Achtergrond Hoe meet je racisme?

Wie wil weten of Nederland een corrupt land is, raadpleegt een van de vele indexen die daarvoor bestaan en ziet al snel dat we bij de tien minst corrupte landen van de wereld horen. Maar wie wil weten of we een racistisch volk zijn, vindt geen antwoord.

De organisatie die in Nederland racisme monitort is de Anne Frank Stichting. Samen met de Universiteit Leiden publiceerde ze een racismemonitor tussen 2004 en 2010. Die bevat hoofdstukken over racistisch geweld, extreemrechtste formaties en Islamitisch radicalisme. Maar cijfers over de omvang van racisme komen er niet in voor.

Recent onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut leverde wel getallen op. De onderzoekers zochten in een database met alle incidenten die door de politie in 2010 en 2011 zijn geregistreerd. De incidenten die met racisme te maken hadden telden ze op. Racistisch schelden bijvoorbeeld of het bekladden van een synagoge. Resultaat: in 2010 waren er 1302 incidenten die met racisme te maken hadden. Een jaar later waren dat er 1262. Vrij constant dus.

Maar wat zeggen deze cijfers over de mate van racisme in Nederland? Hoe racistisch zijn wij in vergelijking met andere landen? En wat valt er eigenlijk onder racisme?

„Het is inderdaad heel moeilijk om racisme te meten”, zegt Jaco Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Makkelijker meetbaar is zijn portefeuille: etnische discriminatie op de arbeidsmarkt. Om te meten of een niet-westerse immigrant een kleinere kans op een baan heeft in Nederland dan een autochtoon, gebruikt Dagevos ‘de praktijktest’: laat een allochtoon en een autochtoon met eenzelfde cv reageren op een bestaande vacature en zie wie er wordt aangenomen.

Het onderzoek ‘Liever Mark dan Mohammed’ naar de arbeidspositie van migranten is zo opgebouwd. Twee fictieve kandidaten solliciteerden per brief op bestaande vacatures, de een ondertekend met een Nederlandse naam, Rob Bosman, de ander met een niet-westerse naam, Hassan Abderrahim. Ook reageerden Rob en Hassan telefonisch met als doel een uitnodiging voor een gesprek. Wat bleek is dat werkgevers een onvriendelijker toon aanslaan tegen Hassan, ze tonen minder interesse in hem en ze ontmoedigen hem vaker om te solliciteren dan Rob.

Voor een ander onderzoek stuurde Dagevos twintig acteurs langs bij uitzendbureaus. Ze spraken allemaal perfect Nederlands, maar hadden verschillende etnische achtergronden. Van de Robs die het uitzendbureau binnenliepen, kreeg 46 procent werk aangeboden. De Hassans met precies hetzelfde cv hadden slechts 28 procent kans op een baanaanbod.

Dat racisme in Nederland voor problemen zorgt is duidelijk. Maar of wij racistischer zijn dan andere landen blijft gissen.