Het beeld Ook als het anders is bedoeld: stereotypering is racistisch

Eind jaren 80 richtte theatermaker en kunstenaar Felix de Rooy een tentoonstelling in het Amsterdamse Tropenmuseum in, Wit over Zwart. Het werd een van de meest succesvolle tentoonstellingen uit de geschiedenis van het museum.

Bij de opening leidde hij toenmalig minister van Cultuur Hedy d’Ancona rond. Ze liepen door de zalen tot ze bij het eind van de tentoonstelling kwamen. Daar had De Rooy ‘lanen’ ingericht met zwarte iconen uit verschillende landen. Golliwog uit Engeland, Sarotti Mohr uit Duitsland, Banania uit Frankrijk. En Zwarte Piet. Minister d’Ancona liep hoofdschuddend langs alle figuurtjes en afbeeldingen. Tot ze bij Zwarte Piet kwam. „Ze ontplofte”, zegt De Rooy. „Ze zei: maar dít is toch geen racisme!”

Dat was 1989. In de tussentijd heeft De Rooy met Mark Walraven nog het toneelstuk De schaduw van de goedheiligman gemaakt over Sinterklaas en Zwarte Piet. De reactie is bijna steeds hetzelfde bij de Nederlanders, zegt hij: ontkenning. Ook nu nog, nu Zwarte Piet steeds breder ter discussie wordt gesteld.

Voor De Rooy is het simpel: ook als Zwarte Piet niet racistisch is bedoeld, is de stereotypering van een zwarte knecht met kroeshaar, dikke lippen en gouden oorringen wel racistisch. Het stereotype haakt aan bij oude beelden van domme negers, slaven, bedienden en blackfaced minstrels . Je kunt je er niet van afmaken door te zeggen: maar zo bedoelen we het niet. „Je moet het zwarte van Piet weghalen. Zwart is niet acceptabel, bruin niet en ook pikzwart niet, met schoensmeer of roet.”

Geen kind heeft er volgens hem problemen mee als Piet een andere kleur krijgt. „Het probleem zit bij die fucking volwassenen. De witte Nederlanders trekken zich terug in het fort van de traditie.”