Vijf verdachten in de moordzaak van oud-volleybalster Ingrid Visser

De Spaanse rechter die de moord op de Nederlandse oud-volleybalinternational Ingrid Visser en haar partner Lodewijk Severein onderzoekt, heeft nog vijf verdachten in beeld. Dat heeft justitie in Murcia, waar het stel in mei werd omgebracht, gisteren bekendgemaakt.

De verdenkingen tegen Evedasto Lifante, de eigenaar van de inmiddels failliete volleybalclub waar Visser enkele jaren speelde, zijn opgeheven. Hoofdverdachte Juan Cuenca, oud technisch directeur bij de club, stelde dat ook Lifante betrokken was bij het moordcomplot. De rechter heeft hiervoor echter geen bewijs kunnen vinden en gelooft zijn alibi voor de dagen rond de moord.

Cuenca zou de Nederlanders hebben laten vermoorden door twee Roemenen, waarschijnlijk naar aanleiding van een zakelijk geschil met Severein.

Naast hem en de twee huurmoordenaars blijven ook Serafín de Alba en María Rosa Vázquez in staat van beschuldiging. In de citroenboomgaard van De Alba werden eind mei de lijken van het stel gevonden. Hij ontkent te hebben doorgehad dat Cuenca deze in zijn boomgaard liet begraven.

Vázquez, een vriendin van Cuenca, huurde voor hem de vakantievilla waar de moord gepleegd werd. Ook bracht ze op zijn verzoek de twee Nederlanders hierheen en leverde later schoonmaakspullen. Zij zegt door hem bedrogen te zijn en niet te hebben geweten van Cuenca’s moordplan. Pas nadat ze de verdwijning van de twee Nederlanders op het nieuws zag, stapte ze op 25 mei naar de politie.

Het openbaar ministerie geloofde dit en vroeg de verdenking tegen haar op te heffen, maar de onderzoeksrechter zegt dat nog niet valt uit te sluiten dat ook zij schuldig is aan de dubbele moord. Bronnen binnen justitie in Murcia zeggen dat de zaak voor de provinciale rechtbank gebracht kan worden, waar waarschijnlijk een jury een oordeel moet vellen.