Obamacare zakt in digitaal moeras

Obamacare doorstond vele Republikeinse sabotagepogingen, maar dreigt nu te mislukken door technische problemen. Veel Amerikanen geven het zorgsysteem zelf de schuld. „Voortdurend liep ik vast.”

President Obama grijpt de arm van Jessica Ugalde, ontvanger van Obamacare. De zwangere diabetespatiënte dreigde flauw te vallen bij zijn toespraak gisteren. Foto Reuters

Obamacare is drie weken oud. Toch heeft Andrew Northwall uit Omaha, Nebraska, nog steeds geen zorgverzekering. De acht werknemers van zijn bedrijfje, een softwareontwikkelaar voor politieke campagnes, evenmin. Op 1 oktober, de eerste dag dat het mogelijk werd via de speciale website healthcare.gov een zorgverzekeraar uit te kiezen, meldde Northwall zich al aan. „Voortdurend liep ik vast. De eerste keer moest ik eindeloos een beveiligingsvraag instellen. Toen ik me opnieuw aanmeldde, kon ik niet eens meer een profiel aanmaken. Niks verzekering. Al mijn medewerkers hebben hetzelfde probleem.”

Het zorgstelsel moet het onbetwiste ijkpunt van het presidentschap van Obama worden. Vanaf deze maand kan het overgrote deel van de circa 48 miljoen onverzekerde Amerikanen een zorgverzekering krijgen. Ze zijn vrij hun verzekeraar te kiezen en verzekeraars mogen patiënten niet weigeren. Healthcare.org dient als marktplaats: mensen melden zich aan en zoeken uit welke verzekeraar het beste pakket biedt. Vanaf volgend jaar is een zorgverzekering verplicht.

Obamacare, zoals het nieuwe stelsel is gaan heten, doorstond tientallen politieke sabotagepogingen van de Republikeinen – tot en met de schuldencrisis van vorige week aan toe. Maar de praktische uitvoering is, zoals columnist Ezra Klein van The Washington Post het omschreef, „een fiasco. Niet ‘problematisch’. Niet ‘technisch onvolkomen’. Gewoon een fiasco.”

Volgens NBC kan maar één op de vijf bezoekers zonder technische problemen inloggen op de site. Het Witte Huis rekent erop dat een half miljoen mensen zich deze maand al zal aanmelden voor Obamacare, maar het aantal mislukte aanmeldingen loopt al in de honderdduizenden.

Healthcare.org is een digitaal moeras. Bezoekers konden zich, als de site eens niet gecrasht was, vaak niet aanmelden. Veel gebruikers begrijpen niets van het ondoorzichtige taalgebruik, en een telefonisch klachtenspreekuur was volgens Andrew Northwall zinloos. „Ik kreeg het advies ’s nachts om drie uur te bellen. Dan zou de rij wachtenden korter zijn.”

President Obama kwam er de eerste weken mee weg, ironisch genoeg dankzij de Republikeinen. Hun verzet tegen Obamacare leidde tot zo’n grote politieke crisis, dat niemand meer lette op de uitvoering van de wet. Nu die crisis voorlopig is bezworen, valt pas op hoe slecht het stelsel functioneert.

Obama moest zich gisteren in de tuin van het Witte Huis verantwoorden in een zorgvuldig geregisseerd persmoment – inclusief burgers die zich succesvol aanmeldden voor Obamacare. Nee, het systeem werkt niet goed, gaf de president toe. Er moeten technische problemen worden opgelost. Maar, zei hij: „Het product, betaalbare gezondheidszorg voor iedereen, blijft goed.”

Volgens Obama hebben de slechte website en het zorgstelsel niets met elkaar te maken. De Amerikaanse bevolking ziet dat verband wél. Uit een peiling van The Washington Post blijkt dat 56 procent het gecompliceerde nieuwe zorgstelsel de schuld geeft van de technische ongemakken. Met andere woorden: de site werkt niet, omdat Obamacare niet werkt.

Voor Obama is het slagen van het project – en daarmee de website – van levensbelang. Zijn Affordable Care Act, die in 2010 werd aangenomen door het Congres, is de belangrijkste beleidsdaad van zijn presidentschap. Het lijkt onwaarschijnlijk dat hij in zijn tweede termijn nog met een groot plan komt, omdat het verdeelde Congres hem niet meer terwille is.

De Republikeinen in het Congres zien in de technische problemen een nieuwe kans om Obamacare – staatsinmenging, zeggen ze – aan te vallen. Volgende week houdt het Congres een hoorzitting over de problemen, en sommige Republikeinen roepen nu al om het vertrek van minister Kathleen Sebelius van Volksgezondheid.

    • Guus Valk