Dit is wat hij zei in zijn laatste interview

Dit weekeinde stond een interview met Thomas Blondeau in de nieuwe nrc.next op zaterdag. Enkele fragmenten uit dat interview:

„Veel verstandige mensen zijn gevallen voor charismatische figuren. Ik denk dat wij dat allemaal graag willen. Als je iets aanbidt dat groter is dan jijzelf, verhef je jezelf. Je zal maar geleefd hebben zonder de absolute liefde gekend te hebben. Ik wens het je niet toe. Van Martha Nussbaum tot Coldplay is de liefde datgene wat het allemaal de moeite waard maakt.”

In je boek lijkt het idealiseren van de geliefde meer een afwijking dan een noodzakelijk onderdeel van de liefde.

„Ikzelf zou niet kunnen leven zonder het concept van utopie. Zoals filosoof Maurice Blanchot ooit zei: het dichtste dat we bij utopie kunnen komen is als twee geliefden in een bed liggen en er niet eens meer woorden nodig zijn om samen te zijn. Dat duurt maar heel kort, op een gegeven moment moet je naar de wc of de kat binnenlaten.”

Heb jij vaak zo’n moment gehad?

„Ja, absoluut. En daarom voel je je ook des te meer verraden als het stukloopt op [hij zet een gek stemmetje op] ‘het ging niet’”.

Hoe ben je van je liefdesverdriet afgekomen?

„Jaren geleden ging ik naar McDonald’s. Ik voelde me bij voorbaat schuldig tegenover de planeet én mijn lichaam. Maar toen draaide het meisje achter de kassa zich om. Je verwacht het niet, want ze had zo’n polo en een klep, maar ze was héél mooi. Toen besefte ik: er zijn zo veel mensen die fantastisch zijn. Ik zal ze nooit allemaal ontmoeten, laat staan zoenen, maar dat geeft niet. Achter de hoek, in de rij, kan iets zijn wat de moeite waard is. Dat heeft me altijd gaande gehouden.”

Zijn werk als journalist helpt Blondeau bij het ontmoeten van interessante mensen die zich ‘om de hoek’ bevinden. „Dankzij journalistiek heb ik een Nobelprijswinnaar en pornosterren gesproken. Het doet mij veel genoegen zoveel mogelijk van de wereld te leren kennen, daarom ben ik ook journalist en schrijver, en geen kluizenaar. Alleen mijn angsten weerhouden me er soms van daarin verder te gaan dan ik al doe.”

Welke angsten?

„Ik ben bang om arm te zijn. Ik ben bang om niets te doen. Ik ben bang voor fietsen in Amsterdam. Vaak zie ik ook op tegen ontmoetingen – een angst is het niet, maar ik moet me ertoe zetten. Bijna iedere afspraak wil ik eigenlijk afzeggen. Dat doe ik natuurlijk niet. Ik geloof heilig in het adagium: doe elke dag iets waar je bang voor bent. Het kan gaan om kleine dingen: toch die persoon aanspreken die er gevaarlijk uitziet en wiens muziek te hard staat. Je moet leren leven met je angsten. We zitten allemaal in een cel, maar we kunnen hem aangenaam aankleden.”

Lees het hele interview terug via nrc.nl