Ze hebben ons nu gewoon nodig

Ze hebben samen acht zetels in de Tweede Kamer en drie in de senaat. Maar ChristenUnie en SGP zijn opeens een machtsfactor waar het kabinet onmogelijk omheen kan.

2002 Foto Roel rozenburg

Wat zou een toepasselijke plek zijn voor een foto bij een dubbelinterview met Arie Slob en Kees van der Staaij, de leiders van de ChristenUnie en de SGP en redders van Rutte II? De achterbank van een dienstauto, waarin ze meeliften met het kabinet? Een fiets met bagagedrager, waar ze achterop springen? Of bij het Torentje van de minister-president, waar ze tegenwoordig meer dan welkom zijn? Symboliek waar ze allebei weinig behoefte aan hebben. De trap die leidt naar de Ridderzaal, waar de koning de Troonrede voorleest, wordt goedgekeurd als decor. Keurig in pak, maar ontspannen hangend en grappend nemen ze plaats op de treden in de herfstzon.

Samen hebben ze drie zetels in de senaat en, bam, de kleine christelijke partijen zijn een machtsfactor waar het kabinet onmogelijk omheen kan. Slob en Van der Staaij waren al een beetje gewend dat, ondanks hun bescheiden omvang in beide Kamers van het parlement, alle bewindslieden en leden van de coalitie tegenwoordig bereid zijn naar hun wensen te luisteren. Sinds het woonakkoord en het vorige week gesloten begrotingsakkoord, hebben ze nog onwaarschijnlijkere bondgenoten. Als de twee fractievoorzitters in de wandelgangen van de Tweede Kamer een collega van D66 aanspreken met „broeder”, grijnst hij terug met een vertrokken gezicht. Ze zeggen het ook om te sarren. De christenbroeders weten dondersgoed: dit is een vriendschap tegen wil en dank.

Net zo goed als ‘Paars’ heeft ‘De Bijbel’ wel iets uit te leggen aan de eigen achterban. Om het kabinet meer tijd te gunnen en zelf wat binnen te halen, voor bijvoorbeeld gezinnen en defensie, hebben de confessionele partijen samengewerkt met de duivel. Alexander Pechtold wordt binnen de SGP wel de antichrist genoemd, zo wordt gefluisterd.

„Zo zou ik het niet zeggen”, grinnikt Kees van der Staaij. „Maar op heel veel punten is D66 natuurlijk onze tegenpool. Daarom hebben we ook absoluut geen behoefte om van dit akkoord iets klefs te maken. Het is een zakelijk en pragmatisch pakket aan afspraken. Niet iets tussen partijen die elkaar juichend in de armen vallen vanwege een gedeelde visie op allerlei onderwerpen.”

„Deze samenwerking ligt inderdaad gevoelig”, zegt Arie Slob. „In onze achterban kijken mensen er met argusogen naar. Wij moeten dus uitleggen waarom het belangrijk is dat het land in een crisis een stuk politieke rust krijgt. En dat we substantiële wijzigingen in het kabinetsbeleid hebben geregeld. Dat laat onverlet dat er hele grote verschillen van mening zijn tussen ons en de libertijnen.”

Maar zo koel en functioneel als de relatie met de paarse partijen is, zo innig is de band tussen de twee kleine christelijke partijen zelf. Dat blijkt uit een gesprek met de politieke leiders van de orthodoxe protestanten.

De ChristenUnie (vijf zetels in de Tweede Kamer en twee in de Eerste Kamer) definieert zich als ‘christelijk-sociaal’. Sterk tegen prostitutie, abortus en euthanasie. De SGP (drie zetels in de Tweede Kamer en een in de Eerste Kamer) heet ‘christelijk-conservatief’. De partij heeft vergelijkbare ideeën op medisch-ethisch terrein, maar is bovendien theocratisch. De overheid ontleent haar gezag niet aan het volk, maar aan God. En de partij laat pas sinds kort, onder juridische dwang, vrouwen toe in haar gelederen.

Volgend jaar trekken de orthodox-christelijke partijen weer samen op voor de Europese verkiezingen, waar het eerder in Brussel tot een breuk kwam. Ook in de Eerste Kamer was de broederliefde bekoeld.

„Er is in de afgelopen jaren wel wat afstand geweest”, zegt Arie Slob. Zijn ChristenUnie regeerde mee in het kabinet Balkenende IV (2007-2010), voor het eerst in de geschiedenis.

Van der Staaij: „Zij wilden waardering voor wat ze in dat kabinet voor elkaar kregen, maar wij keken vanuit de oppositie wel kritisch of het glas nu half vol of half leeg was.”

Slob: „En hun conclusie bleek meestal dat het half leeg was. Dat leidde tot wrijving tussen ons.”

De SGP gedoogde vervolgens, in ruil voor behoud van de weigerambtenaar en zondagsrust, het kabinet Rutte I (2010-2012). Daar voelde de ChristenUnie zich weer ongemakkelijk bij, vooral als het ging om de aanpak van asielzoekers en het milieu.

Van der Staaij: „Vergroening, daar wordt de ChristenUnie heel warm van, maar wij krijgen het er soms wat warm van.”

