Mooi worstelende personages worden hypocriete karikaturen in Boermans’ enscenering van ‘De Ideale Man’

Anniek Pheifer als Gertrude Chiltern in ‘De Ideale Man’ Foto Kurt Van der Elst

„Je moet een vrouw nooit iets geven dat ze niet ook aan kan trekken”, zegt Ariane Schluter als Lady Cheveley, charmant sarcastisch, hooggehakt, gehuld in stoer-sexy zijden broekpak. Cheveley komt een feestje bij het echtpaar Robert en Gertrude Chiltern danig verstoren. Hun leven lijkt zowel materieel als moreel volmaakt. Hij (Mark Rietman) een schatrijk en populair politicus, zij (Anniek Pheifer) toonbeeld van perfectie en onvermoeibaar initiator van goede doelen, van hulp aan hongerende kinderen tot vrouwenemancipatie. Maar Cheveley kent een geheim dat hun perfecte leventje zal verwoesten. Weldra zal zij Robert, nu nog fier bovenop de apenrots, reduceren tot een jammerend jongetje.

De Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek (1946) maakte een eigentijdse bewerking van Oscar Wildes An Ideal Husband (1895), en het moralisme van Gertrude is een geestige toevoeging. Met haar onberispelijke kapsel is Gertrude een typische rijke weldoenster: onuitstaanbaar in haar gratuite morele superioriteit. Regisseur Theu Boermans ensceneert De Ideale Man in een realistisch decor (Bernhard Hammer) dat de designkeuken van het stel voorstelt, inclusief ijsblokjesmachine en espressoapparaat.

Jelinek voegde kapitalisme en seksestrijd toe aan Wilde, maar Boermans benadrukt de komedie. In het eerste bedrijf leidt dit tot welhaast volmaakt theater. Alles is perfect in balans; de komedie van Wilde, de maatschappijkritiek van Jelinek, de ironie van Boermans, de scherpe vertaling (Tom Kleijn), het gelikte decor-met-een-knipoog, het ietwat aangezette spel van alle – uitstekende – acteurs. In de lange scène die ze samen hebben zijn Schluter en Rietman ronduit superieur. Stembuigingen, veelzeggende gebaartjes, terloopse terzijdes, alles even joyeus en ontspannen; hun techniek en timing is perfect. Het moment dat Rietman financieel advies geeft aan de zaal, is een hilarisch hoogtepunt.

Daarna pakken Boermans’ keuzes minder goed uit. Het spel wordt alsmaar vetter en met elke deur die dichtslaat dendert een stuk decor naar beneden. Een metafoor voor het leugenachtige leven van de Chilterns? Of is de kluchtige ingreep bedoeld om het suffe plotje van Wilde (brieven, persoonsverwisseling en misverstand) te ridiculiseren? Hoe dan ook gooit Boermans het kind met het badwater weg: van de interessante morele en relationele verwarring die Jelinek bij Wilde uitvergrootte, blijft weinig tot niks over. De mooi worstelende personages uit het eerste (en tweede) bedrijf zijn aan het slot zonder uitzondering hypocriete karikaturen. Zo is De Ideale Man een vermakelijk theaterfeestje, maar zonder de grootse impact die de voorstelling aanvankelijk belooft.

    • Herien Wensink