En dan? Driebanden met vier ballen?

De biljarttafels in cafés verdwijnen; jongeren kiezen liever voor snooker of poolen.

Dick Jaspers (op de rug) schakelde zaterdagregerend wereldkampioen Eddy Merckx uit. Foto Ans Brys

Als Torbjörn Blomdahl het voor het zeggen had bij een multinational, dan zou hij het wel weten. Meteen zou hij geld investeren in de biljartsport.

„Het is een denksport, heel dynamisch en met het juiste commentaar zie je waarom de sport zo mooi is”, vindt de vijfvoudig wereldkampioen driebanden uit Zweden.

Natuurlijk, Blomdahl preekt een beetje voor eigen parochie, maar volgens hem kan alleen de inbreng van meer sponsorgeld ervoor zorgen dat ook de jeugd zich weer aangetrokken voelt tot het biljarten. Anders kun je de sport als professie wel opdoeken.

Want wie goed rondkeek in het Sportpaleis te Antwerpen, de afgelopen vijf dagen het decor voor het WK driebanden, kan niet anders concluderen dat de sport sterk aan het vergrijzen is. Niet zozeer onder de biljarters als wel onder het publiek, dat – fysieke mankementen incluis – zich de betonnen trappen opworstelde van het sportpaleis.

Volgens Ludo Dielis, voormalig biljarter en organisator van het evenement, is het niet zo eenvoudig de sport van een nieuwe impuls te voorzien. De wedstrijden zijn anno 2013 al korter en sneller dan in zijn tijd, maar wat voor concessies moet je verder nog doen aan je sport? „Allez, wist ik het maar”, zegt hij. „Ge kunt moeilijk ineens met vier ballen gaan spelen, hè?” Volgens Dielis heeft de biljartsport in België en Nederland het afgelopen decennium de slag gemist. „De biljarttafels in cafés waren niet meer rendabel en verdwenen alsmaar. Voor veel jongeren was dat de plek om te biljarten. Maar aan de andere kant steeg het aantal biljartzalen, waar soms tientallen tafels staan. Ergens is daar iets misgegaan.”

Veel jongeren kiezen tegenwoordig voor snooker of poolen, een snellere variant waarbij ballen in pockets verdwijnen. Driebanden vereist techniek, concentratie en een wiskundig inzicht. Het is de langspeelplaat onder de tafelspelen. Qua techniek is de sport enorm geëvolueerd, ziet Dielis. „Daarnaast is het veel professioneler geworden. Neem als voorbeeld Dick Jaspers. Hij ging zwemmen en wandelen in het bos om zijn hoofd fris te houden. In het begin begreep niemand dat, maar als je zes, zeven trainingsuren per dag maakt, is mentale frisheid nodig.”

De biljartsport heeft zijn hoop op een levendige toekomst nu gevestigd op groeimarkten als Zuid-Korea en Zuid-Amerika. Daar pakken jongeren, al dan niet bij gebrek aan geld voor andere sporten, steeds vaker naar een keu. „Vooral in Zuid-Korea is de sport populair onder jongeren”, weet Dielis. „Uit de laatste cijfers blijkt dat er 22.000 clubs zijn en meer dan een miljoen Zuid-Koreanen biljart spelen. Dat is ongekend. We hopen dat dat overslaat naar Europa.”

Sexy dame

Zijn er nog andere middelen om de sport te populariseren? Een sexy dame die de score bijhoudt, bijvoorbeeld? „Van mij mag dat direct”, lacht voormalig wereldkampioen Eddy Merckx – niet te verwarren met zijn fietsende landgenoot. Serieus: „Als er een talent opkomt dat bijvoorbeeld moeite heeft met onze outfits en liever in een polo wil spelen om het wat sportiever te laten ogen, dan ben ik direct voor.”

Dielis hoopt intussen dat de oude tijden nog eens zullen herleven in Antwerpen. In 1974, 39 jaar geleden, was de Belgische havenstad voor het laatst gastheer van het WK – toen in de Antwerpse stadsfeestzaal. Veel ouderen kunnen zich de finale tussen de twee grootheden uit die tijd, Raymond Ceulemans en de Japanner Nobuaki Kobayashi, nog goed herinneren. Ceulemans, een echte Antwerpenaar, moest en zou wereldkampioen worden in zijn stad. Maar Ceulemans miste op matchpoint, waarna Kobayashi zes punten op rij scoorde en zo de wereldtitel opeiste. Dielis, met zijn ogen op het tafelblad gericht: „Sinds die dag bestaat het ‘Drama van Antwerpen’.”

Veel is er op het oog niet veranderd bij het driebanden in Antwerpen. Het publiek kucht en klapt nog even ingetogen, water wordt geschonken in wijnglazen en de biljarter, inclusief giletje en zwart kikkertje, beoordeelt met ernstige blik zijn kansen op de tafel. Dielis zweert dat zelfs de toegangsprijs voor het hele evenement, 25 euro, even hoog is als bijna veertig jaar geleden.

„Aan de biljartcultuur moet je niet te veel morrelen”, vindt Blomdahl, staand voor zijn kleedkamer. „Daarmee zou je ongeloofwaardig worden. Dat de wedstrijden nu al korter zijn, vind ik al een groot offer. Wat mij betreft wordt dat weer omgedraaid. Het succes van het biljarten hangt samen met de positie die de sport in een samenleving inneemt. Als de mensen schreeuwen om fun and happiness, dan is dat pech voor het biljarten. So be it.”