Hij was nog zoekende, vertelde hij z’n lezers

Thomas Blondeau zit er zelf bij, maar dat houdt niemand tegen om te zeggen wat ze van zijn boek vonden. Dat de hoofdpersoon van Het West-Vlaams versierhandboek irritant was. En dat inleven daardoor moeilijk was. Dat die ene seksscène niet geloofwaardig was. Dat het, zucht, over een schrijver ging die over schrijven schreef.

Het is begin september en Blondeau en zijn boek zijn lijdend voorwerp, tijdens een leesclub van literair tijdschrift Das Magazin, op de bovenverdieping van een Amsterdams café. Van tevoren hebben de 23 leesclubbers – journalisten, uitgeverijmedewerkers, iemand die bij Delta Lloyd werkt, iemand uit de zorg, ondergetekende – het boek gelezen.

De rol van Blondeau is vanavond dat hij „misschien af en toe ook iets zinnigs kon zeggen”. Soms verdedigt hij zich. „Hij is meer dan een dorpsgek hoor”, zegt hij over het personage Jozua Goeminne, een zwaarlijvige figuur die zich ontpopt als populistisch dorpspoliticus. En Blondeau vertelt over de worsteling van het schrijven, toen iemand zei dat ze het deel over de dorpspolitiek „veel interessanter” vond dan het leven van de hoofdpersoon. Blondeau: „Mijn vorige boek ging over de terroristische aanslagen in Londen in 2005. Maar veel lezers bleken het veel interessanter te vinden om te weten of de hoofdpersoon zijn ex terugkreeg.”

Blondeau toont zich een schrijver die nog zoekende is naar wat wel en niet werkt, en die soms anders begrepen wordt dan hij bedoelde.

„Ik begreep soms niks van die korte hoofdstukjes, die onderbrekingen”, bekent een jongen. Blondeau: „Veel verhalen lopen netjes van A tot Z, ja. Maar ik wilde die voorspelbaarheid voorkomen. Dan maar onderbreken, zodat je niet het gevoel hebt dat we hier een gewoon verhaaltje aan het vertellen zijn.”

Blondeau heeft geworsteld met zijn derde roman, vertelt hij. „Ik heb veel beginnetjes weggegooid, omdat ze alleen maar leken op andere boeken. Over een huwelijk in een Normandisch landhuis, over een arts die een frauduleuze zaak opzet.”

Het West-Vlaams versierhandboek werd enigszins autobiografisch. „Ik ben zelf nooit uit een helikopter gesprongen en heb nooit een weeshuis ontzet, maar toch is mijn leven de moeite waard – waarom zou ik er dan niet over schrijven.” Maar zijn hoofdpersoon, schrijver Raf, worstelt daarmee. Een verhaal over een man die teruggaat naar zijn geboortegrond na een verbroken relatie – vervalt hij met zo’n standaardverhaal niet in clichés? De voetnoten in het boek geven die worsteling weer. Bij een flauwe grap staat: ‘Nee, die gaat te ver.’

Een jongen zegt dat hij dat onduidelijk vond: „Raf doet steeds ironisch over zijn gevoelens. Ik wist niet zo goed wat ik ervan moest denken.” Blondeau: „Daar kampt de verteller ook mee, met de onmogelijkheid om zijn eigen leven en gevoel serieus te nemen. Maar hij wil wel degelijk dat boek over zijn gevoelens schrijven, want dat is het enige wat hij oprecht voelt.”