‘400.000 Nederlandse kinderen zijn arm’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

Metro, NOS en NRC, vorige week

De aanleiding

Lisa ziet er uit als je buurmeisje. Lang blond haar, een spijkerbroek. Ze wil graag fietsen naar school, want dat is „niet alleen gezellig maar ook gezond”, zegt de commentaarstem in het nieuwe tv-spotje van het Nationaal Fonds Kinderhulp. Helaas. Lisa kan niet fietsen naar school. Ze heeft geen fiets. Daarom zien we haar vergeefs proberen haar klasgenoten rennend bij te houden. De reden: Lisa groeit op in armoede. „Net als bijna 400.000 andere kinderen in Nederland.” Klopt dat, vraag een lezer, zijn er zo veel arme kinderen?

Waar is het op gebaseerd?

Het Nationaal Fonds Kinderhulp, dat met de campagne tweehonderd kinderen aan een goede tweedehands fiets wil helpen, baseert zich op een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Daarin staan cijfers uit 2011. In dat jaar groeiden er volgens het SCP 359.000 kinderen van 0-17 jaar op in een gezin dat moest rondkomen van een inkomen onder de niet-veel-maar-toereikend-grens (straks meer daarover). Voor 2012 werd hun aantal geraamd op 377.000, in 2013 zal de omvang van deze groep ongeveer stabiel blijven, zo was de verwachting.

En, klopt het?

Tsja, wat is armoede? Het hangt er natuurlijk vanaf welke definitie je gebruikt. Neem je kinderen in Afrika die sterven van de honger als uitgangspunt, dan kun je betogen dat er in Nederland geen armoede bestaat. Dat is wat premier Rutte twee jaar geleden in een Kamerdebat leek te doen, toen hij zei: „Ik maak bezwaar tegen de term ‘armoede’. Wij spreken nu over mensen die moeten rondkomen van een laag inkomen.”

Maar wetenschappers zien armoede meestal als iets relatiefs: je moet kijken naar wat in een samenleving ‘gewoon’ is. In Nederland zijn twee gerenommeerde instituten die ieder jaar met armoedecijfers komen: het SCP en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ze hanteren verschillende definities, maar voegen hun bevindingen wel samen in het Armoedesignalement – de laatste editie daarvan is het onderzoek waarnaar het Nationaal Fonds Kinderhulp verwijst.

Het CBS gebruikt de lage-inkomensgrens. Die is gebaseerd op de hoogte van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979. Dat bedrag wordt ieder jaar aangepast aan de prijsontwikkelingen. In 2011 was de lage-inkomensgrens voor een alleenstaande 960 euro netto. De normen voor grotere gezinnen zijn daarvan afgeleid met een ingewikkelde berekening. Voor een echtpaar met twee kinderen komt het CBS bijvoorbeeld uit op 1810 euro netto.

En wie daaronder zit is arm? Het CBS is voorzichtig. De onderzoekers hebben het dus niet over de armoedegrens maar over de lage-inkomensgrens. Liever dan over arme mensen hebben ze het over mensen met risico op armoede. Wie weinig verdient, kan namelijk nog wel een eigen vermogen hebben. Veel ‘armen’ hebben dat niet, maar een vrij grote groep wel. In 2011 had bijna een op de vier huishoudens met een inkomen onder de lage-inkomensgrens een vermogen tussen de 2500 en 100.000 euro. Zestien procent had zelfs meer dan een ton.

Nog een kanttekening die de CBS-onderzoekers maken: het maakt verschil hoe lang iemand moet rondkomen van weinig geld. In 2011 waren er 1,2 miljoen mensen die deel uitmaakten van een gezin met een laag inkomen. Daarvan zaten er 319.000 langdurig (vier jaar) in die situatie. En daarvan was weer bijna een op de drie een kind. Heel wat minder dus dan 400.000.

Dan het SCP. Dat gebruikt een definitie die inhoudelijker is. Samen met het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) heeft het SCP op een rij gezet welke uitgaven moeilijk te vermijden zijn. Voor een alleenstaande gaat het bijvoorbeeld om huur (360 euro per maand), voeding (173), kleding (51), telefoon, kabel en internet (49). Daarnaast is het ook een pakket ‘sociale participatie’: vakantie (23 euro), bezoek ontvangen (19), hobby en sporten (16). In totaal, voor een alleenstaande: 1020 euro netto per maand. Voor een gezin met twee kinderen is de norm op 1920.

En dit noemt het SCP de niet-veel-maar-toereikend-grens. Wie daar onder zit, kun je arm noemen. Het SCP doet dat ook, al geven onderzoekers aan dat slechts een deel van de armen in Nederland langdurig onder de norm zit. En, zegt een van hen in een toelichting, het SCP overweegt om in de toekomst toch op de een of andere manier rekening te houden met het vermogen dat ook mensen met een gering inkomen kunnen hebben.

Conclusie

Volgens het Nationaal Fonds Kinderhulp leven er in Nederland bijna 400.000 kinderen in armoede. Het fonds baseert zich op een rapport van het SCP, dat het aantal arme kinderen in 2012 schat op 377.000. Daarbij zijn wel kanttekeningen te plaatsen, ook de onderzoekers zelf doen dat, maar het SCP is een gezaghebbend instituut dat vaak wordt aangehaald. We beoordelen de stelling daarom als grotendeels waar.

Ook een bewering langs zien komen die je graag gecheckt zou willen zien? Mail je suggestie naar de redactie via nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt