Hij was zo’n knaap die de tocht fluitend uitreed

Hij was net twee dagen vijftien toen Klaas Arjen de Groot zich in 1941 inschreef voor de Elfstedentocht. De boerenzoon was een schaatstalent. Als twaalfjarige had hij een zilveren zakhorloge gewonnen bij een schaatswedstrijd in Warga. Toen de buurman zijn vader vroeg met hem de Elfstedentocht te rijden, zei die: neem mijn zoon maar mee. „Klaas was een grote, flinke vent, die al vroeg meehielp op zijn vaders boerderij. Hij had een goede conditie”, vertelt zijn weduwe Rigtsje de Groot-Kalsbeek. Elfstedenrijder George Schweigmann: „Toen ze aankwamen was de buurman doodmoe en Klaas zo fit als een hoentje. Klaas was zo’n knaap die de tocht fluitend uitreed.” Hij en De Groot behoren tot een illustere groep van vijf Elfstedenschaatsers die de Tocht der Tochten acht keer hebben uitgereden. Schweigmann is nu de nog enig levende.

Bijzonder is dat De Groot binnen één jaar twee Elfstedentochten (1941 en 1942) voltooide. Beide keren was hij vijftien jaar. „De Groot was geen opschepper, al was hij natuurlijk beretrots op zijn prestaties”, weet sporthistoricus en Elfstedenkenner Johannes Lolkama. Tot 1997 was hij de enige die acht Elfstedenkruisjes had. Altijd reed de Friese veehouder op Friese doorlopers.

De monstertocht van 1963 vond hij de mooiste. Hij was een van de slechts 69 van de 10.000 toerrijders die deze barre editie wisten uit te rijden. Er woei een striemende oostenwind, de temperaturen bleven onder nul en het ijs was slecht.„De laatste kilometers moest hij lopen, want schaatsen ging door de sneeuwduinen niet meer”, zegt Rigtsje de Groot. „De volgende ochtend stond hij weer om vijf uur ’s morgens de koeien te melken. Hij was totaal niet moe.”

In 1997 verscheen hij wel aan de start, om zijn negende kruisje te halen. Maar in Sneek stapte hij van het ijs. Hij had niet veel getraind. De acht kruisjes die hij had ,liet hij aan de ketting van zijn hanghorloge zetten. Hij gaf het in bruikleen aan de IJskamer van het Scheepvaartmuseum in Sneek.

Na zijn huwelijk met Rigtsje Kalsbeek werd Klaas Arjen de Groot veehouder in Aegum en later Idaerd. Ook runden ze daar een ‘Bêd en Brochje’.

Op de reünie dit voorjaar ter ere van het 50-jarig jubileum van de Tocht der Tochten 1963, ontbrak de schaatscrack. Kort daarvoor was hij getroffen door een herseninfarct. De Groot en zijn vrouw verhuisden naar aan aanleunwoning bij een verzorgingshuis in Akkrum. Begin oktober kreeg hij opnieuw een beroerte. Bij zijn begrafenis lag de horlogeketting met zijn Elfstedenkruisjes op zijn kist.

Karin de Mik

    • Karin de Mik