Zakie

In Buitenhof zat zondagmiddag Wim van de Camp, CDA-Europarlementariër, tegenover Saskia Bonjour, een migratiedeskundige. Het ging over de opvang van vluchtelingen uit Noord-Afrika, van wie er de laatste weken 400 op de Middellandse Zee zijn omgekomen. Van de Camp verwoordde het officiële Nederlandse standpunt: opvang dáár, eventueel aangestuurd door marineschepen: „Dat hele zakie moeten wij ontmoedigen.” Bonjour vond dat Nederland meer mogelijkheden moet bieden voor legale migratie. Volgens haar gaf Van de Camp een schijnoplossing; de vluchtelingen zullen nog riskantere routes nemen, zoals Amerika met Mexicaanse vluchtelingen merkt.

De achteloze vanzelfsprekendheid waarmee Van de Camp het hele zakie wilde ontmoedigen, trof me. Het valt niet te ontkennen dat het om een complexe, misschien wel onoplosbare kwestie gaat, maar bij mensen als Van de Camp lijkt het zelfs niet op te komen dat je op zijn minst over humanere oplossingen zou kunnen nadenken.

Het zal wel te maken hebben met „het discriminatoire, racistische politieke tij” in Nederland dat onze nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer later in Buitenhof signaleerde. Daarmee maakt hij zich weer tot mikpunt van veel gejammer en gehoon, maar gelukkig is Brenninkmeijer niet bang aangelegd. Hij vertelde dat Nederland in Europa op het gebied van discriminatie de derde plaats inneemt, achter Griekenland en Oostenrijk.

Het contrast met landen als Duitsland en Zweden is groot. In Die Zeit, het Duitse kwaliteitsweekblad, las ik een interview met de Zweedse migratieminister Tobias Billström. Hij vertelde dat Zweden dit jaar 10.000 Syrische vluchtelingen heeft opgenomen. „Samen hebben Duitsland en Zweden sinds het begin van het conflict 36.000 vluchtelingen uit Syrië opgenomen, dat is tweederde van alle Syrische vluchtelingen in de Europese Unie.”

Dat is andere koek dan die 50 vluchtelingen die staatssecretaris Teeven in een aanval van edelmoedigheid door de vingers wilde zien.

„Wij zijn trots op ons asielsysteem”, zegt Billström, een conservatieve liberaal. Hij vindt dat zowel economische als politieke vluchtelingen een kans moeten krijgen. De EU-landen moeten zich verplichten jaarlijks een aantal vluchtelingen uit crisisgebieden op te nemen, zegt hij.

„Een eenvoudige rekensom: Zweden neemt nu jaarlijks 1.900 van deze UN-vluchtelingen en heeft 9,5 miljoen inwoners. Als alle 28 EU-landen gemeten naar hun inwonertal evenveel vluchtelingen zouden opnemen, kunnen wij samen jaarlijks 100.000 vluchtelingen onderdak bieden. (…) Tot dusver ontbreekt de gemeenschappelijke politieke wil.”

Misschien onderschat Billström de populistische tegenkrachten die ook in Zweden het tij kunnen keren. Maar hij probeert in ieder geval de oplossing te zoeken in een humanere richting dan de ijskoude ‘zakie’-benadering van Van de Camp. En tot dusver is Billström nog niet teruggefloten door de Zweedse samenleving.

Vermoedelijk is daar het geestelijke klimaat welwillender dan in Nederland. Ook voor Duitsland lijkt dat nog steeds te gelden, het succes van migratiecriticus Thilo Sarrazin ten spijt. Op nota bene de voorpagina van Die Zeit las ik een vurig pleidooi van Andrea Böhm, redactiechef Nabije en Midden Oosten, voor een royale opname van vluchtelingen. „Duitsland heeft nu dankzij zijn leidende rol de gelegenheid ‘Europa’s schande’ (aldus paus Franciscus) te beëindigen.”