Het lijkt wel of ik net ontdekt ben

Cabaretier Paul van Vliet begint komende zondag aan een nieuwe serie shows. Ondertussen schreef hij ook aan zijn Brievenboek. En deed hij mee aan het Haags Dictee.

Foto Roger Cremers

Vrijdag 11 oktober

Sinds ik weer in Den Haag woon probeer ik iedere morgen een uurtje langs de zee te wandelen. De ochtend is niet mijn beste tijd. Ik kom langzaam op gang en vind het leven dan vaak zwaar en zinloos. Je moet ’s morgens vroeg geen moeilijke dingen van mij willen. Ik ben dan gauw van de kaart of maak ruzie om niks. Ik heb mijn leven dus zo georganiseerd, dat mensen die mij kennen mij nooit voor elf uur benaderen.

Na de strandwandeling is de sombere stemming verdwenen en ben ik tot diep in de nacht beschikbaar. De zee maakt mij rustig en ik kan daar goed denken. Er is altijd wel wat waar ik iets voor moet verzinnen. Op 30 oktober mag ik het Hotel Des Indes het eerste exemplaar van het blad Residentie uitreiken aan Anne-Wil Blankers. Vandaag heb ik aan zee bedacht wat ik daar ongeveer ga zeggen. Dat kan ik dus doorstrepen op het lijstje ‘Nog te Doen’. Ik maak graag lijstjes. Daar zet ik ook de dingen op die ik al gedaan heb. Die kan ik dan meteen doorstrepen. Heel bevredigend.

Zaterdag

Ik heb de hele dag gewerkt aan mijn Brievenboek. Het moet een verzameling worden van brieven over mensen die een rol in mijn leven hebben gespeeld. Ik heb er nu twaalf af: onder andere een brief aan mijn vader met wie ik in mijn jeugd heftig heb gebotst, maar met wie ik later een innige band heb gekregen.

Er is een brief bij aan mijn pleegouders in Friesland, die mij in de oorlog daar de Hongerwinter hebben doorgesleept. Ook een brief aan uitgever Wim Hazeu over schrijven en creativiteit. Een brief aan de Dood, die ik een paar keer in de ogen heb gekeken. En een brief aan God.

Het moet een echt boek worden. Het is autobiografisch, maar geen autobiografie. Ik ben daar ooit aan begonnen, maar ik ging mij na een maand onnoemelijk vervelen met het herkauwen van mijn leven.

Zondag

Wij hebben zoals zoveel mensen een zondag-ochtendritueel. Lang in pyjama, mooi dekken, voorgebakken broodjes in de oven, het restant van de zaterdagkranten, veel koffie, zappen tussen Annemiek van Het Vermoeden en Brands met Boeken, Buitenhof en dan pas aankleden. Vandaag kan dat niet zo uitgebreid want ik doe mee met het Haags Dictee (Dictei). In theater Concordia komen bekende en minder bekende Hagenaars bijeen. De stemming is eerst wat lacherig, maar daarna is het ernst. Sommigen zijn zelfs zenuwachtig. Door Sjaak Bral worden in plat Haags teksten gelezen, die wij moeten noteren op een manier waarvan wij denken dat plat Haags wordt geschreven. Er zijn mooie woorden bij: De graute roeâhgangâh, biedâhmèjagedichie en gègahtellah (grote roerganger, biedermeiergedichtje en geigerteller).

De jury deelt mee dat er nog nooit zoveel fouten zijn gemaakt. Het gemiddelde is 100. Ik heb er 38 en word daarna behandeld als een winnaar. Bij de uitgang krijgen we De Groen-Geile Scheuâhkalendâh vannut jaah 2014.

Ik loop tevreden door de gietregen naar huis.

Maandag

Bijna veertig jaar hebben wij gewoond in een oude boerderij bij Breukelen. Na drie jaar ‘Te Koop’ is het huis eindelijk verkocht. Ver onder de vraagprijs, maar dat had u wel gedacht. Op de dag na de verhuizing liep ik nog één keer door het lege huis. Ik dacht aan alles wat daar in al die jaren was gebeurd, moest even slikken en reed weg naar de kust. Vandaag ben ik teruggeweest. Ik moest de nieuwe bewoners nog wat geven en uitleggen. Alles was fonkelnieuw en verblindend wit. Een beetje schokkend. Zo vertrouwd als huis, zo vreemd en anders als sfeer. Weer thuis schreef ik er maar een liedje over. De laatste regels zijn: ‘Het is niet erg waarschijnlijk dat ik hier ooit nog kom. Dus ik doe voor het laatst de voordeur dicht en kijk niet meer achterom.’

