Wie heeft er nog een vaste baan?

Vooral veel jongeren hebben het ene tijdelijke contract na het andere. Het kabinet wil dat aanpakken, maar kenners twijfelen aan het nut. „De vastigheid van onze ouders is verleden tijd.”

illustratie rhonald blommesteijn

Carlijn (26) werkte drie jaar als psycholoog voor een grote GGZ-instelling. Toen kon ze naar huis. Aan haar functioneren lag het niet, maar na drie keer een tijdelijk contract ontstaat het recht op een vast contract. Dat wilde haar werkgever niet. Het wetenschappelijk onderzoek dat Carlijn met een collega deed, moest ze voortijdig afbreken. Haar collega ging ermee door.

Jammer, vond Carlijn, die met het oog op haar toekomst in de branche niet met haar naam in de krant wil. Maar wel wat ze had verwacht. Tijdelijke contracten zijn heel normaal in de psychische gezondheidszorg, zegt ze. Het gros van de psychologen gaat er na drie jaar uit, soms om na drie maanden weer terug te komen in dezelfde functie. Op die constructie hoopte zij ook, maar na twee maanden hoorde ze dat haar oude werkgever een nieuwe psycholoog had aangenomen. Een werknemer met een tijdelijk contract van een jaar.

Het kabinet wil ‘flexibel’ minder flexibel maken. Te veel tijdelijke contracten leiden tot onzekerheid bij werknemers over hun positie op de arbeidsmarkt. En dat is niet goed voor hun prestaties op de werkvloer. Bovendien gaat er veel tijd en energie verloren als een bedrijf werknemers al na een tijdelijk contract laat gaan. Daarom is in het sociaal akkoord afgesproken dat werknemers na twee jaar al het recht krijgen op een vast contract. Nu mag een flexwerker nog drie opeenvolgende tijdelijke contracten in drie jaar krijgen, straks zijn dat er drie in twee jaar. Gaat een werkgever een vierde tijdelijk contract aan, dan geldt dat automatisch voor onbepaalde tijd. Onder druk van D66, ChristenUnie en SGP, gaat de nieuwe regel in per 1 juli 2014, een half jaar eerder dan afgesproken in het sociaal akkoord.

De tweede verandering die nu per 1 juli geldt, is de verlenging van de minimumtermijn die een werknemer uit dienst moet zijn geweest om op een tijdelijk contract te kunnen terugkomen. Die termijn is verlengd, van drie naar zes maanden. De werkgever zal eerder een vaste baan aanbieden, omdat zes maanden wachten op de terugkeer van een werknemer erg lang is voor een bedrijf. Dat is tenminste de hoop van het kabinet.

Maar werkt het ook zo in praktijk? Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) denkt van niet. Begin deze maand verscheen een rapport waarin het SCP schrijft dat het ‘nog maar de vraag’ is of deze maatregelen echt zullen leiden tot meer vaste contracten. Opnieuw inhuren na drie maanden, het ‘misbruik’ dat de termijnverlenging beoogt, gebeurt namelijk niet zo vaak in Nederland. Maar 3 procent van de flexwerkers overkomt dit, blijkt uit een enquête van het SCP. Wat er vaker gebeurt: flexwerkers zijn een tijdje werkloos en belanden in een nieuw tijdelijk contract. Het is niet uitgesloten dat de keten van verschillende banen en werkgevers dankzij de plannen van het kabinet alleen maar langer langer wordt, zeker met een overschot aan arbeidskrachten op de markt.

‘Nu ga ik mijn hart achterna’

Sjoerd Ghijssen (36) heeft sinds zijn afstuderen in 2004 nog nooit een vaste baan gehad. In juli 2012 eindigde zijn vijfde tijdelijke baan als sociaal cultureel werker in zeven jaar. Sindsdien werkt hij als uitzendkracht bij het Sociaal Loket van de gemeente Amsterdam. Nu wordt zijn contract steeds met een periode van een tot drie maanden verlengd, want voor uitzendwerk geldt de regel voor het maximum van drie opeenvolgende contracten niet. „Ik kijk niet verder dan drie maanden vooruit”, zegt Ghijssen. Hij woont nog samen met huisgenoten omdat hij geen hypotheek kan krijgen; voor een sociale huurwoning verdient hij net te veel. Gelukkig heeft hij geen relatie of kind, maar ideaal is het niet, zegt Ghijssen.

Freelance correspondente Katy Sherriff (31) zag de bui nog niet hangen toen ze bij de NOS begon in 2006. Net voor de voorgenomen bezuinigingen bij de publieke omroep bekend werden gemaakt, kreeg ze een vaste baan in 2009. Na drie maanden zei ze die op om te beginnen aan een tijdelijke baan bij de VPRO. Na nog twee jaarcontracten moest ze weg. Aan haar functioneren lag het niet, maar er werden geen vaste contracten meer vergeven.

Sherriff werd freelance journalist in Brazilië. „Freelancen in Nederland had gekund, maar ik had het idee dat ik dan in zo’n enorme vijver zou stappen. Nu ga ik mijn hart achterna. Spijt? Nee nooit. Ik was 26, 27. Als je dan al op je gat blijft zitten omdat je een vaste baan hebt. Ik heb bij de NOS heel veel geleerd, maar bij de VPRO nog meer. Dat is de basis voor mijn werk als freelance correspondent nu.”

De tijd van het vaste contract is voorbij, denkt Sherriff. „Die vastigheid en zekerheid zoals onze ouders die hebben gekend, dat is verleden tijd.”

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is het aantal werknemers met een tijdelijk contract gegroeid van 7 procent in 2002 naar 10 procent in 2012. Die groei komt niet alleen omdat er meer tijdelijke contracten zijn, maar ook doordat steeds meer mensen een tijdelijk contract aangaan ‘met zicht op vast’. Die frase is niet meer dan een intentieverklaring, waarmee wordt bedoeld dat de tijdelijke baan mogelijk wordt omgezet in een vast dienstverband. 6,7 procent van de tijdelijke werknemers had zo’n contract in 2012, tegenover 4,7 procent in 2002. Jarenlang telde het CBS deze groep mee als werknemers met een vast contract.

‘Babyboomers zaten te gniffelen’

Het laat zien dat we anders zijn gaan denken over de betekenis van een jaarcontract. Vaak is de toezegging ‘zicht op vast’ alleen mondeling gedaan. Slechts bij 36 procent van de tijdelijke werknemers is die afspraak ook op schrift gezet. Bovendien is de toevoeging ‘met uitzicht op een vaste baan’, die veel schoolverlaters en afgestudeerden als wortel wordt voorgehouden, sowieso een lege huls, zegt Ferdinand Grapperhaus. De 54-jarige Grapperhaus is kroonlid van de SER, advocaat in Amsterdam en hoogleraar Europees arbeidsrecht in Maastricht. „Uitzicht op een vast contract? Says who?! Die belofte is niet afdwingbaar; zo’n contract kan evengoed door een tijdelijk contract worden opgevolgd.”

Nederland is doorgeslagen in flexibilisering van de arbeidsmarkt, vindt Grapperhaus. „Toen ik afstudeerde kreeg iedereen, na een proeftijd, een vast contract. Dankzij de rigide ontslagbescherming in Nederland zie je aan de onderkant van de markt een perpetuum mobile van flexibele contracten ontstaan. Drie jaar geleden gaf ik een lezing over dit thema bij het UWV. Er zaten een paar babyboomers te gniffelen op de eerste rij. Wie werkt er hier op basis van een tijdelijk contract, vroeg ik. Alleen jongeren staken hun vinger op.”

    • Rolinde Hoorntje