Ruilaholics

De honger naar nieuwe kleren kan de minimalist danig in de weg zitten. Kledingruilfeestjes zijn een uitkomst.

Beeldbewerking Fotodienst NRC

De stapels puilen

de kast uit, ach-

ter op de plank

liggen jurken die

je het schaamrood

op de kaken bezorgen omdat je ze slechts eenmaal droeg. En toch wil de hunkering naar nieuwe kleren maar niet ophouden. Maar het geld is op, de uitverkoop eindeloos ver weg, en de calvinist in je ziet een geheven vinger zwaaien. Godzijdank zijn daar de kledingruilfeestjes.

Al enkele jaren is kleren ruilen een trend, zowel op grootschalige, professionele evenementen als tijdens ruilfeestjes in de vriendenkring. Het principe is hetzelfde: je brengt eigen, om wat voor reden dan ook afgedankte kleren in en krijgt andermans kleren in je bezit. Zo vernieuw je toch je garderobe, zonder iets weg te gooien, en zonder een cent uit te geven.

De drie uitnodigingen die ze deze maand ontving, zijn geen uitzondering, zegt Laura de Jong (29), aan het Amsterdam Fashion Intitute afgestudeerd op duurzaamheid in de mode-industrie. „Vrijwel iedereen in mijn omgeving doet aan kledingruil.” De Jong richtte in 2010 de Free Fashion Challenge op, om mensen te stimuleren een jaar lang geen kleding te kopen. „In de jaren negentig moest je in steeds andere nieuwe kleren gezien worden, maar inmiddels zijn we de wegwerpcultuur beu. Het vermaken, customizen en ruilen van kleren is veel hipper.”

Lorrendragers

Niettemin is het succes van een ruilmiddag sterk afhankelijk van de genodigden. Het is allemaal heel gezellig (we struinen thuis in beha en met een glas in de hand tussen de kledinghopen door), maar als het erop aankomt ruil je liever met modieuze vreemden dan met dierbare lorrendragers.

Ik meld me met twee vriendinnen bij het ruilfeestje van een modebewuste collega. De acht vrouwelijke aanwezigen – het zijn eigenlijk altijd vrouwen – houden allemaal van kleren maar ruilen om verschillende redenen. Eva (26) koopt überhaupt geen kleren. „Ik vind passen stom, winkels ongezellig en ik heb geen smaak.” Daarom leent ze al sinds ze ging studeren kleding va n haar huisgenoten. Floor (25) heeft vooral miskopen meegenomen. „Vreemd, maar in de winkel zien T-shirts er altijd anders uit dan thuis”, zegt ze. „Bovendien ben ik afgevallen en is het merendeel nu te groot.” Fieke (26) kan het niet over haar hart verkrijgen om kleren weg te gooien. Zij beschouwt de middag vooral als een grondige opruimsessie. Roos (30) is de groenste. „Ik denk bij elk kledingstuk aan al die chemicaliën, grondstoffen de hoeveelheid water die het heeft gekost. Tien euro voor een bikini, zoals bij Primark: dat kan gewoon niet. Die arme naaisters. Ik wil dat niet op mijn geweten hebben.” Bij Coosje (21) en ondergetekende (32) overheerst vooral hebzucht.

De Jong vraagt via een enquête op de website van de Free Fashion Challenge deelnemers naar hun motieven om geen kleren meer te kopen. „Sommigen zijn hun baan kwijt en hebben simpelweg minder te besteden, daarnaast zijn er mensen die van hun shopverslaving af willen of zich bewust zijn geworden van de aanslag van de kledingindustrie op het milieu en de arbeidsomstandigheden in veel fabrieken.”

Duurzaamheid sluipt niet alleen in het bewustzijn van de consument, maar ook in dat van de producenten. Bij het Nederlandse Jeansmerk Mud kun je spijkerbroeken leasen voor een vast bedrag per maand en je afgedragen exemplaar laten oplappen of recyclen. H&M zamelt oude kleding in en biedt de klanten in ruil daarvoor korting op nieuwe aankopen. De oude kleding wordt gerecycled en een deel van de opbrengst gaat naar een goed doel.

„Ze moeten wel”, zegt De Jong. „De grote ketens kunnen slechte publiciteit, zoals na de brand in een textielfabriek in Bangladesh, niet gebruiken en werken daarom aan een schoon imago. Hoewel de motieven misschien niet zuiver zijn, omarm ik het toch. Het zijn vooral de massaketens die het verschil kunnen maken.”

De Jong ziet in het buitenland ook veel duurzame initiatieven: „In de Verenigde Staten is het leasen en huren van galajurken of designertassen heel normaal. En er zijn beroemde blogs over hoe je één kledingstuk een jaar lang op verschillende manieren kunt dragen.”

Tuinbroek

Na uren passen, wurmen, bevechten en afstaan zijn op het ruilfeestje de hopen textiel herverdeeld. Het pijnlijke gegeven dat niemand warm liep voor je lievelingstrui – alsof je bij gym als laatste wordt gekozen – valt in het niet bij de sensatie dat er is gestreden om je rare rok die, eerlijk is eerlijk, de ander veel beter staat. De vrees dat de volgende eigenaar niet goed voor je dierbare tuinbroek zal zorgen, en de angst om spijt te krijgen, wegen niet op tegen de triomf: ik neem de half hoge puntlaarsjes van Mango mee naar huis die Floor toch nooit droeg. „Jongens, wat ben ik gelukkig”, verzucht Pauline (33) die op de valreep een gewilde zijden blouse bemachtigde. „En nog duurzaam bezig ook.”

We kenden elkaar nauwelijks, maar het uitwisselen van kleren schept een band. Schaamteloos in ondergoed overzien we al taart etend de buit. Iedereen heeft gewonnen.

    • Jet Berkhout