Grotere greep van de staat op de staatsbedrijven

‘Privatiseren tenzij’ was het adagium eind jaren tachtig en jaren negentig toen het in was om de overheid af te slanken en taken die net zo goed door het bedrijfsleven konden worden uitgevoerd, van staatswege af te stoten. Het leidde ertoe dat de staat zijn aandelen in onder meer KPN, TNT, Hoogovens, PinkRoccade, AVR, Connexxion, SDU en NOB verkocht. Dus in sectoren als post, telecommunicatie, staal, uitgeverij, afvalverwerking en openbaar vervoer.

Dat gebeurde ook de laatste jaren nog, hoewel op initiatief van de toenmalige minister van Financiën Bos (PvdA) vanaf 2007 het motto luidde: ‘publiek tenzij’. Vervolgens, en geheel onbedoeld, nam het aantal staatsdeelnemingen schrikbarend toe: de crisis in de financiële sector noopte de staat ertoe banken en verzekeraars over te nemen. Vanzelfsprekend zijn dit staatsdeelnemingen die eindig zijn. Om investeringen financieel haalbaar te maken, nam de rijksoverheid een minderheidsaandeel in het Havenbedrijf Rotterdam.

Het kabinet-Rutte II heeft, op voorstel van minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA), nu een nieuwe strategie uitgezet, zonder er een ideologisch stempel op te drukken. Dat lag met een kabinet van VVD en PvdA in dit tijdsgewricht voor de hand. Maar een feit is wel dat de greep van de staat, met name de minister van Financiën, op bedrijven waarin hij deelneemt of waarvan hij de aandelen voor 100 procent bezit, steviger wordt. Anders dan blijkbaar voor telecommunicatie, geldt voor de infrastructuur die de distributie van gas en elektriciteit mogelijk maakt, dat zij vitaal is en volledig in staatshanden blijft. In concreto: respectievelijk Gasunie en Tennet blijven geheel in overheidshanden.

Hetzelfde geldt voor NS en Schiphol; dit laatste ongetwijfeld tot leedwezen van VVD’er Zalm die in zijn tijd als minister van Financiën tevergeefs voor privatisering van de luchthaven ijverde. Eerder dan tot nu toe moet de leiding van deze bedrijven straks voor investeringen en strategische beslissingen goedkeuring krijgen van de grootaandeelhouder. Het debacle met de Fyra-treintoestellen heeft Dijsselbloem daarbij voor ogen gestaan.

Er zijn natuurlijk wel vraagtekens te plaatsen bij de dubbele petten die de staat zo blijft dragen wanneer bij de afweging van belangen bij uitbreiding van Schiphol of gunning van railvervoer ook zijn eigen financiële positie meespeelt. Maar het is logisch dat Nederland in dit opzicht niet (langer) liberaler wenst te zijn dan omringende landen met concurrerende staatsbedrijven.

Verder geldt: alleen als wet- en regelgeving tekortschieten, als ongewenste commerciële monopolies dreigen te ontstaan en bij vraagstukken als defensie en openbare orde hoort de staat aan de knoppen te zitten. ‘Privatiseren tenzij’ blijft een goed uitgangspunt.