Wereldvrede

Miley Cyrus is een mooie jonge vrouw. Ze oogt zoals veel mooie jonge vrouwen ogen. Je zou haar dan ook niet herkennen als je haar tegenkwam op straat, tenzij ze zou verklappen dat je haar hebt gezien in het filmpje bij haar grote hit Wrecking Ball. „Ik zit daarin naakt op een sloopbal te zingen en ik lik aan een sloophamer”, zou ze zeggen. „O ja”, zou je antwoorden. „Nu je het zegt. Daar staat me inderdaad iets van bij.”

Fans reageren tamelijk laconiek op het filmpje van Cyrus. Leuk meisje, schrijven ze op YouTube, maar waarom moet ze overal aan likken? Zo zijn in de afgelopen tijd parodieën verschenen waarin de zangeres likt aan speeltuinschommels, postbodes, scientologieboeken en moeilijk te bereiken hoekjes van de koelkastdeur. Misschien is het een syndroom, zeggen de meer sophisticated internetters.

Toch maken serieuze beschouwers zich zorgen. Om de jeugd, die door Cyrus tot exhibitionisme wordt aangezet. En om Cyrus zelf, omdat ze zich laat prostitueren door de muziekindustrie. Zangeres Charlotte Church heeft zich nu met een verstandige lezing voor de BBC in het koor van bezorgde collega’s gevoegd. Uit eigen ervaring meldt ze dat de industrie zangeressen inderdaad krachtig dwingt in de richting van hoereren.

Er zijn urgentere kwesties, zeggen ze tegenwoordig in de kranten. Maar laten we een metastandpunt innemen, dan zullen we zien dat het onderwerp zo gek nog niet is. Vlak onder de oppervlakte woedt de discussie hoe autonoom vrouwen zijn in het publiekelijk inzetten van hun lichaam. Church legt de schuld gelukkig niet exclusief bij de mannen die eraan verdienen. De cultuur wordt voor een groot deel gedragen door vrouwen die er vatbaar voor zijn. „Trek je kleren uit. Laat zien dat je volwassen bent.”

De vraag is natuurlijk waarom jonge vrouwen en een enkele jongeman zich zo laten manipuleren. De jonge Nederlandse pianisten Arthur en Lucas Jussen hebben onlangs hun broek uitgetrokken voor de foto’s bij hun nieuwste cd. Van mij mag het, maar de vraag ‘waarom?’ dringt zich op.

Er zijn urgentere onderwerpen, zoals gezegd. Althans, alle commentatoren zeggen het zodra het probleem van stereotypering aan de orde komt. Krijgen vrouwen en mannen rare rollen opgedrongen in de reclame? Een mannelijke commentator zei onlangs dat je kennelijk ‘heel gelukkig’ bent als je tijd hebt voor zo’n onnozel onderwerp. De ophef, vond een mannelijke onderzoeker, is ‘onzinnig’. Kortom: ‘Aanstelfeminisme.’

Intussen komt er geen eind aan de stereotypering, de vaste ideeën die mensen hebben van zichzelf en elkaar. Te midden van de discussie over Miley Cyrus en haar sloopbal dook een vrouw op die betreurde dat ze als klein mens – ‘little person ’ – was opgetreden in het kielzog van de ster. Hollis Jane zong in het achtergrondkoor van Cyrus, verkleed als beer, en voelde zich ‘beschouwd als een rekwisiet’ door de organisatie. „In zo’n berenkostuum op dat podium staan was een van de meest vernederende dingen die ik ooit had kunnen doen.”

Op het blog Everydaydwarfism vertelt de naamloze, 27-jarige blogger over zijn leven als dwerg in de eenentwintigste eeuw. „Steeds wanneer ik hoor over een nieuwe film of een programma waarin mensen met dwerggroei de ‘sterren’ zijn, is mijn onmiddellijke reactie er een van diep scepticisme.” Hoe idioter de stereotypen, hoe boeiender en gezaghebbender hijzelf weer moet wezen om het beeld te doorbreken.

Stereotypering is hardnekkig en een bron van veel ellende. En er met elkaar over nadenken is vrijwel onmogelijk, omdat degenen die nergens last van hebben het een onnozel onderwerp vinden.

Witte mannelijke journalist op ThePostOnline: „Terwijl de ganse wereld in de stress schiet om economische groei, grondstoffen, voedsel en andere zaken in de sfeer van eerste levensbehoeften, discussiëren we in Europa over, pak ‘m beet, het aantal vrouwen in directiefuncties. Over de kleur schmink, die helpers op een pakjesboot op hun gezicht mogen smeren.” Witte mannelijke columnist in NRC: „Omdat we ons in dit hipstertijdperk meer bezighouden met pietluttigheden dan met wereldvrede.” Witte mannelijke modeontwerper in Het Parool: „Zwarte Piet. Tjsa, dat is ook weer zoiets: dan kunnen we ook gelijk wel stoppen met het beschilderen van eieren want dat is respectloos voor de kip.”

Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de witte heteroseksuele man – dat rare type waartoe ik zelf ook behoor – zichzelf in deze discussies wel erg parmantig naar voren schuift als maat van alle dingen. Hebben anderen last van stereotypering? Onderwerp van niks. De wereldvrede is veel belangrijker. Alleen denk ik dat die wereldvrede er nooit komt als mensen niet in staat zijn elkaars individualiteit serieus te nemen.

Maxim Februari is filosoof en schrijver. Deze column is wekelijks.