‘Soms druipen de hersenen uit mijn oren’

Frank Ketelaar

(53) is scenarioschrijver. Vanaf zaterdag is zijn miniserie De Prooi op tv te zien.

Foto Maurice Boyer

Inkeer

„Ik was jaren gitarist in een band, maar mijn muziekcarrière bloedde dood. Ik werd het zat, het toeren, het gedoe onderling, het geldgebrek. Wéér in een jongerencentrum voor twintig dronken boeren spelen. Op mijn 27ste meldde ik me voor de tweede keer bij de Filmacademie, met een filmpje met Kees Prins in de hoofdrol. Godzijdank werd ik aangenomen. Ik bleek geboren voor scenarioschrijven. Als kind las ik me suf, boeken van Frederick Forsyth, maar ook Griekse tragedies. Ik hoef bij mezelf maar een snaar aan te slaan en er gaat een bibliotheek open, al die verhalen resoneren mee. Ik leg alleen nieuwe verbanden.”

Bron

„Ik schrijf altijd over mezelf, dat kan niet anders. Niet dat ik alles mee moet maken, ik hoef geen bankier te worden om over Rijkman Groenink te kunnen schrijven. Ik moet eigenschappen in de personages kunnen leggen die ik ook heb, alleen misschien in mindere mate. Ik begrijp Groeninks ambities en zijn onvermogen met mensen om te gaan. Natuurlijk moet ik meer research doen naar een bankiersmilieu dan naar het leven in de Jordaan. Amsterdam zit in me, ik ken de taal, de regels. Maar uiteindelijk gaat het altijd om jaloezie, ijdelheid, ambitie, lust en wraak.”

Verbeelding

„Een verhaal is nog geen drama. De Prooi is gebaseerd op het boek van Jeroen Smit. Topjournalistiek, maar taaie materie over bankzaken. Voor drama heb je een hoofdpersoon nodig die iets wil. Dat was lastig bij de musical Hij gelooft in mij. Hazes kon zingen, maar het leven overkwam hem. Groenink was een dankbaar personage. Hij wilde de koning van ABN Amro worden, werd onderuit gehaald en sneuvelde. Een koningsdrama. Enige probleem: ik wilde een vrouw naast al die krijtstreeppakken. Dus kreeg hij een fictieve assistente.”

Kritiek

„Over niemands werk wordt meer geplast dan dat van een scenarioschrijver. Door financieringsfondsen, de dramaturg van de omroep, de producent, de regisseur, soms door acteurs. Als je daar niet tegen kunt, moet je een ander vak kiezen. Het voordeel is dat het allesbehalve eenzaam is, ik ben continu in overleg. Ik bedenk ook veel samen, met Kees Prins, met Robert Kievit. Er zijn acteurs die mijn scenes beter begrijpen dan ikzelf. Dan zie ik de opnames en denk: ‘Shit, dat zat er ook in!’”

Pijn

„De film In Oranje ligt dichtbij mezelf. Het gaat over een jongetje van wie de vader doodgaat; bij het voetballen staat hij niet meer langs de lijn. Mijn vader overleed toen ik acht was. Ik dacht lang dat ik een prima jeugd had, als nakomertje met mijn moeder. Pas later realiseerde ik me hoe onthecht ik was. Mijn moeder was labiel, ik durfde haar nauwelijks alleen te laten. Mijn omgeving was plat-Amsterdams, working class, ik las boeken, ging naar het vwo. Sinds ik zelf kinderen heb, ze naar school breng, voel ik het gemis van mijn vader. Een retrospectief verdriet. Maar: an unhappy childhood is a writer’s gold mine.”

Vervulling

„Ik schrijf makkelijk, maar een serie als Overspel is wel een puzzel. Negen hoofdpersonen die iets te doen moeten hebben en iets met elkaar moeten; soms druipen de hersenen uit mijn oren. Maar ik ben elke dag gelukkig dat ik dit werk mag doen. Het is een uitlaatklep. Alles wat mijn personages beleven, beleef ik mee. En ik heb regelmatig succes. Via Twitter krijg ik soms waanzinnige reacties, ook van onbekenden, dat vind ik kicken. Ik heb al vaak prijzen gewonnen, maar op het Gouden Kalf voor Overspel vorig jaar was ik echt trots.”

Uitdaging

„Ik doe altijd zes dingen tegelijk. Ik ben nu druk met de derde serie Overspel en met de verfilming van Publieke Werken van Thomas Rosenboom. Ooit wil ik een toneelstuk schrijven. De beperking van tijd en plaats bij Hij gelooft in mij beviel me. Film benadert de realiteit, toneel is suggestie. Autorijden, schieten, seks hebben – dat doe je meestal niet op het toneel. De dialoog en de interactie met het publiek moeten voor spanning zorgen. Stel: een acteur komt op, kijkt naar het publiek en zegt niets. Binnen drie minuten knalt de zaal bijna uit elkaar van spanning. Dat. Ik wil weten of ik dat ook kan.”