Slob: „Wij denken: we hebben de schepping in bruikleen gekregen en daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Dan is het mooi als we het belastingstelsel kunnen vergroenen. Maar bij de SGP slaan ze daar groen van uit.”

Dat zijn wel zo’n beetje de scherpste woorden die ze over elkaar willen spreken. Kritiek over en weer delen ze uit met speldenprikjes. Verder is er wederzijdse waardering. Die overigens ook behoedzaam wordt uitgesproken. „Ik herken in Kees iemand met wie ik me zeer verwant voel”, zegt Arie Slob. „Ik heb met Arie persoonlijk een hele prettige manier van samenwerken”, aldus Kees van der Staaij.

Hoe bent u van religieuze partijen in de marge salonfähige machtspartijen geworden?

Van der Staaij: „Volgens mij is, gelukkig, in Nederland geen enkele partij melaats. Toen ik vijftien jaar geleden in de Kamer kwam, waren er een paar grote partijen die met elkaar voor de coalities zorgden. De kleine partijen deden niet mee. Sinds 2002 is het opgeschud. Nu zie je forse partijen, als de SP en nu ook de PVV, die constant in de oppositiemodus staan. De nieuwe tegenstelling is dus tussen de geheide oppositiepartijen en constructieve partijen. Van die constructieven heb je er steeds meer nodig om nog tot een werkbare meerderheid te komen.”

Slob: „Ze hebben ons nu natuurlijk gewoon nodig, zo plat is het ook wel weer. Maar ze zien ook wel dat ChristenUnie en SGP met een hele duidelijke overtuiging in de politiek staan. En niet bang zijn om hun nek uit te steken. Dat we betrouwbaar zijn.

„Toen ik de politiek in ging, had niemand kunnen bedenken dat wij een regeringspartij zouden worden. Het gebeurde toch. Na Balkenende IV leken we teruggeworpen in de achterste Kamerbanken. Maar we staan gewoon weer in de voorste linies. Nu hebben we de bijzondere situatie dat de regeringspartijen gedogen dat onze uitgangspunten een plek krijgen in het beleid.”

U heeft soepel en zakelijk een akkoord gesloten, maar daarin geen immateriële punten gescoord die voor uw achterban belangrijk zijn.

Van der Staaij: „We wisten dat onderhandelingen alleen kans van slagen hadden als we het zouden beperken tot economisch-financiële onderwerpen. Mensen moeten niet denken dat als je hier je voet tussen de deur kan zetten, je opeens een grote omslag kan bewerkstelligen in principiële zaken. Maar ik heb daar uitdrukkelijk bij gezegd: polderen over de financiën gaat niet samen met polariseren op immateriële punten.”

Slob: „U suggereert hier dat we in het hele proces alleen maar met ons eigen belang bezig zijn geweest. Het was belangrijk dat wij de gelegenheid hebben aangegrepen om wijzigingen in de begroting aan te brengen. Anders was de schade nog vele malen groter geweest voor veel mensen. Ik heb altijd geweigerd me te laten opsluiten in slechts een paar onderwerpen van de christelijke politiek. Dit is voor onze achterban ook belangrijk.”

Toch lijkt u opeens zo compromisbereid als het CDA tot voor kort was. Zijn jullie de nieuwe christen-democraten?

Van der Staaij: „Wij doen dit héél anders dan het CDA. Ook het CDA van voorheen. Die partij was juist altijd heel beweeglijk in de immateriële onderwerpen, zelfs zaken die zo gevoelig zijn als abortus en euthanasie. Ik weet nog toen Balkenende in 2010 werd gevraagd wat voor hem een breekpunt was [in een formatie, red.]. Toen zei hij: de hypotheekrente. Dat vond ik heel apart. Bij materiële zaken denk ik vaak: 22 procent of 24 procent, daar is uit te komen? Met ons valt overal over te praten, behalve als het aan onze principes raakt.”

Slob: „Het CDA is veranderd. Ik vond het echt onverwacht dat hij [Sybrand van Haersma Buma, red.] al zo vroeg uit de onderhandelingen stapte. Het is blijkbaar hun politieke afweging om zich aan de rechterkant van de VVD te vestigen. Dat had ik niet van Buma verwacht toen hij aantrad als politiek leider van het CDA. Ik vind dat jammer, want met hem samen hadden we aan de onderhandelingstafel nog meer kunnen bereiken.”

Juist door het weglopen van Buma lijkt u het nieuwe christelijke machtsblok(je) waar geen regering omheen kan. En kunt u zich zo profileren als dé gezinspartijen. Ziet u daar electorale kansen?

Van der Staaij: „Ik weet nog dat ik op de middelbare school zat, in 6-vwo, en dat we in de economieklas briefjes uitwisselden over wat we wilde stemmen. Er waren klasgenoten die zeiden: ik sta eigenlijk achter de SGP, maar het CDA heeft meer invloed. Mensen die qua profiel bij SGP of ChristenUnie horen, kozen voor het CDA omdat het dé onmisbare machtspartij was. Voor die mensen is de keuze nu ingewikkelder.”

