Ger van Elk exposeert minikunst

Ger van Elk exposeert in Berlijn de zeven kleinste en meest bescheiden kunstwerken die hij ooit heeft gemaakt. „Kunstenaars slaan zichzelf steeds vaker op de borst, daar wilde ik op reageren.”

Zaal met aan de muur de minilandschappen van Ger van Elk in Berlijn. Foto’s Sebastian Schobbert/Lüttgenmeijer, Berlijn

De horizon, experimenten met vorm en op een ironische manier commentaar leveren op collega-kunstenaars. Deze drie vaste thema’s in het oeuvre van Ger van Elk (72) keren terug in het curieuze nieuwe werk dat de Amsterdamse kunstenaar dezer dagen in Berlijn presenteert.

Wie galerie Lüttgenmeijer betreedt voor Van Elks Sieben automatische Landschaften vreest mogelijk dat de tentoonstelling al voorbij is: waar is de kunst? Op de hagelwitte muren in de grote galerie hangen zeven kunstwerken kleiner dan luciferdoosjes: dunne, glazen boxjes gevuld met olie en water, waaraan kleurstoffen zijn toegevoegd. De olie is de hemel, het water de aarde. Per box variëren de kleurstellingen.

Klein? Van Elk grijnst. „De wereld van de moderne kunst wordt poeniger en poeniger. Alles moet almaar groter en kunstenaars slaan zichzelf steeds vaker op de borst. Daar heb ik een hekel aan en daar wilde ik op mijn manier op reageren.”

Van Elk, die vanaf de jaren zestig internationaal naam maakte met speels conceptueel werk, vertelt dat zijn nieuwe kunstwerken nog tienmaal groter zijn geworden dan hij van plan was. Zijn voornemen om ‘automatische landschappen’ te maken in glazen doosjes van één kubieke centimeter stuitte echter op natuurkrachten.

Dat kreeg Van Elk te horen toen hij zijn neef Daan Lenstra, hoogleraar aan de TU Delft, om advies vroeg. „In doosjes van één kubieke centimeter zouden capillaire en oppervlaktekrachten dominant worden”, zegt Lenstra. „Dat leek mij wel interessant, maar Ger niet. Hij wilde een rechte horizon tussen olie en water.” En dan met een lach: „Soms valt het niet mee om te begrijpen wat mijn neef in zijn hoofd heeft.”

Bij een formaat van 4 bij 2,5 bij 1,5 centimeter zou de ‘horizon’ niet bol gaan staan, becijferde Lenstra. Ook ging hij op zoek naar geschikte receptuur voor de vloeistoffen. Experimenten met koelvloeistof en voedingskleurstoffen leidden tot niks. Het was Bas, de vaste assistent van Van Elk, die uiteindelijk pigmenten vond die mooi egaal mengden met olie en water.

Door ziekte miste Ger van Elk de opening van zijn tentoonstelling in Berlijn. Als hij in Amsterdam foto’s ervan bekijkt en hoort dat er een verzamelaar belangstelling heeft getoond om het zevendelig kunstwerk te kopen (vraagprijs 45.000 euro), zegt hij met een grijns: „Zoveel gekken op de wereld.”

Volgens galeriehouder Robert Meijer sluit Van Elk zijn thema van de horizon af met de zeven kleine landschappen: „Wat dat betreft zijn het eindstippen binnen zijn oeuvre.”

Van Elk staat volop in de belangstelling. Op de Biënnale van Venetië was zijn werk afgelopen zomer op diverse plekken te zien. Volgend jaar mei exposeert hij in het Kröller-Müller Museum bij de George Seurat-tentoonstelling zijn flatscreens over het pointillisme, gevolgd door een expositie bij de Kunstverein München. In voorbereiding is daarnaast een groot overzicht van zijn werk dat in 2015 op diverse plekken in Europa en de Verenigde Staten te zien zal zijn. „Wapenfeiten, daar gaat het om”, zegt Van Elk.

Ger van Elk ‘Sieben automatische Landschaften’. T/m 2/11 expositie in galerie Lüttgenmeijer, Berlijn. Inl: luettgenmeijer.com

    • Arjen Ribbens