motie in om die onderhandelingen te staken, met de vaststelling dat Turkije „een islamitisch land” is. Antwoord van Timmermans: „een proces dat we hebben ingezet zullen we ook doorzetten.”

Maar ook hier geldt: in de Kamer zie je niet alles. Deze week (herfstreces, er wordt niet vergaderd) is een Kamerdelegatie op pad in Turkije. Er zijn drie CDA’ers mee, onder wie fractieleider Buma. Vorige week kwam het voorlopige verkiezingsprogramma van zijn partij voor het Europees Parlement in mei. Daarin staat dat de verschillen met Turkije „nog te groot” zijn. Het CDA wil met Turkije daarom niet meer dan „een hechte strategische samenwerking op economisch, buitenland- en veiligheidsgebied”. In de Kamer is het CDA voorstander van onderhandelen over toetreding. Tamelijk geruisloos en onzichtbaar is die lijn nu verlaten.

René Moerland is chef van de politieke redactie in Den Haag.