Slob: „De machtsvraag speelt altijd mee. Er werd lang gedacht: een stem aan een getuigenispartij is onbelangrijk. Maar wij hebben nu laten zien dat een stem op ons niet verloren is, maar optimaal benut wordt.”

Toch heeft u geen enorm groeipotentieel in dit seculiere land. Moet u zich om die kiezers te trekken sterk tegen elkaar afzetten, of juist samen optrekken?

Slob: „Het fundament van waaruit wij politiek bedrijven is hetzelfde. Er zijn verschillen, maar we concentreren ons op wat ons bindt. We hebben elkaar de laatste weken regelmatig in de ogen gekeken en gezegd: wij moeten niet struikelen over de verschillen, die er natuurlijk ook zijn.”

Van der Staaij: „We profileren ons niet door ons tegen elkaar af te zetten. Maar we doen ook niet te moeilijk over waar we van mening verschillen. En we zijn niet constant bezig elkaar te bekeren.

„We blijven niet zeggen: waarom ben je het niet met mij eens? Bijvoorbeeld ons vreemdelingenbeleid. Arie, daar hebben jullie – hoe zeg ik dit netjes – een beleidslijn die minder restrictief is dan de onze.”

Met kleine nuances over vergroening en immigratie, de één iets linkser en de ander iets rechtser, kun je zo fuseren, toch? Protestanten en katholieken konden ook samengaan in het CDA.

Slob: „De ChristenUnie is ontstaan uit een fusie van RPF en GPV. De SGP heeft er altijd voor gekozen haar eigen lijn te trekken. Dat hebben we te respecteren. Ze zijn ook de oudste politieke partij in Nederland.”

Van der Staaij, lachend: „Wij hebben het nooit nodig gevonden dat er andere partijen werden opgericht na de SGP.

„In het algemeen, op kerkelijk en politiek gebied, moet je altijd oppassen met samenwerken en fuseren. Dat geeft alleen maar discussies en gedoe. Er wordt vaak gezegd dat we zoveel zetels kunnen krijgen als we samengaan. Die verhalen kloppen vaak helemaal niet.”

Slob: „Ik heb dat ook bij het CDA gezien. Ik vond het toen best knap dat die politieke stromingen bij elkaar kwamen. Ze zijn een machtsfactor geworden, maar hun politieke boodschap was behoorlijk verwaterd. Dat was voor mij een reden om me destijds niet bij het CDA aan te sluiten.

„Ook ik heb natuurlijk toen ik 18 werd moeten nadenken over de partij voor mij. Er waren bij de SGP twee redenen om het niet te doen: het theocratische en hun vrouwenstandpunt. De SGP van nu is een andere dan uit mijn jeugd, ook zeker op die terreinen. Maar als ik kijk naar: hoe ga je om met de vreemdeling? Hoe ga je om met de schepping? Daar zie ik echt nog wel grote verschillen.

„Ik vind hoe we het nu doen eigenlijk wel mooi. We werken samen waar het kan, maar maken het niet te ingewikkeld. En kijk eens hoe sterk we de afgelopen weken hebben gestaan.”

Van der Staaij: „Misschien staan we met twee verschillende partijen wel sterker, want bij de onderhandelingen moesten we allebei bediend worden. Zo krijg je meer waar voor je geld.”

Slob: „We zaten allebei aan tafel. Soms stopte ik even met praten, dan nam Kees het over. Een oogopslag was voldoende.”

Is er door jullie machtspositie nu ook de kans om andere partijen te gijzelen op principiële christelijke punten?

Slob: „Het medisch-ethische is voor ons belangrijk, zeker als het gaat om de beschermwaardigheid van het leven. Kijk eens naar mensenhandel en prostitutie, dat is weer onderwerp van debat, terwijl het een achterhoedegevecht leek om je daartegen te verzetten. Wij zullen prostitutie nooit normaal vinden, maar nu zien ook partijen die het een vrij beroep vinden steeds meer wat voor ellende erachter schuilgaat.”

Van der Staaij: „We krijgen alleen duurzaam iets voor elkaar als we andere partijen overtuigen binnen hun eigen ideologie, niet door het af te dwingen. Dan ga je naar de SP en zeg je: jullie willen toch ook dat vrouwen écht keuzevrijheid hebben? Hetzelfde geldt voor abortus. Daar zullen we het met andere partijen nooit eens worden, maar we kunnen het best nog eens hebben over de termijnen waarbinnen het mag.”

Of er op dat terrein succes geboekt wordt, is nog de vraag. Voorlopig kijken Kees van der Staaij en Arie Slob tevreden terug op het begrotingsakkoord. Ze hebben het niet uitbundig gevierd, „maar we mogen graag samen een vorkje prikken”, zegt Van der Staaij.

Slob: „Met een goed glas wijn. Wat veel mensen niet weten, is dat Kees een hele verfijnde wijnsmaak heeft. Hij mag van mij altijd de wijn uitzoeken.”

Van der Staaij: „Dat is maar goed ook, anders wordt het natuurlijk van die zure biologische wijn.”

    • Merlijn Doomernik
    • Emilie van Outeren