Opinie

    • Renske de Greef

Honderd jaar worden

Een tijdje geleden werd bekend dat de helft van de meisjes die nu geboren worden een goede kans heeft op een dag een taart met honderd kaarsen uit te mogen blazen.

Honderd jaar worden. Er zijn mensen die daarnaar uitkijken, het soort mensen dat bij een geest-uit-de-fles-moment gretig zou vragen om onsterfelijkheid, die er werkelijk naar verlangen in zo veel mogelijk jaren zo veel mogelijk mee te maken. Mij lijkt het daarentegen een absolute straf. Misschien komt het doordat ik mijn lichaam niet zie als een blakend, fit voertuig dat nog jarenlang trouwe dienst zal verlenen, maar eerder als iets dat in de komende jaren steeds meer kans zal zien me geniepig te verraden. Ik stel mezelf voor als honderdjarige: gekluisterd aan mijn stoel, binnen handbereik een drinkbeker appelsap en een Sudoku-boekje, de warme zon vervloekend omdat ze me benauwd maakt, de winter verfoeiend omdat de kou niet meer uit mijn botten wil trekken.

Ik las een interview met Albert Heringa, de man die in 2008 zijn negenennegentigjarige moeder hielp met zelfdoding en die daar nu voor terechtstaat: het OM heeft een celstraf van drie jaar voorwaardelijk geëist, morgen doet de rechter uitspraak. Volgens hem zijn er te weinig mogelijkheden voor ouderen om waardig een einde aan hun leven te maken: als er geen medische reden is, houdt het op. Volgens hem draagt het wettelijke verbod op hulp bij zelfdoding niets bij: je ontneemt de omgeving de mogelijkheid barmhartig te zijn. Daarbij kiezen de personen die het uiteindelijk belet wordt op een waardige manier te sterven soms voor andere, een stuk minder wenselijke methoden – die springen bijvoorbeeld voor een trein.

Zijn pleidooi treft me niet alleen als zeer verstandig, het roert me ook. Ik geloof in het idee ‘op’ te zijn. Dat het goed is. Klaar. Dat er weinig meer te kiezen valt, behalve dat ene, dat allerlaatste. Ik heb het bij een paar ouderen gezien. Hoe ze langzaam ondervonden dat het leven steeds meer werd afgeroomd: één voor één hielden de dingen op, de fietstochtjes, het traplopen, de aandacht die opgebracht moest worden voor langere gesprekken, het willen lezen van romans of krant. Dagen regen zich aaneen, de wereld kromp en het plezier was weg. Een gemis dat niet opgevuld kon worden door goedbedoelde suggesties als ‘anders probeer je een cursus Spaans’ of ‘kan je niet bij een klaverjasclubje?’ Het idee dat een ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden’ slechts op medische gronden kan bestaan, is onzinnig.

Hopelijk wordt Albert Heringa morgen vrijgesproken – en wordt de wet aangepast. Want als we allemaal ouder worden, hebben we ook meer vrijheid nodig.

    • Renske de Greef