Misverstand en straf in rampjaar

Het Nederland-Ruslandjaar sleept zich naar het einde. De reacties in beide landen op incidenten weerspiegelen eigen cultuur en onbegrip.

Illustratie Rik van Schagen

Als alles goed gaat opent volgende week een tentoonstelling over Provo en Dolle Mina in Moskou. Titel: Museum van Hollands Protest.

Het is de bedoeling dat Roel van Duijn een lezing komt houden over de geschiedenis van de Nederlandse beweging uit de jaren zestig. Er is een Russische versie van het roemruchte tijdschrift Provo gemaakt.

Een spannend moment voor zo’n project, juist in een periode dat het ene conflict tussen Nederland en Rusland op het andere volgt. Maar ook een project dat misverstanden uit de weg kan helpen.

Want het toont hoe Nederland zo vrijgevochten en anti-autoritair is geworden. Waarom de Russische president met boze regenbogen wordt begroet als hij in Nederland op bezoek komt. Zó kan het dus dat een Amsterdamse burgemeester zich niet aan de diplomatieke etiquette houdt en de president niet komt begroeten. Dat is allemaal onbestaanbaar in Rusland.

De tentoonstelling zou heel informatief kunnen zijn voor bijvoorbeeld parlementariër Aleksej Poesjkov, voorzitter van de commissie-Buitenlandse Zaken van de Doema.

„Het lijkt onwaarschijnlijk”, twitterde hij, nadat bekend was geworden dat diplomaat Dmitri Borodin was aangehouden door Haagse agenten, „dat de politie in Den Haag de tweede man van de Russische ambassade in elkaar kan slaan en aanhouden zonder sancties van de hoogste top. Het ziet eruit als een antwoord op Greenpeace”.

Dit Doema-lid stelt zich de zaken in Nederland kennelijk zo voor: de politie valt alleen bij een buitenlandse diplomaat binnen, als de opdracht van de regering zelf komt.

Schokkend, dat Russen zo denken?

Toen bekend werd dat een Nederlandse diplomaat door mannen verkleed als elektriciens mishandeld was, kwam er in Nederland zo’n geruchtenstroom op gang dat het Kremlin of de de geheime dienst FSB er wel achter moest zitten, dat minister Timmermans én premier Rutte, de hoogste politici van het land, er iets over hebben gezegd. Timmermans zei dat het te vroeg was om conclusies te trekken. Rutte zei dat er geen aanwijzingen zijn om te denken dat de Russische politieke top erachter zit.

Nederlanders blijken precies dezelfde complottheorieën te hebben over Rusland als Russen over Nederland. Het grote verschil: de Nederlandse Tweede Kamerleden flappen die ideeën er niet zo expliciet uit. Maar D66 riep wel op tot stopzetten van het Nederland-Ruslandjaar. In het kader waarvan het project Museum van Hollands Protest overigens plaatsvindt.

Het is het stereotiepe beeld van Rusland: dat alles van bovenaf wordt bepaald. De machtsverhoudingen zijn er ook nogal verticaal. Wie een eenvoudige feitelijke vraag wil stellen aan de persvoorlichters van het Kremlin, moet zijn brief altijd richten aan het ‘hoofd woordvoering’. De directeur van een fabriek beslist of je naar binnen mag, ook al is er een pr-afdeling.

En zodra het over geheime diensten gaat, die nu eenmaal in het geheim opereren, valt er niets meer uit te sluiten. Intussen stapelt het wederzijdse onbegrip zich op. Onder veel Russen bestaat over de NAVO eenzelfde paranoia als die onder veel Nederlanders over de FSB bestaat.

Het is de geheime hand die overal achter zit. Dat de Amerikaanse ambassadeur McFaul de mishandeling van de Nederlandse diplomaat Onno Elderenbosch op Twitter veroordeelde, zag adjunct-directeur Pavel Zolotarjov van het Amerika-Canada-instituut van de Russische academie van Wetenschappen als bewijs daarvan gezien.

Joeri Rogoeljev van het Roosevelt-instituut van de Moskouse Staatsuniversiteit vond het juist niet meer dan logisch dat een collega-ambassadeur zijn ongerustheid uitsprak.

Extreme stemmen klinken sneller en harder door. Het feit dat de meeste Russische online media eind deze week vrij neutraal berichtten over de inbraak in de diplomatenwoning kan in Nederland zo uit zicht raken zodra één medium (NTV) spreekt over „terugslaan” door Nederland. Die Russen met hun voorbarige conclusies!

Een tegenvoorbeeld hoe soms alleen de extreemste geluiden uit Nederland doordringen tot Rusland is de fotoserie over de Gay Pride in Amsterdam: van de boot tegen de Russische anti-homopropaganda. Daarop stonden mannen verkleed in uniforms van de Russische oproerpolitie OMON. De foto’s haalden in Rusland het nieuws zonder enige context. Een trotse Rus die nooit in Nederland geweest is en homo’s bovendien degeneraten vindt, denkt: wat is dat voor land waar degeneraten ons belachelijk maken?

Er bestaan in Rusland veel extreme stemmen. Er is een partij met 12 procent van de zetels in de Doema, waarvan de leider afgelopen week dreigde met geweld tegen de Nederlandse ambassade en het personeel. Vladimir Zjirinovski is een dusdanig agressieve, populistische en opruiende politicus dat hij er zijn zaterdagmiddag voor opgaf om een demonstratie voor de Nederlandse ambassade te organiseren.

Maar 88 procent van de Russen stemde niet op hem. Het prominente Doema-lid Aleksej Poesjkov, die ook woedende taal uitslaat richting Nederland op Twitter, vertegenwoordigt de conservatieve partij Verenigd Rusland. Percentage zetels in de Doema: 68 procent. Maar Poesjkov roept weer niet op tot geweld.

Aan de macht in Rusland is op dit moment een partij van traditionele Russen die nooit een seksuele revolutie hebben meegemaakt, zoiets ook liever niet willen meemaken en bij het woord provocatie denken aan iets heel anders dan Roel van Duijn.

Provocatie op zijn Russisch?

Dat is het idee dat het Nederlandse homo’s zijn geweest die een Nederlandse diplomaat hebben mishandeld – om Rusland daarvan de schuld kunnen geven. De opdracht zou uiteraard zijn gekomen van premier Rutte zelf.

Het is het soort complottheorie dat bij elk incident in Rusland boven komt drijven. Ook nu weer.

Bovenstaand voorbeeld komt rechtstreeks van www.antirusofob.ru. Maar dat is een site waar de meeste Russen dan weer bijna nooit naar kijken.

    • Thalia Verkade