De dorstige diplomaat

atuurlijk zijn er in Nederland eerder buitenlandse diplomaten onheus bejegend. Naar aanleiding van een vraag over de herkomst van het woord uitsmijter stuitte ik op een curieus geval dat speelt aan het eind van de 19de eeuw in Den Haag.

Het woord uitsmijter is in 1877 voor het eerst opgetekend, in het Algemeen Handelsblad. Het staat tussen aanhalingstekens, toen en nu een manier om een woord te markeren. In de jaren erna komen we uitsmijter nauwelijks tegen, tot 1887. Toen werd het Kurhaus in Scheveningen, dat wegens een grote brand twee jaar dicht was geweest, heropend. De directeur, M. A. Reiss, had de regels voor gasten aangescherpt. Zo mocht er binnen niet meer worden gerookt.

Het toezicht was in handen, meldde een krant in 1887, van „een beschaafde en hoogst nuttige man, die, men vergeve mij de mededeeling, ‘de uitsmijter’ genoemd wordt”. Zag die „ergens beneden in de zaal een blauw rookwolkje opstijgen, dan begeeft hij zich onmiddellijk naar den overtreder en verzoekt hem met den hoed in de hand, zijn sigaartje met rust te laten”.

Men vergeve mij de mededeeling maakt duidelijk waarom ‘uitsmijter’ indertijd, ook in veel andere bronnen, tussen aanhalingstekens werd gezet: men vond het een onbeschaafd woord.

Bovengenoemde uitsmijter kreeg snel collega’s die kennelijk minder fijnbesnaard waren. In 1888 raakten ze in opspraak nadat ze studenten hadden geslagen. In september 1890 sleurden ze twee studenten tegen hun wil uit zee en in oktober 1890 kregen ze het aan de stok met een Franse diplomaat. Die vroeg om een karaf water bij zijn absint, maar op het Kurhaus-terras werd geen water geserveerd, dus de ober was niet te vermurwen. Waarna de diplomaat bij het buffet binnen een karaf water pakte en die mee naar buiten nam. „Dubbel genoot hij toen van zijn zoo moeilijk verkregen water en juist had hij het derde teugje uit zijn glas genomen”, schreef een krant, „toen de chef de terrasse den ongehoorden inbreuk op meester Reiss’ bevelen opmerkte. Twee uitsmijters te roepen was het werk van een oogenblik en voor de diplomaat van zijn verbazing bekomen kon, was hij […] buiten het heilige der heiligen gezet. Men zegt dat de gezant van het rijk, waartoe de diplomaat behoort, zich het zaakje, de verbanning uit het Kurhaus heeft aangetrokken en het er niet bij wil laten zitten.”

In 1892 haalden de Kurhaus-uitsmijters de Duitse pers nadat ze een Berlijnse advocaat de deur hadden gewezen. Er werd over hen geklaagd tijdens een aandeelhoudersvergadering en in 1893 werden ze zelfs vermeld in de necrologie van de Kurhaus-directeur: „Menigeen heeft het met Reiss en zijne uitsmijters te kwaad gehad.”

Tegen die tijd beschikten allerlei horecagelegenheden in het land over uitsmijters en ze werden verfoeid. Ongewoon lang, ruim tien jaar, voorzagen veel kranten uitsmijter van aanhalingstekens en soms verontschuldigde men zich voor het gebruik van dit „zonderlinge” of „familiaire” woord.

In 1899 vinden we uitsmijter voor het eerst in de betekenis ‘sneetje brood met een plakje vlees en een spiegelei erop’. Waarschijnlijk heet deze horecahap zo omdat hij grof uit de pan op het brood werd gekwakt.

Taalhistoricus Ewoud Sanders schrijft wekelijks op deze plek over taal.

    • Ewoud Sanders