‘Niet al mijn ideeën verdwijnen in de prullenbak’

Het Amerikaans drietal Eugene Fama, Lars Peter Hansen en Bob Shiller kreeg maandag de Nobelprijs voor economie. Een wonderlijk gezelschap. De efficiënte markt tegenover irrationaliteit en psychologie. „Het is bijna religie”, zegt Shiller.

De winnaar van de Nobelprijs economie 2014? De winnaar van de editie 2013, Robert Shiller, die een reputatie heeft op het terrein van voorspellingen, denkt even na. „Richard Thaler”, zegt hij, om na een paar seconden zijn keus te corrigeren. „Richard is een vriend van mij en we zijn actief op hetzelfde terrein – financiën. Ik had gehoopt dat we hem samen zouden krijgen. Neen, ik denk dat het Ernst Berndt gaat worden. Hij heeft naam gemaakt met toegepast maar wel zeer econometrisch onderzoek.”

Maandag werd bekend dat de Amerikaan Robert Shiller samen met zijn landgenoten Eugene F. Fama en Lars Peter Hansen de Nobelprijs voor de economie toegekend krijgt. De drie economen zijn een wonderlijk gezelschap. Zij krijgen de onderscheiding voor hun onderzoek naar de manier waarop prijzen op de effectenbeurzen en huizenmarkt tot stand komen en prijzen van aandelen, obligaties en onroerend goed. Maar waar Fama en Hansen uitgaan van puur rationeel gedrag op een efficiënte markt, betrekt Shiller juist een tegenovergestelde positie. Psychologie en irrationaliteit spelen bij hem juist een rol. Dat is van waarde bij het onderzoeken van ‘zeepbellen’, een van de belangrijkste discussies in het debat over de huidige crisis.

Shillers aanwezigheid in Nederland, zo kort na zijn prijs, is zelf een ‘gepland toeval’. De Koninklijke Vereniging voor de Staatshuishoudkunde, de voornaamste economenclub in Nederland, had hem uitgenodigd voor de jaarlijkse Tinbergen-lezing. En, ondanks aanraden van collega’s en naasten om in verband met de drukte rond zijn prijs al zijn afspraken af te zeggen, hield hij zich aan de toezegging. Al is hij zichtbaar vermoeid van de publicitaire verplichtingen die bij de prijs horen.

Mensen waren verbaasd dat de Nobelprijs werd gegeven aan drie economen die goed beschouwd totaal verschillende economische scholen vertegenwoordigen. De efficiënte markt versus de irrationele markt.

„Dat kan ik mij voorstellen. Ik herinner mij – vaag – dat ik een kwart eeuw geleden met Lars Hansen sprak, en ik mijn ongeloof in zijn theorieën liet blijken. Ik vroeg hem: ‘geloof je echt dat mensen al die calculaties maken? Hoe zouden ze dat doen?’ Ik kreeg een nogal negatieve reactie en dacht, laat ik het onderwerp maar vallen. Ik heb het er sindsdien met hem nooit meer over gehad.

„Het is bijna alsof ik een andere religie moet respecteren, iets dat diep belangrijk voor de anderen is. Dat wereldbeeld, waarin mensen voortdurend rationeel denken en handelen, is voor een deel het gevolg van een weerzin tegen ‘overmatig’ overheidsingrijpen. Het is een gevoelde identiteit, waarvan men denkt dat die de American spirit weergeeft. Maar eerlijk gezegd blijft het me ook een raadsel waarom mensen deze denkbeelden aanhouden. Het is kennelijk een verschil in beleving: ze kúnnen het geobserveerde gedrag niet ‘irrationeel’ noemen. Zoals een moslimbankier niet mag spreken over rente, die hij op een andere manier toch rekent.

En de verschillen met u en Fama?

