Deze vang je gewoon in de stad

Vissen is meer dan aan de slootkant wachten tot je beet hebt Er zwemt genoeg rond in het water van de stad Je kunt met een stadvisser en ecoloog op excursie (en nieuwe soorten ontdekken)

Illustratie Thinkstock

Vissen is al lang niet meer een hobby voor mannen van middelbare leeftijd in regenjas en lieslaarzen in een afgelegen natuurgebied. Vis zit ook overal in de stad. Ga bijvoorbeeld eens Streetfishen: gewoon in de binnenstad, zonder moeilijk gedoe met lieslaarzen, stoeltjes die weigeren uit te klappen en ingewikkelde camouflagetenten. Of gooi een hengeltje uit vanuit een kajak midden op de Amsterdamse Wallen.

Je kunt ook het water op met Piet Ruijter en Martin Melchers, respectievelijk beroepsvisser en stadsecoloog.

Dat doet visfanaat Joeri Lans vandaag. Hij heeft deze trip voor zijn verjaardag gekregen. Hij vist bijna ieder weekend, en hij is verslaafd aan Discovery’s Deadliest Catch. Dit uitje leek zijn vrouw dus wel een passend cadeau.

Terwijl visser Piet Ruijter alle benodigdheden voor een dag vissen aan boord tilt – witte bolletjes met ham en kaas, koffie, thee, blikjes frisdrank, een extra visserspak en werkhandschoenen – wijst ecoloog Martin Melchers op een kaart van Amsterdam. Hij laat zien waar de onderzoeksfuiken liggen. Gisteren heeft Ruijter er vijf uitgezet, allemaal gemarkeerd met een oranje vlaggetje. Tussen het filmmuseum Eye en het Centraal Station steekt het eerste vlaggetje uit het water van het IJ. Terwijl hij geroutineerd een veerpont en cruiseschip ontwijkt, stuurt Ruijter boot Debbie 2 – vernoemd naar zijn dochter – op de fuik af.

Ruijter en Melchers kennen elkaar al dertig jaar. Melchers voer al die tijd regelmatig mee met de visser om te zien wat er zoal rondzwemt in de wateren van Amsterdam. Toen Ruijter niet langer kon rondkomen van de commerciële visvangst – onder meer doordat hij in een groot deel van zijn visgebied geen paling meer mocht vangen – kwam Melchers met het idee van een ‘vistocht voor betalende gasten’. Samen met die gasten, vandaag alleen Joeri Lans, varen ze uit om onderzoek te doen in opdracht van de gemeente, de haven en het waterleidingbedrijf. „Piets netten zijn mijn ogen onder water”, zegt Melchers daarover.

Ruijter trekt het onderzoeksnet binnenboord en schudt de vangst uit in een witte plastic bak met water: een kleine zeebaars, drie steurgarnalen, een kleine snoekbaars, een aal, en iets wat nog het meest lijkt op vlokken gelatine: Amerikaanse ribkwallen, een exoot die het Amsterdamse IJ-water uiterst succesvol heeft weten te koloniseren.

„Het ecosysteem is hier niet te duiden”, zegt Martin Melchers. Een nieuwe soort is niet uitzonderlijk. Alleen al deze zomer kon hij er drie noteren, vaak exoten uit Centraal-Azië: het IJ staat via de Rijn en de Donau in verbinding met de Kaspische Zee. Het is nooit te voorspellen wat een nieuwe soort doet, zegt hij. „We zien dat de exoten inheemse vissen eten, maar ze dienen zelf ook weer als voedsel.”

Op dit moment is er nog geen nieuwe soort die Ruijter geld oplevert. Ze zijn te klein of niet lekker. Eerder lastig zijn ze, zoals de trompetkalkkokerworm: de op koraalachtige klonten verzwaren de netten alleen maar.

Terwijl Joeri Lans de vangst meet, noteert Melchers soort en lengte in zijn blocnote. De steurgarnalen verdwijnen in een glazen potje, samen met een paar kwallen die per ongeluk meeglibberen. Joeri Lans verbaast zich: „Kwallen in het IJ, nooit gedacht.”

In een volgende fuik zit, behalve weer een handvol ribkwallen, ook een piepklein, veel ronder kwalletje. „Een nieuwe soort in het IJ!”, roept Melchers uit, terwijl hij het weekdiertje uit alle mogelijke hoeken fotografeert. Welke soort het is, dat weet hij niet. Een paar dagen later mailt hij. Het onderzoek is nog in bezig: „De experts komen er niet uit. Het kan zomaar een nieuwe soort voor Nederland zijn.”

Meevaren met Piet Ruijter en Martin Melchers kost 75 euro per dag. Kijk op vismetpiet.nl

    • Rosanne Kropman