Mijn jaar met Elliott Smith

Elliott Smith op Lowlands, augustus 1998. Foto Hollandse Hoogte / Lex van Rossen

Het is vandaag precies tien jaar geleden dat zanger Elliott Smith stierf. Waarschijnlijk pleegde de enigmatische muzikant, die beroemd werd tegen wil en dank, zelfmoord. Waarom deed hij dat? Of is hij vermoord? Schrijver en nrc.nl-redacteur Peter Zantingh las, zag en luisterde de afgelopen twaalf maanden alles wat hij over Smith kon vinden.

Mijn fascinatie voor Elliott Smith begon vorig jaar rond deze tijd, met een anekdote die later niet waar bleek te zijn.

Een jaar na zijn dood (op 34-jarige leeftijd) kwam zijn laatste album uit, met nummers waar hij in de laatste drie jaar van zijn leven aan gewerkt had. Op één van die nummers, ‘King’s Crossing’, zingt hij “give me one good reason not to do it”. Als je goed luistert, hoor je zijn moeder en zus daarop antwoorden “because we love you”. Het was tijdens concerten een gewoonte geworden dat vanuit de zaal te doen en na zijn dood spraken ze het zinnetje in de studio in. Een prachtig en dieptreurig verhaal, maar zo ging het dus niet. Toen ik me in zijn leven begon te verdiepen, ontdekte ik dat het de stem van Jennifer Chiba is, zijn vriendin. Smith had haar bij leven al gevraagd de tekst in te spreken voor het nummer.

Maar toen was ik al bezig te verdrinken in alles wat ik over zijn vreemde leven kon vinden.

Volgens Last.fm luisterde ik de afgelopen twaalf maanden 885 keer naar een liedje van hem. Ik maakte een Spotify-playlist met al zijn albums erin. Ik zocht naar boeken over zijn leven (en vond er maar één, Elliott Smith and the Big Nothing van Benjamin Nugent, waarin eigenlijk alleen vage bekenden aan het woord komen) en maakte zelf een ebook van alle artikelen die ik over hem kon vinden. Ik las het op mijn iPad alsof het een boek was dat ik zelf samengesteld had. Als ik ziek was, keek ik vanuit bed naar films waar zijn muziek in gebruikt was. American Beauty, met de Beatles-cover tijdens de aftiteling. Up In The Air. Uiteraard Good Will Hunting. En The Royal Tenenbaums, waarin ‘Needle In The Hay’ te horen is terwijl een van de hoofdpersonen in de badkamer probeert zelfmoord te plegen door zijn polsen door te snijden.

Als ik gedronken had, begon ik tegen anderen over hem te vertellen. Dat hij pas op latere leeftijd begon te vermoeden dat hij als klein jongetje misbruikt was door zijn stiefvader - en dat daar in zijn teksten verwijzingen naar te vinden zijn. Dat het bandje dat hij met studievrienden oprichtte, Heatmiser, steeds harder ging spelen omdat het tenslotte begin jaren negentig was, toen de wereld naar Nirvana luisterde. Dat Elliott zich daar steeds ongemakkelijker bij voelde. Thuis nam hij daarom zijn eigen liedjes op, klein en akoestisch, geïnspireerd door The Beatles, Bob Dylan en Elvis Costello. Ze waren voor niemand bedoeld en hoorden door niemand te worden gehoord. Maar een vriendin moedigde hem aan toch eens iets aan een platenmaatschappij te laten horen, en dat leverde hem zijn eerste contract op.

Ik vertelde vaak over de Oscars van 1998. Regisseur Gus van Sant, die net als Elliott in Portland woonde en hem daarom weleens had zien optreden, had hem een jaar eerder gevraagd wat liedjes aan te leveren voor zijn nieuwe film, Good Will Hunting, geschreven door de toen nog onbekende acteurs Matt Damon en Ben Affleck. Elliott stelde vijf bestaande nummers beschikbaar en schreef er voor de film nog een vierde bij, ‘Miss Misery’. De film werd een enorm succes (kosten tien miljoen, opbrengst 225 miljoen) en ‘Miss Misery’ werd voor een Oscar voor beste liedje genomineerd. Elliott trad op in de talkshow van Conan O’Brien en werd meer of meer gedwongen het nummer ook te komen zingen op de avond van de Oscaruitreiking.

