Kleine broer blijkt niet gek

Bergerac wordt wel eens aangeduid als ‘het kleine broertje’ van Bordeaux. De Engelstalige wijnautoriteit Hugh Johnson zet in zijn jaarlijkse Wijngids de bekendste wijnstreek in Dordogne enigszins in de hoek: ‘Buur en goedkoop alternatief voor Bordeaux met dezelfde druiven.’ Dat komt een beetje kortaf over. Klinkt wat als tweede keus. Of: het gekke broertje. Daardoor zou het kunnen lijken dat de wijnen die hier vandaan komen ‘minder’ zijn. Maar in Dordogne – dat behalve aan Bergerac ook onderdak biedt aan onder andere de appellations Montravel, Monbazillac en Saussignac – zijn de laatste jaren ambitieuze producenten actief.

Steeds vaker biologisch werkend en genoegen nemend met kleinere (kwalitatievere) opbrengsten per hectare. Zoals Château des Eyssards bijvoorbeeld. Daarvan heb ik al eens eerder het wit in de schijnwerpers gezet. Zowel de basisblend van sauvignon blanc en sémillon 2012 ( ± € 8,00) als de ‘Cuvée Prestige’ 2010 (±  € 12,00) smaakte mij zeer.

Normaal gesproken kan rood mij uit deze hoek mij wat minder boeien. Totdat ik van hetzelfde domein hun kijk op de 2011-oogst proefde. Een blend van merlot en cabernet franc – net wat minder alledaags dan het een-tweetje merlot/cabernet sauvignon – die trakteerde op aangenaam rood en zwart fruit, luierende laurier, soepel sappig en met een gesoigneerd specerijenzoetje. Nergens harde hoeken, somberende schaduwpartijen en duistere dwangnagels.

Prettig geprijsd ( ± € 8,00; Wine & Spirits ), dat wel.

Vandaar dat ik Hugh Johnson’s ‘goedkoop’ zou willen wijzigen in ‘voordeliger’.

Aldus blijkt een goede buur in dit geval beter dan een Bordeaux voor hetzelfde geld.