Dinsdag

Op verzoek van theaterproducent Niehe van Lambaart heb ik On Golden Pond vertaald. De beroemde film met Katherine Hepburn, Henry en Jane Fonda was eerst een toneelstuk, toen een film en nu in Nederland weer een toneelstuk. De première is in januari 2014 met Bram van der Vlugt, Jenny Arean en Saskia Temmink in de hoofdrollen. Het is mijn eerste vertaling en dus een nieuw gevecht met de taal.

Ik kan soms dagen lopen denken over één woord of één zin. Als dat ineens oppiept in je hoofd zijn dat momenten van klein geluk. Voor de titel heb ik gekozen voor het Het Stille Meer. Ik ben de teksten gaan spelen, gewoon thuis, zitten, staan, lopen, hardop praten. Zo kon ik controleren of het natuurlijk en logisch klonk. Taal is ook lichaamstaal. Vanmiddag komt Bram van der Vlugt langs. We lezen het stuk samen en spelen het al een beetje. Het is een belevenis om te horen hoe deze theaterlegende de tekst precies zo zegt als ik het heb bedoeld. ‘Het woord is vleesch geworden.’

Woensdag

Sinds ik in 1992 door Audrey Hepburn als ambassadeur werd geïnstalleerd, is Unicef een deel van mijn leven geworden. Op mijn vele reizen naar de derde wereld heb ik gezien wat er is en wordt bereikt. De feiten en getallen zijn indrukwekkend. Dat versterkt mijn geloof in de organisatie. Dat zorgt voor blijvende inspiratie. Die haal ik ook uit de kinderen voor wie wij het doen. Het is ongelofelijk om te zien hoe kinderen in de zwartste omstandigheden altijd weer weggetjes vinden om te overleven. Zelfs dan zie je in hun ogen vitaliteit en hoop. Alleen niet bij kindsoldaten en kleine kinderen met zware arbeid. Uit hun oude ogen is het leven vaak verdwenen. Dat blijft onverdraaglijk.

Vandaag maak ik met een filmploeg korte spotjes voor onze actie ‘Wij gaan voor nul’. Nog altijd sterven er per dag 18.000 kinderen onnodig aan ziektes die gemakkelijk zijn te voorkomen. Aan het eind van de middag staat alles erop zoals we wilden. Audrey Hepburn blijft mijn grote voorbeeld voor mijn werk voor Unicef. Ze heeft gezegd: „I don’t believe in collective guilt, I believe in collective responsability.

Donderdag

Sinds ik in 1964 met Theater en Cabaret Pepijn begon ben ik zelfstandig ondernemer geweest. Eerst deden wij de zaken zelf, thuis aan de keukentafel. Later kregen we een echt kantoor met een eigen manager. In volgorde van opkomst: Annet Riezebos, Joke van Rossum en sinds 1994 Inge van de Werf. Altijd vrouwen, want daar kan ik beter mee uit de voeten. Donderdag is de vaste zakendag op ons kantoor aan huis. Hoofdzaak is natuurlijk de lopende show ‘Zondag in Den Haag’. Door de grote belangstelling is er veel extra gedoe rond dit programma. Het lijkt wel of ik net ontdekt ben. Inge vertelt wat er allemaal van mij wordt verwacht de komende tijd. Ze regelt alles, ik luister en denk mee. Beslissen doen we samen.

Er komt natuurlijk een dag dat ik niet meer zal spelen en nergens meer voor word gevraagd. Met Inge heb ik afgesproken dat zij dan dingen gaat verzinnen waarvoor mijn bijdrage zogenaamd dringend wordt vereist. Zo kan ik straks in de schemering van mijn nadagen de illusie houden dat ik nog wat beteken. Voorlopig ga ik iedere zondag fluitend naar de Koninklijke Schouwburg voor een nieuwe serie van mijn show.