Op YouTube staan twee versies van zijn optreden van die avond. De een is 2:06 lang en bevat alleen de uitvoering van het liedje, dat van de organisatie niet langer dan twee minuten mocht zijn. Elliott wilde het eigenlijk niet komen zingen, maar volgens de organisatie mocht hij zelf de voorwaarden bepalen, zodat hij zich zoveel mogelijk op zijn gemak kon voelen. Dan wil ik graag een krukje, zei hij, omdat dat makkelijker is tijdens het gitaarspelen. Dat was dan nét het enige dat niet kon: hij moest staan, met z’n voeten bij elkaar, in een volledig wit pak gestoken, zichtbaar ongemakkelijk en verlegen.

De tweede versie is langer, 3:54, omdat ook de uitreiking van de Oscar voor beste liedje erbij zit. Elliott verdwijnt na zijn korte optreden in de coulissen en komt er aan de andere kant weer uit, waar twee andere kanshebbers staan. Trisha Yearwood, genomineerd voor haar liedje uit een Disneyfilm Hercules, en Céline Dion, voor ‘My Heart Will Go On’ uit Titanic. De twee vrouwen gaan aan weerskanten van Elliott staan en nemen hem mee in een gezamenlijke buiging. Daarna komt Madonna de winnaar bekendmaken. Met de tegenzin van een pubermeisje dat haar spreekbeurt liever over iets anders had gehouden trekt ze de envelop open. ‘What a shocker’, zegt ze sarcastisch. Het winnende liedje is ‘My Heart Will Go On’.

http://www.youtube.com/watch?v=siUMfxpuwBI

Muzikaal was Elliott Smith in die jaren op zijn hoogtepunt. Either/Or (1997) bereikte een kleine groep liefhebbers en werd geprezen door de pers: het is “het soort muziek dat je zou horen in de lift naar de hemel: alles ziet er prachtig uit, maar toch baal je er wel van dat je dood bent”, schreef Pitchfork. Opvolger XO profiteerde van de Oscar-publiciteit: het verscheen in hetzelfde jaar bij het grote Dreamworks. Het album verkocht met 400.000 exemplaren veel beter dan voorgangers. Muziekblad SPIN gaf het een 10 en beschreef de liedjes als “zwerfhonden die om je heen blijven hangen omdat ze voor het eerst in hun leven een vriendelijk iemand zijn tegengekomen”.

Met zijn carrière ging het hard, maar met Elliott Smith ging het vanaf dat jaar mis, eigenlijk. XO was de winter voor de Oscars avond aan avond geschreven aan de bar van de Luna Lounge, een café in Lower Manhattan. Elliott was een paar maanden daarvoor naar New York verhuisd en werd daar - ook naar eigen zeggen - een alcoholist. Hij begon met het slikken van antidepressiva. Tegen vrienden begon hij over zelfmoord. Hij zei eens dat hij het zijn moeder niet kon aandoen, en dat hij daarom had besloten zijn lichaam gradueel te slopen met alcohol en drugs, in plaats van in één keer. Toch deed hij dat jaar een serieuze poging, door op een avond in North Carolina in dronken toestand in het donker een ravijn in te rennen. Een boom brak zijn val. “Ja, ik ben een ravijn ingesprongen”, zei hij later in een interview, “maar laten we het ergens anders over hebben”.

In de jaren na zijn vijfde album, Figure 8 (2000), werd hij paranoïde. Hij dacht dat hij overal gevolgd werd door witte busjes en suggereerde in interviews dat Dreamworks bij hem inbrak om liedjes van zijn computer te stelen. Hij gaf 1.500 dollar per dag uit aan heroïne en crack. Eten deed hij bijna niet, hij vond niets lekker. Hij drukte sigaretten uit in zijn huid. De releasedatum van zijn volgende album, From a Basement on a Hill, moest steeds opgeschoven worden. Bij meerdere concerten was hij zo in de war dat hij geen enkel nummer kon afmaken, omdat tekst en akkoorden hem ontschoten. Er staan slechte opnames van op internet, en ik las herinneringen van mensen die erbij waren.

