Tja, in Amsterdam komen ze je echt niet halen met een privéjet

De Marathon van Amsterdam trekt geen grote namen En de winnaar, de Keniaan Wilson Chebet, loopt geen supertijd Het is makkelijk te verklaren: een laag budget – veel lager dan dat van de Grote Zes

Sportredacteur

Mooie winnaar, mooie tijd, maar toch staat de marathon van Amsterdam op de wereldranglijst over 2013 net niet in de toptien. Met zijn derde overwinning op rij verschaft de Keniaan Wilson Chebet zich de titel ‘Mister Amsterdam’, maar zijn tijd van 2.05,36 uur – een parkoersrecord, dat wel – baart internationaal al lang geen opzien meer. Zo sterk is de marathon geëvolueerd.

De oorzaak van de voorlopig elfde plaats – twee seconden sneller dan de marathon van Rotterdam – ligt voor de hand: een laag budget. ‘Amsterdam’, evenals ‘Rotterdam’, grijpt op die manier steeds naast de grote namen, lopers die wel een tijd nabij het wereldrecord van 2.03,23 in de benen hebben. De elite laat zich lokken door steden als Londen en Berlijn, met New York, Chicago, Boston en Tokio als lucratieve alternatieven.

Tweede garnituur in Amsterdam

Hoeveel geld er in die marathons wordt rond gepompt is onbekend, omdat organisatoren hun budgetten angstig geheim houden. Maar dat het een miljoenenbusiness betreft is evident. ‘Londen’ kan het zich bijvoorbeeld permitteren Afrikaanse toplopers met privévliegtuigen op te halen.

De grote marathons hebben zich verenigd in de World Marathon Majors. Die zes investeren in aanlokkelijke startgelden en hebben als extra trekker een gezamenlijk klassement over twee jaar met een hoofdprijs van één miljoen dollar, voor zowel mannen als vrouwen. Ja, dan roomt de kwaliteit voor andere marathons snel af. Oneerbieding gesproken loopt in Amsterdam de tweede garnituur.

„Daar schrik ik weleens van”, zegt voormalig marathonloper en Europees kampioen Gerard Nijboer, die zelf nooit sneller dan 2.09,01 heeft gelopen. „Een tijd van 2.05,00 is tegenwoordig al modaal. Eigenlijk is het verbijsterend om te zien welke snelheden de toplopers tegenwoordig uit hun lijven persen. Voor blanke atleten om moedeloos van te worden. Er is in de Verenigde Staten een groep langeafstandslopers rond trainer Alberto Salazar die een beetje in de buurt van de Afrikanen komt, maar eigenlijk ook weer net niet. Voor hen blijft het hard werken voor een ongewis resultaat.”

De stormachtige ontwikkeling van de marathon heeft op Nederlands niveau tot gevolg dat Nijboer als coördinator wegatletiek bij de Atletiekunie nauw betrokken is bij de discussie welke richting het met de Nederlandse marathonlopers op moet. Een overleg met de beperking van een smalle beurs, want wegatletiek wordt niet ondersteund door sportkoepel NOC*NSF, waardoor de bond op de eigen portemonnee is aangewezen.

De wereldtop is mijlenver weg, hooguit op Europees niveau kan Nederland mee. In dat opzicht geldt de marathon van Amsterdam als een lichtpuntje, omdat Ronald Schröer (2.16,28) bij de mannen en Miranda Boonstra (2.31,49) bij de vrouwen als derde lopers aan de teamlimiet van het EK van volgend jaar in Zürich voldeden. Nederland mag met twee teams meedoen, waarmee een medaillekansje in het landenklassement ontstaat. Individueel zullen Nederlanders naar verwachting niet om de EK-medailles strijden, tenzij Michel Butter tijdig van zijn blessure is hersteld en hij zijn progressie op de marathon kan voortzetten.

Te klein voor de Grote Zes

Terug naar Chebet, de 28-jarige Keniaanse winnaar die zelf ook inziet dat de wereldtop voor hem te hoog is gegrepen. Dat merkt hij in Eldoret aan zijn gezamenlijke trainingen met wereldrecordhouder Wilson Kipsang, maar ook aan de lichte progressie die hijzelf maakt. Sinds zijn debuut in 2010 in Amsterdam met 2.06,12 heeft de goedlachse Keniaan niet sneller gelopen dan 2.05,27. Daarmee open je geen deuren bij de Grote Zes. Ja, Chebet kan komen lopen voor een lage startvergoeding, in de wetenschap dat de grote geldprijzen worden weggekaapt. Chebet kent zijn plaats. „Ik vind een overwinning belangrijker dan een toptijd. Ik zou weleens willen proberen om een snelle tijd in Berlijn te lopen, maar als volgend jaar de organisatoren van Amsterdam bellen, kom ik weer.” En gelijk heeft hij.

    • Henk Stouwdam