Hoop voor de aarde in foto’s

Op 245 foto’s in het Maison Européenne de la Photographie in Parijs laat Sebastião Salgado de wereld in zijn nog onbedorven pracht zien.

Vrouwen van de Zo’é in het Amazonedorpje Towari Ypy kleuren hun lichaam met het fruit van de bixa ‘lipstickboom’ (2009). Foto’s Sebastião Salgado

Na het zien van de expositie Genesis van Sebastião Salgado blijft er maar één vraag over: waarom? Waarom reisde de beroemde Braziliaanse fotograaf acht jaar lang de wereld over om op de meest onherbergzame plaatsen deze prachtige foto’s te maken?

Omdat het kon? Omdat hij het als zeventigjarige nog kon? De 245 (!) grote zwart-witfoto’s in fotomuseum Maison Européenne de la Photographie in Parijs laten berglandschappen zien, zilveren rivieren, duikende walvissen, naakte Amazone-indianen, runderhoedende Dinka’s, overbevolkte pinguïnvlaktes, enzovoort, enzovoort. Het zijn momentopnames van het leven zoals zich dat al duizenden en duizenden jaren op aarde afspeelt.

Op al die foto’s gaat het Salgado om wat je niet ziet: de moderne mens en hoe die zijn omgeving beïnvloedt en verandert. Op al die foto’s staat niets dat niet natuurlijk is. Oud-Magnumfotograaf Salgado laat de wereld zien – door de lens van een ongetwijfeld zeer moderne camera – zoals die was voordat de mens zich al te succesvol begon voort te planten.

Die ‘natuurlijke’ wereld weet Salgado op zijn reizen van de Noordelijke poolcirkel in Alaska, Canada en Rusland tot aan de Arctische eilanden in spectaculair zwart-wit vast te leggen. Maar wat stoort is dat de foto’s toch een willekeurige graai zijn uit een werkelijkheid die je met nog geen miljoen foto’s recht kunt doen. Waarom deze wel, en waarom zijn de talloze andere foto’s die hij maakte op zijn reizen niet opgenomen in de reizende expositie en de dikke boeken die hij erover maakte? Steeds dringt zich de vraag op: hoe had Salgado’s wereld eruitgezien als hij honderd meter verderop was gaan staan?

Salgado weet met zijn foto’s niet duidelijk te maken wat hij met Genesis wil aantonen. Hij is altijd al een sociaal bewogen fotograaf geweest, maar bovenal een estheet (zie zijn keuze voor zwartwitfotografie). Zijn foto’s uit de jaren tachtig en negentig over honger in Afrika en arbeidsomstandigheden van Braziliaanse mijnwerkers en andere handarbeiders waren schitterend maar te mooi voor een activistisch pamflet. Een tekst bij het begin van deze expositie over „een eerbewijs aan een kwetsbare planeet die we allemaal verplicht zijn te beschermen” is te gemakkelijk.

De estheet Salgado komt sterk naar voren in Genesis. De rivieren, bergen, dieren en natuurvolken lijken nooit zielig of bedreigd; eerder het tegenovergestelde. Ze zijn schitterend, trots en zelfstandig. Al zijn de flipflopslippers van de meisjes van de Kuikuro-stam een grappige concessie aan de geïndustrialiseerde wereld waar ze zo ver mogelijk vandaan blijven.

Technisch zijn de foto’s perfect, slechts een enkele keer wens je dat een speels groepje pinguïns wat scherper in beeld was gebracht. Vaker weet hij zelfs clichésituaties – olifant op de savanne, pinguïns op een ijsschots – spannend te maken, zowel door de kadrering en de vorm van het onderwerp, als de vrijwel altijd meesterlijke compositie van grijze tonen die de essentie van zijn fotografie is.

Genesis is geen belangrijk document. Het is wel een geniaal reisverslag van een van de begaafdste fotografen van deze tijd. De enorme inspanning van Sebastião Salgado om de afgelopen acht jaar naar al die plaatsen te reizen, schenkt de toeschouwer de wetenschap dat er nog schoonheid en dus hoop op aarde te vinden is.

    • Dirk Limburg