Polen ‘nieuw mikpunt’ van discriminatie

Het Nederlandse beleid tegen racisme krijgt geen hoog rapportcijfer.

De Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) van de Raad van Europa heeft de Nederlandse regering toegesproken zoals een juf een scholier met een zesenhalf toespreekt: „Volgende keer een acht hè.”

De ECRI – waarin voor Nederland de jurist Rieke Samsom zit, bekend van Commissie Samson die onderzoek deed naar seksueel misbruik van minderjarigen in instellingen of pleeggezinnen – toetst periodiek het antidiscriminatiebeleid in de lidstaten. Het rapport dat vorige week werd gepresenteerd was de vierde in een cyclus van aanbevelingen en evaluaties. Kort gezegd: de commissie van de Raad van Europa heeft gekeken naar wat er is gedaan met haar aanbevelingen uit het vorige rapport, uit 2008. Dat leidde tot twee soorten zinnen. De eerste begint met ‘de ECRI merkt op...’, de tweede met ‘de ECRI adviseert...’

Bij de opmerkingen staan positieve oordelen, zoals dat officieren van justitie en politiefunctionarissen, gespecialiseerd in de behandeling van misdrijven op het gebied van discriminatie en racisme, zijn benoemd. En negatieve, zoals: „De ECRI merkt op dat de Poolse gemeenschap een nieuw mikpunt van discriminatie is geworden.” Daarbij wordt expliciet verwezen naar het Meldpunt voor klachten over Midden- en Oost-Europeanen dat de PVV in 2011 opende. De ECRI adviseert de regering „te heroverwegen” of actie kan worden ondernomen tegen deze website. De PVV (12x) en haar leider Wilders (17x) zijn de meest genoemde namen in het ECRI-rapport. Andere sombere opmerkingen: „De ECRI merkt op dat de Nederlandse regering geen alomvattend Nationaal Actieplan tegen Racisme heeft.”

Bij de aanbevelingen staat bijvoorbeeld: „De ECRI adviseert de autoriteiten ten minste elke twee jaar een bewustwordingscampagne te voeren over het thema discriminatie.” En: „De ECRI adviseert de Nederlandse autoriteiten om maatregelen voor het opheffen van segregatie in het onderwijs te hervatten.” En: „De ECRI adviseert de Nederlandse autoriteiten hun specifieke beleid gericht op verbetering van de positie van bepaalde kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, te hervatten.”

In de samenvatting worden de behaalde resultaten geprezen en de kwesties opgesomd waarover „de ECRI zich zorgen maakt”. Daaronder valt bijvoorbeeld dat nationaliteit en taal In Nederland geen gronden zijn in discriminatiezaken, bijvoorbeeld. Dat financiering van het landelijk expertisecentrum Art. 1, „de ruggengraat van de antidiscriminatiebureaus”, is beëindigd. Dat er vaak sprake is van discriminatie bij de werving van personeelsleden door bedrijven en bij uitzendbureaus. Dat uitzendkrachten uit Polen worden gediscrimineerd en uitgebuit. Uitbuiting van uitzendkrachten zou moeten worden aangepakt met de mogelijke invoering van een vergunningenstelsel voor uitzendbureaus, vindt de ECRI. En alle wetsvoorstellen die leiden tot een aparte behandeling van Nederlandse onderdanen op Aruba, Sint Maarten en Curaçao zouden moeten worden ingetrokken.

Politici zijn tot nu toe terughoudend met commentaar op het rapport van de Raad van Europa. Dat geldt ook voor de kritiek die de Nationale Ombudsman had afgelopen weekend, dat politici een leidende rol hebben in de Nederlandse houding tegen vreemdelingen.

PvdA-leider Diederik Samsom is op campagne in Friesland en verwijst voor een reactie door naar de woordvoerder mensenrechten van de fractie. Die was gisteren en vanmorgen niet bereikbaar, net als de woordvoerder van de andere regeringspartij VVD.

Minister van Sociale Zaken en Integratie Lodewijk Asscher bereidt momenteel de reactie van het kabinet op het rapport voor – maar wanneer hij daar precies mee komt is nog onduidelijk. D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold zei vorige week dat hij niet vindt dat Nederland „uit de toon springt bij andere landen”.

    • Bas Blokker
    • Annemarie Kas