Geen technische hoogstandjes maar loeren op een kansje

Nederlandse topspitsen vertrekken al jong naar het buitenland De echte topaanvallers zijn voor eredivisieclubs onbetaalbaar Dus gedijt de Nederlandse competitie bij ouderwetse cultspitsen

Redacteur Voetbal

Met een gebutste kop nam Marnix Kolder zaterdagavond plaats achter de bal. Al twee keer had hij die wedstrijd tijdelijk het veld moeten verlaten – één keer omdat zijn contactlens uit zijn oog was geslagen en een tweede maal nadat hij en Tonny Vilhena met hun hoofden tegen elkaar waren gebotst. Uit de wond op zijn oogkas stroomde nog bloed.

Kolders club Go Ahead Eagles stond thuis met 2-1 achter tegen Feyenoord toen hij één minuut voor tijd een vrije trap mocht nemen. En de 32-jarige spits uit Winschoten, een half leven lang topschutter van BV Veendam, deed het: hij schoot de bal langs Feyenoord-keeper Erwin Mulder en bezorgde zijn ploeg een gelijkspel.

De eredivisie gedijt bij cultspitsen – publiekslievelingen, niet omdat ze van wereldklasse zijn maar vanwege hun inzet en productiviteit. Nu echte topaanvallers financieel buiten bereik liggen, zorgt een spits als Kolder tenminste nog voor het nodige vermaak. Feyenoord-trainer Ronald Koeman sprak na afloop van de wedstrijd zijn „bewondering” uit voor de man die zijn ploeg twee punten ontnam. Voor de camera’s van Studio Sport zei hij dat Kolder „niet kapot te krijgen” is. „Het is er eentje van de oude stempel. Daar hou ik zeker van.”

Ook bij Roda JC loopt zo’n ouderwetse cultspits rond. Frank Demouge (31) kan bijna niet meer lopen, moet voor elke wedstrijd uitvoerig worden opgelapt en kan geen hele wedstrijden meer spelen. Maar koppen kan hij nog als de beste, en hij verliest zelden een persoonlijk duel. Zaterdag tegen RKC was hij weer eens de matchwinner, door zes minuten voor tijd de 1-2 binnen te koppen. Wie op het derde niveau in Engeland (bij AFC Bournemouth) mislukt, kan in de eredivisie gewoon nog mee, zo blijkt.

Het is aan de hand van een speler als Demouge niet zo moeilijk om schamper te doen over het niveau van de eredivisiespitsen. Nederlandse toppers als Robin van Persie spelen al jaren in het buitenland. Zelfs de lichting die daaronder zit, bijvoorbeeld Bas Dost, Luuk de Jong en Ricky van Wolfswinkel, gaat op jonge leeftijd al liever naar een middenmoter in een grote competitie dan naar de Nederlandse top.

Een complete spits à la Dennis Bergkamp, met de technische kwaliteiten van een schaduwspits en het Torinstinct van een afmaker, kent de eredivisie niet meer. Die moet het doen met op hun kansjes loerende aanvallers als Alfred Finnbogason en Tim Matavz, aanspeelpunten als Graziano Pellè en Marnix Kolder en stormrammen als Michael Higdon en Aurélien Joachim. Tot deze laatste categorie behoort ook Groningen-spits Género Zeefuik, die de bal uit pure bonkigheid nog weleens over de doellijn wil werken.

Maar het succes van Kolder – met vijf doelpunten de onbetwiste aanvalsleider van Go Ahead – bewijst toch ook de creativiteit bij de beleidsbepalers in de Nederlandse profcompetities. Kolder maakte 127 treffers op het tweede niveau, maar een kortstondig avontuur bij FC Groningen was eerder geen succes gebleken. In Deventer, waar hij twee seizoenen geleden neerstreek, ontbolsterde hij alsnog. Kolder sleepte zijn club naar promotie en functioneert nu ook in de eredivisie uitstekend.

En wie had er gehoord van Alfred Finnbogason voordat hij uitgroeide tot Das Phantom van SC Heerenveen? Inmiddels is hij de schrik van de eredivisiedefensies, die vaak alleen op de keeper afloopt nadat hij aan buitenspel is ontsnapt en dan vrijwel altijd scoort, zo ook zaterdag tegen Vitesse. Heerenveen nam hem vorig jaar voor een half miljoen euro over van het Belgische Lokeren, waar hij door trainer Peter Maes werd misbruikt als linkermiddenvelder en waar hij slechts vier treffers maakte in 22 wedstrijden. Nu verlangt Heerenveen zeker 10 miljoen euro voor hem.

Spitsen met een vlekje, daarmee moeten de Nederlandse clubs het doen. Maar wie Luuk de Jong (23) ziet verpieteren bij Borussia Mönchengladbach, Bas Dost (24) ziet kwakkelen bij VfL Wolfsburg en Ricky van Wolfswinkel (24) ziet ploeteren bij Norwich City, moet constateren dat een extra jaartje eredivisie voor jonge talenten zo gek nog niet is.

Dat zou ook het Nederlands elftal ten goede komen. De dertigers Robin van Persie, Dirk Kuyt en Klaas-Jan Huntelaar moeten binnen vijf jaar worden afgelost. Als de spelers van de tussengeneratie niet tot wasdom komen, moet Oranje zijn hoop vestigen op Luc Castaignos (21), Jürgen Locadia (19) en Richairo Zivkovic (17). Als ze nog even blijven tenminste.