Fans joelden hem niet uit, liepen niet weg; ze hielpen hem door de volgende regel voor te zingen.

Al die dingen schreef ik ergens op. Ik maakte een Excel-bestand waarin ik alles op chronologische volgorde zette en elke nieuwe periode een andere kleur gaf: waar hij gewoond had, waar zijn albums waren opgenomen, welke vriendinnetjes hij had, waar hij had opgetreden, wanneer hij begon met welke drug. Bijzondere gebeurtenissen kregen een eigen regel.

Najaar 1996: Heatmiser uit elkaar.
5-3-1998: Nationaal televisiedebuut bij Conan O’Brien.
Najaar 1998: depressie, praat openlijk over zelfmoord.
6-8-2003: Jarig. Al een paar maanden clean. Stopt ook met alcohol, cafeïne en rood vlees.
21-10-2003: Dood.

Ik vond het politierapport op internet, openbaar gemaakt in januari 2004, een paar maanden na zijn dood. Het was destijds nieuws omdat het zijn dood bestempelde als een ‘waarschijnlijke zelfmoord’, maar moord niet uitsloot. De dader zou in dat laatste geval zijn vriendin, Jennifer Chiba, moeten zijn. Volgens haar vertelling hadden ze op die dinsdag rond het middaguur ruzie in hun huis in Los Angeles, waarop ze zichzelf opsloot in de badkamer. Toen ze hem hoorde schreeuwen, kwam ze weer naar buiten. Hij stond met zijn rug naar haar toe. Toen hij zich omdraaide, zag ze dat er een keukenmes van 20 centimeter in zijn borst stak. Hij hapte naar adem. Ze trok het mes eruit en belde het alarmnummer. Elliott draaide zich weer om en strompelde bij haar weg. Toen stortte hij in. Anderhalf uur later, in het ziekenhuis, overleed hij. Toen Chiba die dag aan de keukentafel werd ondervraagd door een agent, zagen ze het briefje pas. Een Post-it met “I’m so sorry - Love, Elliott. God forgive me”.

Er zijn nog steeds mensen die Chiba beschuldigen van de moord op Elliott Smith. Uit de autopsie bleek dat ‘hesitation wounds’ ontbraken, de kleine wondjes rondom de echte wond die normaal zijn in zo’n geval, omdat de zelfmoordenaar wil testen of de methode zal werken. Ook is het ongewoon dat iemand die zichzelf in het lichaam steekt, dat door de kleren heen doet. En op zijn polsen zaten wonden die wezen op zelfbescherming. Dat (volgens het politierapport) zijn voornaam op het afscheidsbriefje maar één t zou hebben gehad was een vierde aanwijzing voor complotdenkers, maar later werd duidelijk dat de dienstdoende agent de naam verkeerd had overgeschreven.

Toch staat voor de meesten mensen vast dat Elliott zelfmoord pleegde. Chiba had geen duidelijk motief, terwijl van Smith bekend was dat hij ertoe in staat was. En ja, het ontbreken van twijfelwonden en het door de kleren heen steken was ongewoon. Maar dat is een ravijn inrennen ook.

In mijn zoektocht naar meer informatie kwam ik in contact met twee studiegenoten, maar die haakten af toen ik vragen stelde over zijn drugsgebruik en zijn zelfmoord. Via Facebook stuurde ik een berichtje naar Quasi, de band waar hij mee tourde (ook in Nederland), maar die “doen geen interviews over Elliott”. Ik mailde veel met de webmaster van zijn officiële site, Charlie Ramirez, die na lang aandringen wel kon vertellen hoe hij die middag beleefd had, toen hij het nieuws over zijn dood als eerste naar buiten moest brengen, maar meer leverde het niet op. Charlie was ook maar een fan, die na optredens weleens met Elliott gesproken had, maar meer niet.

