Pijn

Column

Bas Heijne

Ik heb nooit begrepen wat Nietzsche precies bedoelde met zijn geloof in „de eeuwige wederkeer” van alles en iedereen, maar na twee weken Zwarte Piet-debat en de aangekondigde terugkeer van Hero Brinkman in de nationale politiek begin ik een idee te krijgen. Zelfs op de grappen over de met ijzeren regelmaat terugkerende kwesties kun je inmiddels de klok gelijk zetten – nu we Zwarte Piet achter de rug hebben, wordt het weer tijd voor het debat over Duitsers bij de Dodenherdenking. En tussendoor zal er bij Pauw & Witteman, die nationale gebedsmolen, weer iemand aanschuiven over hoe erg het is dat cabaretiers tegenwoordig geen grappen over moslims durven te maken.

Enzovoort, en zo verder.

Begrijpelijk, de aandrang om je aan al die zelfrijzende reflexen te onttrekken - of nog enkel plezier te beleven aan de hilarische, ernstig bedoelde haarkloverijen die overal opduiken. Als Zwarte Piet een slaaf is, waar komt zijn roe dan vandaan? Nu jij weer. Bart Smit laat in zijn folder alleen meisjes stofzuigen omdat veel meisjes het gewoon fijn vinden om te stofzuigen! Iets mis mee?

Je kunt je schouders ophalen over de gierende emoties die zulke onderwerpen losmaken, de beledigingen en de bedreigingen, de drogredenen en de vergezochte gelegenheidsargumenten. Er is een nieuwe generatie journalisten die het nationale hanengevecht steevast afdoet als „de waan van de dag” en zich liever bezighoudt met onderwerpen die er werkelijk toe doen – zoals de pensioenvoorzieningen voor onze jongeren. De samenleving is hyper, de kwesties zijn hype. Gewoon negeren. Dat is een misvatting. Al die emodebatten voeren wel degelijk terug op wezenlijke kwesties. Alleen krijgen we die zelden of nooit te zien. Dat komt omdat we, in de woorden van de Franse essayist Alain Finkielkraut, in alles tegenwoordig liever een schandaal zien dan een probleem. Over een schandaal, het woord zegt het al, kun je schande roepen. Een probleem vereist aandacht en afweging.

De dynamiek is als volgt: er is een vermeende politiek-correcte elite die anderen de les wil lezen en iets wil afpakken dat met eigenheid te maken heeft. Het Sinterklaasfeest, de Dodenherdenking, de speelgoedfolders van Bart Smit, in het licht van het verlichte denken, dat het gelijkheidsideaal huldigt en de emancipatiegedachte uitdraagt, is er op deze culturele fenomenen iets aan te merken. Er wordt een dringend beroep gedaan op ons vermogen tot empathie – bijvoorbeeld met Nederlanders die Zwarte Piet als een niet heel erg grappige karikatuur van henzelf opvatten, met nieuwe generaties Duitsers die eer willen bewijzen aan de slachtoffers van hun voorouders, met minderheden die zich ergeren aan de onwrikbare stereotiepen van henzelf.

De woedende reacties daarop richten zich nooit op de zaak zelf – in Nederland is immers niemand een racist, niemand een vrouwen- of homohater en je hoort ook niemand meer roepen dat hij eerst zijn fiets terugwil. In Nederland is zelfs bijna niemand echt rechts, men heeft alleen zo’n hekel aan links. De woede richt zich zonder uitzondering tegen degenen die zulke kwesties aan de orde stellen, domweg omdat ze daardoor willen bewijzen dat ze beter zijn dan jij. Het is niet dat ze ongelijk hebben, maar dat ze zichzelf zo goed vinden.

Dat is het patroon onder elke discussie. Het gaat niet om Zwarte Piet, het gaat om de mensen die jou een racist vinden omdat je jezelf jaarlijks schminkt voor een kinderfeest. Het gaat om de betweters die vinden dat het beter is om op 4 mei van alles en nog wat te herdenken tot en met de vijand toe. Het gaat erom dat je gekleineerd voelt door mensen die je laten voelen dat huisvrouw eigenlijk een beroep van niks is. Het gaat, daar zit de pijn, om miskenning. Er is in Nederland niets ergers. Voor zulke gevoelens kan ik begrip opbrengen. Alleen jammer dat die emoties inmiddels ieder debat gijzelen en lamleggen. Wie maar ten strijde blijft trekken tegen zichzelf verheven voelende ‘goede’ mensen, zonder ooit een schandaal als een probleem te willen zien, vecht de vorige oorlog uit. Want intussen worden al die terugkerende discussies allang weer gekleurd door sentimenten die door de achterdeur van de samenleving zijn binnengeslopen en die het gevoel van miskenning ruim voorbij zijn – zuivere hatelijkheid en ongeremde haat. Je daar stug blind voor houden, uit afkeer van de betweters van weleer, is nieuwe politieke correctheid.