Na aanslagen schokt ETA nu met vrijheid

Spanje onthoudt tientallen terroristen het recht op vervroegde vrijlating Dat mag niet, stelt het Hof van de Raad van Europa Een ETA-lid moet nu worden vrijgelaten: wellicht de eerste van velen

Een lid van slachtofferorganisatie AVT houdt een foto van ETA-lid Inés del Río omhoog met „deze moordenaar komt vrij.” Foto AFP

Correspondent Spanje

De aanslag die Inés del Río pleegde op het Plaza de la República Dominicana veranderde dit centrale Madrileense plein op 14 juli 1986 in een oorlogsgebied. Twee bussen vol pupillen van de Guardía Civil werden in de vroege ochtend omvergeblazen door een autobom die de ETA-terroriste naast hen had geparkeerd. Twaalf mensen vonden de dood en nog eens 56 anderen raakten gewond. De aanslag door de Baskische terreurbeweging ETA schokte het land diep.

Ruim een kwart eeuw later bracht Inés del Río gisteren opnieuw een schok teweeg in Spanje. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelde dat Del Río sinds vijf jaar onrechtmatig vastzit en onmiddellijk moet vrijkomen. Als gevolg van deze uitspraak kunnen de komende tijd mogelijk nog tientallen ETA-gevangenen op vrije voeten komen. Hoewel dit vonnis verwacht werd, reageerden slachtofferorganisaties, rechtse media en de regering-Rajoy verontwaardigd.

Volgens het Hof van de Raad van Europa schond de Spaanse staat Del Río’s mensenrechten door de zogenoemde Parot-doctrine toe te passen. Deze voor ETA-kopstuk Henri Parot uitgevonden uitzonderingsregel ontneemt bepaalde groepen gevangenen in de praktijk elke kans op vervroegde vrijlating.

Hiermee schendt Spanje op twee punten het Europees Mensenrechtenverdrag. Artikel 7 (‘geen straf zonder wet’), omdat de doctrine met terugwerkende kracht is toegepast. En artikel 5.1: het recht op vrijheid. Spanje moet Del Río daarom ook 30.000 euro schadevergoeding betalen. Tegen de uitspraak is geen beroep mogelijk en Spanje is verplicht hem uit te voeren. Vandaag zou de nationale rechtbank in Madrid een spoedberaad houden over Del Río’s vrijlating.

De uitspraak van het EHRM reikt verder dan alleen haar zaak. De afgelopen jaren zijn de straffen van nog circa 150 ETA- en andere terroristen verlengd met ‘Parot’. Evenals die van een beperkte groep zedendelinquenten, serieverkrachters en kindermoordenaars wier daden tot grote maatschappelijke verontwaardiging leidden. Zeker 54 ‘Etarras’, acht leden van andere gewapende groepen en veertien ‘gewone’ criminelen hebben nu een krachtig precedent in handen om onmiddellijke vrijlating te vragen. In de komende maanden en jaren loopt hun aantal nog verder op.

De uitspraak lokte woedende reacties uit van vooral rechts Spanje. Dat heeft traditioneel niks op met regionationalisme zoals dat in Baskenland en is sterk gekant tegen concessies aan ETA. In conservatieve kranten als La Razón en Abc werd fel uitgehaald naar de „bemoeizucht” van ‘Straatsburg’. De „linkse” rechters zouden „straffeloosheid” in de hand werken voor het leed dat „ratten” als Del Río het land aandeden. Overigens oordeelde hetzelfde Hof in 2009 nog in het voordeel van Spanje bij het verbod op Batasuna, de politieke tak van ETA.

Organisaties van ETA-slachtoffers zeiden „verontwaardiging”, „woede”, „walging” en „machteloosheid” te voelen. Zij rekenden voor dat Del Río voor elke moord slechts één jaar heeft hoeven zitten. De regering moet de uitspraak naast zich neerleggen. Zo niet, dreigden ze, zullen ze de straat opgaan.

De politieke entourage van ETA in Baskenland reageerde juist verheugd. Versoepeling van het strenge detentieregime voor ETA-gevangenen – die ver van hun familie verspreid over het land worden vastgehouden – is een van de belangrijkste eisen van de Baskische nationalisten. „We zien de eerste scheuren in de muur”, stelden zij in een verklaring. Ze riepen de regering in Madrid op nu „te investeren in vrede”.

De rechtse regering-Rajoy stelde echter dat de uitspraak niets verandert aan haar antiterreurbeleid: met ETA wordt niet onderhandeld. Tijdens een gezamenlijke persconferentie zeiden de ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken de uitspraak te „betreuren”, maar wel te zullen respecteren. De politieke schade probeerden ze te beperken door te pochen dat tot de allerlaatste beroepsinstantie is doorgestreden. Die vertragingstactiek volgend, zullen de andere Parot-gevangenen nu ook niet en masse worden vrijgelaten: ze moeten daar elk individueel een zaak voor gaan aanspannen.