Klaas-Jan

Het bericht sloeg neer als een natte dweil. Het was met chirurgische kilte opgeschreven. In telegramstijl werd bekendgemaakt dat Klaas-Jan Huntelaar dit jaar niet meer aan voetballen toekomt. Na maanden afwezigheid wegens een knieblessure kreeg hij tijdens zijn eerste groepstraining bij Schalke 04 weer last van het opspelende kreng.

In Nederland was weinig medeleven. Het drama van Klaas-Jan werd vakkundig genegeerd. Het feest voor de WK-kwalificatie van Oranje was binnen en dan is er in de media even geen plaats voor afvallers. Geen donkere gedachten in uren van Oranjehoempapa.

Vol aan de fles en, wie weet, aan de meisjes.

De bondscoach had de afgelopen dagen ook geen zin een arm om de schouders van Klaas-Jan te leggen. In zijn hoofd is Huntelaar afgeschreven voor Brazilië. Alle peptalk is vergeefse moeite, is de intieme overtuiging van Louis van Gaal. Praatsessies in Angerlo in de Achterhoek: laat maar!

Huntelaar is niet meer de gelijke van zijn alter ego’s uit de selectie. Dat was hij vroeger ook niet helemaal. Te blessuregevoelig, te koppig en humeurig voor het tot krijtstreep gesteven Oranje. Ook nog verzuimd vriendschap te kopen bij de grote jongens. Daarnaast is zijn rechtstreekse concurrent voor de spitspositie, Robin van Persie, ongenaakbaar in zijn huidige vorm en scorend vermogen.

Ineens chouchou van het volk.

Klaas-Jan was eerder al de ietwat treurige appendix van Oranje. Op het EK in Polen en Oekraïne werd dat voor iedereen duidelijk. Hondsdagen voor zijn nochtans geoefend incasseringsvermogen waren het. Hij die als Oranjespits met dertig doelpunten toen nog topscorer aller tijden Patrick Kluivert op de hielen zat, werd door de bondscoach en de staf straal voorbijgelopen. Het maakte de bankzitter bitter. In verloren ogenblikken schoot hij zelfs door in woede en kleine handtastelijkheden. Op een dag liep hij rond met een blauw oog.

„Ik voelde mij een ongewenste vreemdeling.”

Langdurige blessures zijn een hel voor voetballers, voor hun vrouwen en kinderen. Niet zelden kapseizen relaties op het ongewenste intermezzo. Ook met gescheurde kniebanden gaat testosteron nog vrolijk zijn gang. Het vaste dagritme is weg. Doelloosheid wenkt. De gepassioneerde liefhebber lijdt aan ongrijpbare amputatiepijn.

Psyche in nood.

In het geval van Huntelaar komt daar bij dat hij de WK-bubbel van Rio zal moeten missen. Terwijl hij toch een vertrouwd gezicht was bij Oranje. Eergieriger ook dan zijn slungelachtige pose laat vermoeden. De selectie zien dansen na winst in Turkije sneed hem dwars door het hart. Daar hoorde hij ook te zijn, op dat veld, in die collectieve omhelzing, tussen balsemende wuifhandjes.

Nu thuiszitter met een idiote knie.

Bij Klaas-Jan slaat tegenslag naar binnen. Hij zoekt dan de afzondering, de stilte. Toen hij in een vorig leven lang geblesseerd was uitgevallen, kwam ik hem op een dag in Antwerpen tegen. Waar hij nog geen bekend gezicht is, constateerde hij met genoegen. Hij flaneerde wat door de stad, ging een kijkje nemen in de kledingzaak van de avant-gardistische modekoningin Ann Demeulemeester.

„Met het voetbal heb ik het wel even gehad.”

In tijden van blessures komen voetballers erachter hoe asociaal hun wereld is. Steunbetuigingen zijn dun gezaaid. Coaches laten niets meer van zich horen en de collega-internationals zijn euforisch verblind in hun egoïsme.

Revalideren in eenzaamheid is het lot.

In het miniemste hoekje van de krant kwam ik deze week Klaas-Jan Huntelaar tegen. Regeltje of vijf over de nieuwe blessure die hem tot na de winterstop van het veld houdt. Niet eens een fotootje.

Als de scoringsmachine zwijgt, telt ook de mens niet.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

    • Hugo Camps