In aanbouw: gammel Huis voor Klokkenluiders

Nederland krijgt een Huis voor Klokkenluiders. In de Tweede Kamer klinkt brede steun voor dit plan van de SP. Drie deskundigen vinden het ondoordacht.

Een Huis voor Klokkenluiders staat in de steigers. Volgende week bespreekt de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel om dit op te richten. Een meerderheid tekent zich reeds af.

Klokkenluiders brengen – vaak met persoonlijke opoffering – misstanden aan het licht, zodat die onderzocht en aangepakt kunnen worden. Het is daarom onze morele plicht klokkenluiders zo goed mogelijk te ondersteunen.

Er kleven nogal wat minpunten aan dit ini-tiatief. Maar laten we eerst het organisatieplan eens onder de loep nemen.

Het idee is het Huis onder te brengen bij de Nationale Ombudsman. Diezelfde Ombudsman moet de meldingen ook gaan onderzoeken. Volgens de initiatiefnemer, Kamerlid Ronald van Raak (SP), zou het Huis voor Klokkenluiders een unicum in de wereld zijn. Dat klopt. Nergens anders wordt een klokkenluidershuis – een naam die veiligheid en bescherming voor de klokkenluider belooft – gecombineerd met de bevoegdheid de gemelde misstand te onderzoeken. Daar is een goede reden voor. Neutraliteit is noodzakelijk om te kunnen beoordelen of de aangeleverde informatie over een vermeende misstand ook daadwerkelijk een onderzoek rechtvaardigt en – zo ja – om dat onderzoek grondig en fair uit te voeren.

Die neutraliteit verhoudt zich slecht met bescherming bieden aan slechts één van de betrokken partijen. Het is daarom essentieel de bescherming van klokkenluiders duidelijk te scheiden van het onderzoek naar de melding. Het wetsvoorstel wekt bij kwetsbare mensen nu verwachtingen die niet kunnen worden waargemaakt. Dat is kwalijk voor de klokkenluiders en schaadt ook de integriteit van ons bestuur.

Screenen

Het geheel aan organisaties dat zich met integriteit en goed besturen bezighoudt, is inmiddels behoorlijk onoverzichtelijk: We kennen bijvoorbeeld het Adviespunt Klokkenluiders dat doorverwijst naar andere; Er bestaat een Onderzoeksraad Integriteit Overheid als meldpunt, met enige mogelijkheid voor onderzoek; We kennen een Bureau Integriteit Openbare Sector (BIOS) voor informatie verzamelen en advies. Daarnaast zijn er: voor strafrechtelijk onderzoek de Rijksrecherche, voor screenen het bureau Bibob, voor behoorlijkheidsonderzoek de Nationale Ombudsman, en verder nog de Algemene Rekenkamer en allerlei klachteninstanties, inspecties en opsporingsdiensten. En dan hebben we het alleen nog maar over de integriteit binnen de overheid, niet over die binnen het bedrijfsleven.

Hier bovenop komt, als het aan de indieners van het wetsvoorstel ligt, ook nog een Huis voor Klokkenluiders. Dit rijke palet aan organisaties toont weliswaar hoe belangrijk we het thema integriteit tegenwoordig vinden, maar tegelijkertijd is duidelijk dat de samenhang tussen al die instanties ver te zoeken is.

Door de bomen zien we het bos niet meer. Denk aan de vele adviezen, het doorverwijzen (bijvoorbeeld via vertrouwenspersonen), meldpunten, initiatieven om die melders weer te beschermen, onderzoeken naar meldingen (disciplinair en strafrechtelijk) en allerlei maatregelen om misstanden te voorkomen (van risico-analyes tot advisering en training).

Deze versnippering vraagt om een overkoepelende politieke visie. Die ontbreekt in het wetsvoorstel. Eén van de ideeën is de bestaande voorzieningen (zoals BIOS, de Onderzoeksraad Integriteit Overheid en de klokkenluiders- meldpunten) bij elkaar brengen, bijvoorbeeld in een nieuw landelijk Bureau Integriteit Openbaar Bestuur, met de nadruk op het openbaar bestuur, zowel landelijk, provinciaal als lokaal.

Zo’n bureau zou kunnen dienen als dé instantie voor integriteit van ons bestuur, met daarbinnen scherp te scheiden functies en taken. Want waar we vooral behoefte aan hebben, is enerzijds een centraal meldpunt, een voorziening om klokkenluiders hulp en bescherming te bieden, en anderzijds een instantie voor onafhankelijk, niet-strafrechtelijk onderzoek naar meldingen. Voor de marktsector, die tot op heden zelf opmerkelijk weinig initiatief toont, zou een zelfde bureau ingesteld moeten worden.

Over zulke wezenlijke kwesties zou het Kamerdebat volgende week moeten gaan. Alle lof voor de goede bedoelingen van de indieners van het wetsvoorstel, maar als over de fundering niet is nagedacht, moet je geen huis willen bouwen. Dat verzakt. Dat geldt ook voor een Huis voor de Klokkenluiders.