Zoekend naar aanwijzingen in zijn muziek voelde ik me soms als een Beatles-fan die gelooft dat Paul McCartney dood is omdat je dat kunt horen als je hun platen achterstevoren draait. Waar was ik precies naar op zoek? Kon ik antwoorden vinden in zijn muziek, of in de dingen die hij ooit eens had gezegd? Aan het begin van ‘King’s Crossing’ (dat nummer met ‘give me one good reason not to do it’), hoor je wat halve zinnen uit From an Abandoned Work van Samuel Beckett, en dat gaat weer over een problematische relatie met een stiefvader.

Ik sprak begin dit jaar met David Kleijwegt, een muziekjournalist die Elliott twee keer interviewde. Hij wist dat Elliott een keer tegen Jennifer had gezegd dat je om hem te begrijpen, het korte verhaal De Hongerkunstenaar van Franz Kafka moet lezen. In een boekhandel in Praag kwam ik later een Engelstalige bundel met korte verhalen van Kafka tegen. Ik bladerde het begin door, op zoek naar de index, en vond The Hunger Artist. Het gaat over een man wiens beroemde act het is om dagen achtereen niet te eten. Anderen wijten zijn ongelukkigheid aan het feit dat hij hongerig is, maar de echte reden is dat hij zich niet wil voegen naar de grillen van het publiek en de regels van zijn impresario. Hij sluit zich aan bij een circus, maar de attractie raakt uit de gratie, totdat hij eenzaam in een kooitje eindeloos blijft vasten zonder dat iemand op hem let. Vlak voor zijn dood wordt hij gevonden, waarop hij zegt dat hij niet bewonderd moet worden voor zijn prestaties: er was gewoonweg nooit iets te eten wat hij lekker vond.

Ik vind het lastig om naar foto’s van hem te kijken, nog steeds. Voor andere muzikale helden krijg ik nog meer sympathie als ik ze zie: John Lennon, Eddie Vedder, Glen Hansard van The Frames. Ze kijken je aan, weten hoe ze aan de opdracht van de fotograaf moeten voldoen zonder aan authenticiteit in te boeten. Elliott Smith was ongewoon schuchter, zijn donkere haar hing in onverzorgde slierten langs zijn oren, zijn huid had de putjes van iemand die zijn jeugdpuistjes jarenlang elke dag heeft uitgeknepen. Met zijn blik kon hij je door de foto heen plaatsvervangend verlegen maken.

Zo anders is zijn muziek. Ik luisterde er al jaren naar, maar nooit zo vaak als deze twaalf maanden. Als ik naar het station liep, als ik in de trein zat, als ik ‘s avonds laat op internet naar meer informatie zocht. Elliott Smith fluisterde zijn teksten, die dan in de studio gewoonlijk een paar keer gedubbeld werden. Op elk album is de instrumentatie iets rijker: in het begin nog alleen met gitaar, later meer en meer aangekleed. Maar het is altijd muziek voor herfstdagen als deze, wanneer het dagen achtereen regent.

Nu is hij tien jaar dood. Ik ben hier en daar iets dichterbij zijn leven gekomen, dat is waar, maar het probleem is dat ik niet meer zeker weet of ik daarnaar op zoek was. Ik vond een nummer van Ben Folds uit 2004, het jaar na zijn dood, waarin hij zingt: “Elliott, man, you played a fine guitar.” En later: “The songs you wrote, got me through a lot, just wanna tell you that.” Misschien was dat inderdaad genoeg geweest.

Ik weet niet waarom hij het deed. Ik weet net als iedereen (Jennifer Chiba uitgezonderd) niet zeker of hij het wel gedaan heeft. Ik weet niet wat hem bewoog. Ik ben, ondanks de boeken, de artikelen, de muziek en de films, het afgelopen jaar vrijwel niet dichterbij dat antwoord gekomen en ik ben er zelfs niet echt naar op zoek gegaan.

Ik zou ook niet weten wat ik met die zekerheid moet.

Dit stuk verscheen vanochtend op het weblog van Peter Zantingh. Een Spotify-playlist met de vijf nummers om Smith te leren kennen, vind je hier.