Nog even en New York zal paardvrij zijn

Je hoort wel eens dat alleen psychopaten niet van dieren houden. Maar veel hardlopers, ook zij die geen psychopatisch gedrag vertonen, zijn niet enthousiast over de viervoetigen die de trottoirs en parken van New York hebben overgenomen als een leiderloze, blaffende Occupy-beweging.

Hoewel de wet dit voorschrijft, ruimen eigenaren lang niet altijd de rotzooi van de hond op. De riem tussen bellende baas en snuffelende labrador vormt bovendien een riskante horde voor de sportieveling die richting Central Park rent. Dan zijn er nog de dog walkers die de honden van vermogende stadsgenoten uitlaten – vijf of tien tegelijk. Als moderne herders nemen ze complete kruispunten over met hun kwispelende roedels.

Elke hardloper kent – of heeft – verhalen over een valpartij, over de noodzaak om de drukke weg op te schieten omdat een hond met een felle kef naar hun kuit hapte. „Oh, dat doet hij normaal nooit”, roept de eigenaar dan.

Het is een ongemakkelijke stand-off in dierenstad New York. Dat het binnen de homo sapiens-bevolking van acht miljoen meestal goed gaat, mag al een wonder heten. Dan telt de metropolis ook nog eens 1,1 miljoen huisdieren. Volgens een schatting van de gemeente zijn er 600 duizend honden en een half miljoen poezen: een op de drie huishoudens heeft een beest in het doorgaans kleine appartement. Dat is nog los van de ongetelde reptielen en vissen, zoals de middelgrote haai die laatst in een metrowagon werd aangetroffen. „Haai neemt metro richting Queens,” rapporteerde een tabloidkrant. De vis was dood.

Een apart probleem zijn de paarden. Het zuidelijke rondje van Central Park is niet alleen een perfect parcours voor fanatiekelingen op gympen of twee wielen. Het is ook de vaste route voor koetsiers met toeristen achter zich en teugels in de hand.

Iets romantisch heeft het zeker: het geluid van hoeven op asfalt, een knuffelend stel in de koets. Het probleem is dat de kronkelende weg moet worden gedeeld met al die honden, kinderen, hardlopers, wandelaars en fietsers. Dit levert angstwekkende taferelen op. Een wielrenner glipt tussen een paard en een yellow cab door, snijdt een vrouw met kinderwagen af, en gaat bijna ten onder in de chaos. Een variatie op dit scenario heb ik al te vaak aanschouwd.

Triester nog is de aanblik van de edele dieren. Daar waar de menselijke horden zich verzamelen bij de Apple-store, staan ook de paarden. Het ruikt er naar hun uitwerpselen. Weer of geen weer, de dieren wachten. Ze staan daar maar en soms sjokken ze het rondje in de gehaaste stad. Ze ogen ongelukkig.

Ooit regeerden de paarden in het park. De bridle paths werden als zandpaden voor de vierhoevigen aangelegd; nu zijn het ideale hardlooproutes voor mensen. Anno 2013 is het dier er niet langer welkom. Een ruime meerderheid van de New Yorkers is tegen de koetsen en de dierenbescherming voert al jaren actie.

NYClass is er zeker van dat de stad begin 2014 paardvrij zal zijn. Deze dierenrechtengroep steunt Bill DeBlasio, de Democraat die grote kans maakt op het burgermeesterschap na de verkiezingen in november. Hij heeft beloofd een einde te maken aan de paardenbranche. „De paarden kunnen met pensioen gaan in een liefhebbende omgeving,” aldus NYClass.

Als dierenliefhebber lijkt me dit goed nieuws voor de andere gebruikers van Central Park. En vermoedelijk ook voor de dieren. Ze relaxen en rennen vast en zeker liever op een weide buiten de stad, dan dat ze naast de vervloekte hardlopers langs het CNN-gebouw moeten sjokken.

    • Diederik van Hoogstraten