Hij was veelzijdig en vol zelfspot

Redacteur literatuur

Zaterdag stond Thomas Blondeau op de cover van de zaterdagbijlage van nrc.next, met een foto waarin zijn gezicht net boven zijn dekbed uitstak. De kop: „Thomas Blondeau vond de liefde terug.” In de nacht van zaterdag op zondag overleed de in Amsterdam wonende Vlaamse schrijver aan een hartslagaderbreuk. Hij werd 35 jaar.

Dit najaar verscheen Blondeaus laatste boek: Het West-Vlaams versierhandboek, een autobiografische roman over een naar Nederland geëmigreerde Vlaamse schrijver die terugkeert naar zijn geboortedorp om een verloren liefde te verwerken. Het dorp blijkt in de ban van een populistische volksmenner. Die combinatie van thema’s tekende de veelzijdigheid van Blondeau, die niet alleen actief was als literator, maar ook redacteur was van het Leidse universiteitsblad Mare en columnist van De Standaard. „Hoe kan het dat veel schrijvers zich willen beperken tot maar één sfeer van het leven”, vroeg hij zich in nrc.next af. „Het doet mij genoegen zo veel mogelijk van de wereld te leren kennen, daarom ben ik ook journalist en schrijver, en geen kluizenaar.”

Blondeau werd op 21 juni 1978 in het Belgische Poperinge geboren en verhuisde vijftien jaar geleden naar Nederland. Hij debuteerde in 2006 met de roman eX, over een groep Vlaamse jongens die op zoek zijn naar een meeslepend leven. Het boek werd geprezen om de humor en de lichte toon. Zelfspot klonk ook door in de vele stukken die Blondeau schreef voor nrc.next. Deze zomer besprak hij ‘zelfhulpboeken over de liefde’. Het West-Vlaams versierhandboek was volgens NRC Handelsblad „een amusante, vlot vertelde mengeling van ontwikkelingsroman en streekgeschiedenis, zelfonderzoek en dorpspomp, hartzeer en veel folkloristische leutigheid”.

Het liefdesverdriet waarover die roman handelde – al verzette Blondeau zich tegen zowel het etiket ‘liefdesverdriet’ als ‘depressie’ – verwerkte hij door veel te werken en te lezen. Het leverde onder meer twee bloemlezingen op: een met erotische literatuur en een met werk van jonge schrijvers (20 onder 35). Die waren ook bedoeld om anderen aan het lezen te krijgen.

Zaterdag prees hij het rouwdagboek van Roland Barthes, die alleen in clichés over het verdriet om zijn overleden moeder kon praten. „Dat vind ik absoluut troostend. Vanwege het simpele besef dat iemand tegen je zegt: je bent niet alleen, het is niet gênant.”