Van opwinding tot wanhoop: zo voelt dat, een marathon lopen

Deelnemers aan de Marathon van Amsterdam vandaag, sinds dit jaar ook onder het rijksmuseum door. Foto ANP / Olaf Kraak

Tienduizenden mensen liepen vandaag de Marathon van Amsterdam. Een hele, een halve, of 8 kilometer. Voor de derde maal op rij won Wilson Chebet in een indrukwekkende tijd van ruim 2 uur, maar er doen ook veel mensen die niet zo’n aangeboren talent hebben. Zie hier hoe dat voor hen ongeveer voelt, een marathon lopen.

Eerst: opwinding. Eindelijk, na maanden trainen, is het dan zover. Let’s do this! Dan: ontkenning van pijn en vermoeidheid. Daarna ongerustheid, want je bent nog niet eens op de helft, en nu al zo moe. En dan eenzaamheid. Werd je eerst nog omringd door andere hardlopers, nu lijkt het alsof je de verkeerde afslag hebt genomen. Hierna volgt wanhoop, eigenlijk in hoofdletters, want nu weet je het echt niet meer. Waarom wilde je dit ook alweer? Je overweegt te stoppen.

Dan: het keerpunt. Doorgaan. Je hebt geen maanden verspild aan training om er nu de brui aan te geven. Lopen zúl je. Als anderen dit kunnen, waarom jij dan niet? En hierna, eindelijk dat gevoel waarom het allemaal te doen is: euforie. Na 42,195 kilometer (of twintig), eindelijk: blijdschap.

‘Het ging langzamer, en langzamer’

Dat iedereen (met een flink portie doorzettingsvermogen en discipline) een marathon kan lopen, bewees NRC-redacteur Hans Nijenhuis vorig jaar. In een jaar tijd liep hij voor het eerst de tien kilometer, een halve marathon én een hele. Hij ervoer zowel de hoogtepunten…

“Mijn pakken begonnen lekkerder te zitten. Op een ochtend constateerde ik vier kilo lichter te zijn. Het was voorjaar en zo voelde het ook. Vermoeid na een lange werkdag? Even een stukje lopen en je bent het helemaal kwijt. Een congres in Parijs met te veel uren in een duffe zaal? ’s Morgens wat eerder opstaan en je ziet de stad zoals je hem nog nooit hebt gezien. Een zware vergadering voor de boeg? Eerst een uurtje lopen en je bent gewoon scherper. Balen is er niet meer bij. Of toch – als je langer dan drie dagen niet loopt.”

… als de dieptepunten, zo halverwege de marathon:

“Wat was bedoeld als een versnelling werd dus een vertraging. Het ging langzamer, en langzamer. Ik werd links ingehaald, ik werd rechts ingehaald, ging dus maar een beetje aan de zijkant lopen. Wat doet mijn linkervoet trouwens pijn. En wat te denken van de rechter? Het werd een oefening in nederigheid en op een of andere manier werkt steeds ingehaald worden ook niet motiverend. Wat 25 kilometer lang een sportwedstrijd was geweest - hoe snel haal ik de finish, was nu een survivaltocht: hoe haal ik überhaupt de finish?”

Maar hij liep hem wel mooi uit, de hele marathon. Lees hier over zijn ervaringen. Geïnspireerd? Hier vind je aankomende hardloopevenementen.

    • Mirjam Remie