Lastige man schept lastige man

Met het succes van Amerikaanse televisieseries is de macht van de schrijver gegroeid. Maar diens karakter is vaak dat van een kunstenaar, niet dat van een manager. De moeilijke man creëert vaak ook lastige personages.

Voor de maffiaserie The Sopranos begon, hadden de bazen van tv-zender HBO twee aanmerkingen. De eerste: kon de titel niet anders? Straks dacht iedereen dat het over sopranen ging. De tweede aanmerking: hoofdpersoon Tony Soprano wurgt in de vijfde aflevering eigenhandig een afvallige. Dat kon echt niet. Had schrijver David Chase net het meest aansprekende tv-personage in een decennium geschapen – een maffiabaas in New Jersey, die ook huisvader is en bij een psychiater loopt – verspeelde hij meteen de kijkersgunst. Dat moest eruit.

Maar de eigengereide David Chase hield zijn poot stijf en kreeg gelijk. Zondagavond 10 januari 1999, toen de eerste aflevering van The Sopranos op tv kwam, ging de geschiedenis in als het begin van het Gouden Tijdperk van de Amerikaanse tv-series. Dat schrijft Brett Martin in zijn boek over dit tijdperk: Difficult Men. De associatie van The Sopranos met operazangeressen was snel verdwenen. En het publiek bleek gaarne bereid om jarenlang een dikke, gestoorde antiheld te volgen, die verschrikkelijke dingen deed. Tony’s wurgmoord in de vijfde aflevering was juist verfrissend.

Na The Sopranos volgden de geweldige series elkaar snel op: Six Feet Under, The Wire, Mad Men, Breaking Bad. Ineens was alles mogelijk wat vroeger nooit mocht op de Amerikaanse tv: borsten, vloeken, zinloos geweld, een ontluisterende kijk op de mensheid, en ambivalente hoofdpersonen met hufterige trekjes. Dat The Sopranos van de zenderbazen slechts twee aanmerkingen kreeg, die niet eens werden opgevolgd, tekent volgens Martin de vrijheid in dit gouden tijdperk: voordien moesten tv-makers rekening houden met waslijsten van aanmerkingen van hogerhand. Na The Sopranos ging het snel de andere kant op. Naar verluidt kreeg Alan Ball, schrijver van de tv-serie Six Feet Under, na de eerste aflevering slechts één aanmerking: „Can it be more fucked up?

Was de tv-serie vroeger een ondergeschikt genre waar de intelligentsia op neerkeken, nu werd zij een gewaardeerd alternatief voor de speelfilm. Niet alleen de toon, ook de structuur van de series veranderde: geen afgeronde afleveringen meer, maar verschillende verhaallijnen, die eindeloos door elkaar meanderen. Brett Martin vergelijkt de series met de 19de-eeuwse feuilletonromans van Charles Dickens en Honoré de Balzac. Klinkt chic, maar een vergelijking met de structuur van soaps ligt meer voor de hand. Hoe dan ook, deze vorm geeft alle aandacht aan de personages. Een van de redenen waarom nu ook filmsterren graag in tv-series willen: ze kunnen langer aan een personage werken.

Martin koppelt deze bloeitijd aan een onvoorzien neveneffect: in Hollywood zijn producers of regisseurs de baas. Jack Warner, een van de Warner Brothers, noemde scenarioschrijvers ‘schmucks with Underwoods’: eikels met typemachines. In de Amerikaanse tv-wereld heeft de schrijver veel meer te zeggen. En wat de tv-bazen van The Sopranos hadden geleerd: je moest die schrijvers hun gang laten gaan. Dat gaf scenarioschrijvers niet alleen ongekende vrijheid, maar ook veel macht. Zij werden de showrunners: de uitvoerende producenten die de leiding over de hele serie hadden. Alleen, het karakter van de doorsnee schrijver (kunstenaar) ziet er heel anders uit als dat van een showrunner (manager), met alle gevolgen van dien: „het is alsof je een krankzinnige een divisie van General Motors laat besturen.” De titel ‘Difficult Men’ slaat op die scenarioschrijvers.

In het boek worden verschillende scenarioschrijvers eruit gelicht. David Chase van The Sopranos kan nooit genieten van het succes omdat hij eigenlijk nog steeds een intellectueel is die neerkijkt op televisie. Hij ging ervan uit dat The Sopranos als tv-serie nooit verder zou komen dan de pilot. Die wilde hij vervolgens uitbouwen tot bioscoopfilm. In de writers room, waar het schrijversteam van een tv-serie bijeen komt onder leiding van de hoofdschrijver, was het vaak ongezellig doordat Chase zijn ondergeschikten verschrikkelijk afblafte.

David Simon (The Wire, Treme) is bijzonder omdat hij begon als journalist. Met The Wire (over politie, drugsdealers en corrupte politici in Baltimore) wilde hij een realistisch, caleidoscopisch beeld geven van de stad, en eigenlijk van de hele VS. Simon en zijn medeschrijver, de ex-politieagent Ed Burns, wilden met hun serie het kapitalisme aan de kaak stellen. Een medeschrijver zei over de eindeloze discussies tussen Burns en Simon over de serie: „Het was net de bolsjewieken tegen de mensjewieken.”

Matthew Weiner (The Sopranos, Mad Men) heeft met David Simon gemeen dat hij voor zijn Mad Men eerst jarenlang onderzoek deed: de wereld die hij tekent heeft hij zeer gedetailleerd in zijn hoofd klaar staan, en moet precies zo op het scherm komen. Beiden zijn ook monomane, sociaal gemankeerde mannetjes.

Martin ziet een aardige parallel met de tv-personages die de moeilijke mannen scheppen. Tony Soprano, Nate Fisher, Jimmy McNulty, Don Daper en Walt White zijn ook moeilijke mannen. Ze zijn erg goed in hun werk, maar maken verder een puinhoop van hun leven. Gewelddadig, problemen met vrouwen, verslaafd, losse handjes. Ze doen hun best, maar ze kunnen het beest in zichzelf niet eronder houden.

Die min of meer gestoorde hoofdpersonen zijn volgens Martin on-Amerikaans, eigenlijk Europees. In Europees drama kan niemand ontsnappen aan zijn lot, stelt hij. Het kenmerk van ‘de diaspora van de Amerikaanse film en tv’ is volgens hem: „We laten het individu triomferen over zijn lot.” Dat terwijl de moeilijke mannen van het gouden tv-tijdperk niet aan hun lot kunnen ontsnappen. Dankzij de oneindigheid van een tv-serie hoeven zij niet te voldoen aan twee knellende dramawetten: dat een personage zich moet ontwikkelen, en dat hij een loutering moet doormaken. Deze mannen maken na zes seizoenen nog dezelfde fouten. Net als echte mensen.

Twee belangrijke moeilijke mannen logenstraffen deze theorie. Don Draper uit Mad Men en Walt White uit Breaking Bad belichamen juist de American Dream: zij nemen een nieuwe identiteit aan en vechten zich naar de top in een nieuwe wereld. De verweesde oorlogsveteraan Dick Whitman wordt de reclamekoning Don Draper. De sullige scheikundeleraar Walt wordt drugskoning Heisenberg. Ze beginnen opnieuw, met een blanco vel (vandaar White en Whitman). Traditionele helden zijn ze zeker niet, maar deze moeilijke mannen stijgen wel boven hun lot uit.

En onaangenaam? Och. Als Don Draper op de verjaardag van zijn dochtertje een taart gaat halen en niet meer terugkeert, zegt een van de mannelijke gasten: „Je bent een klootzak, Don Draper. Petje af.”

Brett Martin. Difficult Men. The Pinguin Pess, 320 pagina’s, € 17,49.