Laat de koning naar Rusland gaan, dat helpt

Ook Poetin zit niet op een escalerende ruzie met Nederland te wachten. Daarvoor zijn de Russische belangen in ons land te groot. Willem-Alexander moet naar Moskou om de boel te sussen, vindt Michel Krielaars.

De koning is onze laatste troef in de ruzie tussen Nederland en Rusland, die door een bijna absurdistische reeks incidenten zo onderhand op een Kleine Koude Oorlog begint te lijken. Een oorlog tussen twee landen, die het op zakelijk niveau al 400 jaar uitstekend met elkaar kunnen vinden zonder elkaars beste vrienden te zijn.

Als onze hoogste diplomaat is Willem-Alexander, gesecondeerd door zijn vrouw Máxima, misschien wel de enige die de Russische regering er in dit stadium nog van kan overtuigen dat er van Nederlandse zijde geen sprake is van een complot om Rusland onderuit te halen. Want zo worden die incidenten door conservatieve groeperingen binnen het Russische machtsapparaat gezien – of het nu gaat om de protesten tegen de anti-homowetgeving, de olieboringen in het Arctisch gebied of de arrestatie in Den Haag van een dronken Russische diplomaat die zijn kinderen mishandelde. De beer voelt zich gekleineerd door een muis. En dat is voor een door het Westen omvergeblazen supermacht, die sinds 1992 aan een ernstig minderwaardigheidscomplex leidt, directe aanleiding om stevig uit te halen, hoe kinderachtig en onverstandig dat ook lijkt.

Natuurlijk is de anti-homowetgeving vanuit onze optiek een schande, natuurlijk is het mishandelen van een topdiplomaat van de Nederlandse ambassade in Moskou als represaille voor de arrestatie van zijn Russische collega in Den Haag ongehoord smakeloos. Ook moeten we er tegen protesteren, al weten we dat het niets uithaalt, omdat je je eigen normen en waarden nu eenmaal nooit aan een ander land kunt opleggen. Maar het heeft iets hypocriets om de koning juist nu op te roepen in november niet naar Moskou te gaan om het Nederland-Rusland jaar af te sluiten.

Al jaren worden in Rusland kritische journalisten en activisten mishandeld en vermoord, immigranten afgetuigd, oppositiepolitici vervolgd. En daarover is in de Tweede Kamer hoogstens wat gepiept. Terwijl de muis nu ineens de leeuw probeert uit te hangen. En dat terwijl de Nederlandse regering zich de afgelopen jaren in de hoedanigheid van de Gasunie volledig aan Rusland heeft overgeleverd. In Rotterdam wordt zelfs een reusachtige Russische gasterminal gebouwd voor de overslag van Russisch gas naar de rest van Europa. Nederland kan daardoor in tijden van politieke vrieskou tussen Moskou en de EU makkelijk tegen zijn bondgenoten worden uitgespeeld. Onze parlementariërs hadden er beter aan gedaan zich wat aandachtiger over deze kwestie te buigen. De koopman heeft het hier duidelijk van de dominee gewonnen.

Het Nederland-Ruslandjaar is bij uitstek een middel om de voordelen van een vrij en modern land als het onze aan de Russische samenleving te propageren. Dat die samenleving, grotendeels gevoed door het anti-westerse wantrouwen van het communistisch systeem, anders op onze tolerante opvattingen reageert dan we zouden willen, is nu eenmaal zo. Hetzelfde geldt voor de agressieve reactie van de Russische autoriteiten op wat door ons als incidenten, maar door hen als een vooropgezette actie wordt beschouwd.

We moeten niet stilzwijgend toezien op wat er in Rusland gebeurt, zeker als het om de gevangen bemanning van het Greenpeaceschip gaat. Je moet je tenslotte nooit laten intimideren. Maar nu is de diplomatie aan zet. Ook Poetin zit namelijk niet op verdere ruzie met Nederland te wachten, daarvoor zijn zijn belangen in ons land veel te groot. En precies daarom moet de koning naar Rusland gaan, om hem dat met zijn royale charme duidelijk te maken.