Architect Rem Koolhaas blij met Nederland

Rem Koolhaas heeft zich verzoend met Nederland. Lange tijd voelde Nederlands beroemdste architect zich een profeet in eigen land. Zijn belangrijkste opdrachten had hij in het buitenland. Daar kreeg hij ook meer waardering, vond hij. Maar nu De Rotterdam, een gigant op de Kop van Zuid in Rotterdam, bijna klaar is en Koolhaas (1944) gisteren de Johannes Vermeerprijs 2013 kreeg uitgereikt, de Nederlandse staatsprijs voor de kunsten, zei hij in zijn dankrede dat hij gelukkig was „om als Nederlander geboren te zijn”. „En dat ik voor het Nederlandse regime mag bouwen”, voegde hij er als laatste zin van zijn toespraak aan toe, nadat hij de Vermeerprijs, een glasbokaal en 100.000 euro, van minister Bussemaker (Cultuur, PvdA) in het Rijksmuseum had ontvangen.

Koolhaas’ dankrede was een ode aan het toeval. Een van zijn uitspraken is dat „het leven een samenspel is van opzet en toeval” en gisteravond gaf hij een inventarisatie van het toevallige geluk in zijn leven. Zoals dat hij in de Tweede Wereldoorlog was geboren en dat hij op 9-jarige leeftijd met de Indonesische president Soekarno mocht barbecuen. Koolhaas citeerde in zijn dankrede ook W.F. Hermans, die een held eens heeft omschreven als „iemand die straffeloos onvoorzichtig was geweest”.