Column

Bijzonder ambtenaar Thomas Blondeau

Thomas Blondeau was niet alleen een talentvol schrijver; met hem is ook een begaafd ambtenaar in de burgerlijke stand verloren gegaan. In augustus sloot hij als bijzonder ambtenaar in de Uilenburger Sjoel in Amsterdam een huwelijk tussen twee vrienden. Ik was er als collega uitgenodigd – reden waarom ik heb getwijfeld of ik er hier wel over moet beginnen. Zoiets wordt al snel klef, zeker als het ook nog om NRC-collega’s gaat. Maar het zou dankzij Blondeau zo’n speciale plechtigheid worden tussen ,,een Nederlander, een Jood en een Belg”, zijn woorden, dat ik het toch maar doe. Hopelijk zegt het ook iets over zijn generatie.

Dit weekend belde de bruidegom, medecolumnist op deze plek Arjen van Veelen: zijn beste vriend was, vijfendertig jaar oud, nu zomaar overleden aan een hartslagaderbreuk. ’s Avonds wilde ik nog eens teruglezen wat Blondeau daar allemaal had gezegd, op die bruiloft, ingeleid met zijn oprecht vertwijfelde woorden: ,,Waaróm? Waarom willen jullie tróuwen?” Lachsalvo na lachsalvo zou daarop door de sjoel klateren.

De Uilenburger Sjoel is een vrijzinnige plek, een soort Rode Hoed voor Joden en alle belangstellenden die naar eigen goeddunken een weg naar nieuwe tradities zoeken. En dit bruidspaar, nu eenmaal gewend om vraag- dan wel ironietekens te plaatsen, was tot verrassing van velen vastbesloten: zij gingen hier eens even in alle ernst trouwen. Niks ironie.

Maar waaróm? En hóe? Blondeaus toespraak was doorspekt met dit soort op zichzelf nogal relevante vragen en kanttekeningen. De bruid, Rosanne Hertzberger, beschreef hij ernstig als ,,een charmant vormgegeven stijlbreuk”. Weer een lachsalvo. Blondeau’s onopgesmukte eerlijkheid, opgediend in dat toch wel conventionele decor, onder het baldakijn dat Joden een choepa noemen: het was doodernstig en dolkomisch tegelijk. Blondeau leek alle religieuze huwelijkstradities te betwijfelen. Maar tussen die brokstukken wilde hij in woorden wél een gemeend, liefdevol verbond tot stand brengen tussen zijn vrienden en ,,uiteindelijk de hele wereld”. Voor minder was deze Belg geen bijzonder ambtenaar in Nederland geworden. Over ambitie gesproken.

En toen we na afloop allemaal weer op weg waren naar buiten, leek ik niet de enige met een plotselinge aandrang tot een beetje huppelen en zacht juichen. Hier was iets blijvends geschapen, al had ik nog geen idee wat nou precies. Misschien de troost dat er na achterhaalde tradities niet alleen leegte overblijft. Als dat geen kunst was.

Alleen de aanstichter van dat moois leek in zijn nieuwe pak even overvallen door de somberheid die hoort bij zenuwslopend optreden. Hij verschool zich achter een spiegelende pilotenbril. Alsof Thomas Blondeau toch wat bezorgd was dat zijn cool, zie de strakke foto’s bij zijn talrijke interviews, nu verspeeld was bij al die aantrekkelijke, jonge, ironische bruiloftsgasten om hem heen.

Tot overmaat van ramp jubelde ik hem toen nog als een soort iets te hartelijke tante toe hoe bijzonder hij was geweest. Thomas Blondeau keek enigszins overvallen en verrast: ,,Ja? Echt?”

Ja. Echt.