„Ik begin liever met de overeenkomsten. Hij heeft een onderneming die Dimensional Fund Advisers heet, samen met twee oud-studenten. Fama’s onderzoek vormt de basis van de beleggingsproducten die ze verkopen. Maar ze investeren in value stocks, die ‘ondergewaardeerd’ zouden zijn. Maar dat zou niet kunnen voorkomen, immers de markten werken volgens diezelfde theorie perfect. Tussen theorie en praktijk is dus een verschil. Volgens zijn theorie kun je de markt – op de lange termijn – niet verslaan.”

U hebt ook uw eigen investeringsproduct.

„We doen ongeveer hetzelfde op dit terrein. Mijn product heet CAPE en dat heb ik met de Barclays-bank ontwikkeld. Het voorspellen van de korte termijn is een kunst, geen wetenschap. Wij bieden iets aan voor de investeerder voor de lange termijn. We maken een analyse van de markt waarbij we ook kijken naar zaken die het complex maken, zoals het verleden, psychologie en menselijk gedrag.

„Eigenlijk is het verschil tussen de beide zienswijzen politiek: je kunt het vergelijk maken met conservatieven en progressieven. Of je sympathiseert met de werkende mensen of met het establishment. Dat is een keuze.”

De oorzaak van de crisis ligt bij de financiële sector – daar zijn vriend en vijand het wel over eens. Is die sector niet veel te groot geworden?

„Er zijn daar veel overbodige activiteiten, en wellicht kun je hier spreken van een zeepbel op zich. Maar de sector maakt wél onderdeel uit van een systeem dat economische groei genereert. Waar ik veel problemen mee heb is dat er producten worden verkocht die mensen uitbuiten. Maar we hebben een financiële sector nodig. In mijn boek Finance and the Good Society waarschuw ik om de sterke kanten van de financiële sector niet te vergeten. De sector blijft een centrale schakel in de vrije marktdemocratie.”

Onder economen hebt u naam gemaakt als voorspeller van economische zeepbellen. U voorspelde de internetbubbel (2000) en uw meeste recente wapenfeit is de aankondiging van de ineenstorting van de huizenprijzen in de VS (2007). Wat wordt de volgende?

„Er is een bubble aan de gang bij de prijs van landbouwgrond in de VS. Die ging gelijk op met de huizenprijzen, maar de landprijzen gaan nog door.”

Hoe komen we uit de crisis? Het IMF voorspelt een langdurige, lage economische groei voor de voorzienbare toekomst.

„De groei is laag en de schulden te hoog. Een hogere groei maakt het makkelijker om uit de schuldenpositie te groeien.”

En hoe zou dat moeten gebeuren?

„Ik pleit voor hogere belastingen en hogere overheidsuitgaven. Dat is nuttig voor de gemiddelde Amerikaan. Het stimuleert de economie en hij profiteert van die extra uitgaven voor bijvoorbeeld onderwijs en gezondheidszorg. De VS bezuinigen nu op medisch en wetenschappelijk onderzoek. Je moet niet bezuinigen, maar meer uitgeven. Het helpt mee aan een betere wereld.”

En de Europese aanpak?

„Ook niet goed. Daarvoor geldt hetzelfde recept. Belastingen omhoog én de uitgaven omhoog. Ik noem dit de debt friendly stimulator. Maar ik ben eraan gewend dat men veel van mijn voorstellen niet oppikt. Dat geldt ook voor het plan voor het tegelijkertijd verhogen van de belastingen én de uitgaven. Niet op de korte termijn, hopelijk op de middellange. Niet al mijn ideeën verdwijnen in de prullenbak.”

Wat beschouwt u als de belangrijkste opgaaf voor politici?

„Het grootste gevaar vind ik de groeiende ongelijkheid tussen arm en rijk. Dat geldt ook voor Nederland. De computertechnologie verandert de wereld zo snel. Nederland was altijd een stabiel land, maar ook hier kan een groeiende ongelijkheid tot instabiliteit leiden.”

De gevolgen?

„In zo’n wereld willen we toch niet leven? Het leidt tot maatschappelijke fricties. Vergeet niet: het ontstaan van een kleine rijke elite is op den duur zelfs schadelijk voor het voortbestaan van die kleine rijke elite zelf.”