Komeetinslag liet woestijn smelten

In het zuidwesten van Egypte, vlakbij de grens met Libië, bevindt zich een groot gebied dat is bezaaid met mysterieuze glasachtige fragmenten. Over de oorsprong van dit zogeheten Libische woestijnglas wordt al lang gespeculeerd. Zuid- Afrikaanse geofysici denken nu aanwijzingen te hebben gevonden dat het sporen zijn van een komeetinslag (Earth and Planetary Science Letters).

Het zou voor het eerst zijn dat op aarde restanten zijn gevonden van zo’n inslaand hemellichaam – niet te verwarren met de kleinere meteorieten, waarvan er al tienduizenden zijn gedocumenteerd. Volgens de onderzoekers, verbonden aan de universiteit van Johannesburg, zou de komeet 28 miljoen jaar geleden in de atmosfeer zijn geëxplodeerd. De tot nog toe gangbare verklaring voor het ontstaan van het woestijnglas, dat onder grote hitte tot stand moet zijn gekomen, was een meteorietinslag. In 2009 werd op satellietopnamen een forse inslagkrater gevonden die deze theorie leek te onderbouwen.

Dat de Zuid-Afrikaanse wetenschappers nu toch aan een komeet denken, volgt uit hun studie aan een ongewone, keiharde zwarte steen van enkele centimeters groot en 30 gram zwaar die in 1996 in het gebied werd gevonden. De steen bestaat voor het grootste deel uit koolstof, plaatselijk in de vorm van microscopisch kleine diamantjes. Dat sluit, in combinatie met de aanwezigheid van enkele zeldzame edelgascomponenten, uit dat het materiaal afkomstig is van de aarde of van een gewone meteoriet. De samenstelling lijkt meer op die van komeetstof, zoals dat van komeet Wild-2 (dat in 2006 via de Stardust-sonde naar de aarde werd gebracht). De onderzoekers denken dat de steen materiaal is van een komeetkern, ontstaan in de gordel van ijswerelden voorbij de baan van Neptunus. Nadat de komeet in de atmosfeer was geëxplodeerd volgde een schokgolf die het woestijnzand in een groot gebied tot zo’n 2.000 graden verhitte en plaatselijk smolt. Tijdens deze airburst kreeg de steen zijn harde structuur, waardoor het de tand des tijds kon doorstaan.

    • George Beekman