Heibel om een vroege Homo

Er is een vijfde schedel van een vroege mens gevonden in Georgië Die vijf verschillen erg van elkaar, maar zijn allemaal van de soort Homo erectus Nu is er discussie: moeten de soorten uit Afrika ook op één hoop?

Nog niet zo heel lang geleden werd gedacht dat alle belangrijke vroege menselijke fossielen uit Afrika kwamen, maar nu is al weer een vijfde vroege Homo-schedel opgegraven vanonder het dorpskerkje in het Georgische Dmanisi, op de grens van Europa en Azië. Hij werd gisteren beschreven in Science. En alle Dmanisi-fossielen komen uit een van de meest omstreden periodes uit de menselijke evolutie: ca. 1,8 miljoen jaar geleden, aan het begin van het moderne mensengeslacht Homo. Volgens hoofdonderzoeker David Lordkanipadze zouden deze vroege Homo erectus-schedels zelfs binnen een paar honderd jaar zijn gefossiliseerd: een tijdscapsule uit een periode met een recordaantal hominiden.

1,8 miljoen jaar geleden werd Afrika onveilig gemaakt door Homo erectus, maar óók door twee andere Homo-soorten: Homo rudolfensis, vooral bekend van een verrassend modern ogende Keniase schedel van 1,85 miljoen jaar oud (met een herseninhoud van 775 cc en een breed gezicht) en Homo habilis, die juist weer veel meer lijkt op het oudere nog sterk chimpansee-achtige geslacht Australopithecus. In dezelfde tijd liep nog Australopithus sediba rond, met kleine Homo-achtige tanden. Ook waren er nog twee Austropithecus-achtige Paranthropus-soorten.

Homo rudolfensis , 2,1 miljoen jaar oud, Kenia, herseninhoud 775 cc
Foto: David Brill
Homo habilis, 1,9 miljoen jaar oud, Kenia, herseninhoud 510 cc
Foto: David Brill
Homo georgicus, 1,77 miljoen jaar oud, Georgië, herseninhoud 546cc
Foto David Lordkipanidze
Homo erectus, 1,75 miljoen jaar oud, Kenia, herseninhoud 850cc
Foto: David Brill
Vroege Homo-schedels
Foto’s David Brill / David Lordkipanidze

Weg met het onderscheid

Je zou zeggen: de ideale periode om duidelijk te maken dat de menselijke stamboom bestaat uit een krioelende menigte van verschillende soorten, en niet uit een lange mars van maar één vooroudersoort die stug door evolueert tot de moderne mens. Maar nee, zeggen de auteurs van de nieuwe Dmanisi-studie. In Science hebben ze voorgerekend dat de variatie in eigenschappen van de Dmanisi-schedels, die allemaal een en dezelfde soort vertegenwoordigen, zo groot is dat het raar is om de Afrikaanse Homo-fossielen uit die tijd – die onderling evenveel variatie vertonen – op te gaan delen in verschillende soorten. ‘Weg met habilis en rudolfensis’, dus.

Er is in het vakgebied direct veel discussie en ongeloof over de onverwachte creatie van één overkoepelende soort voor alle vroege Homo-fossielen: allemaal erectus. Het is weinig verrassend dat je veel variatie vindt in zo’n vroege populatie, wordt tegengeworpen. „Waar het echt om gaat is welke cruciale soortkenmerken deze Dmanisi-fossielen hebben. Dan zie ik: géén habilis, géén rudolfensis, maar wel erectus”, zegt de Nederlandse paleoantropoloog Fred Spoor.

„Natuurlijk is dit een prachtige en belangrijke schedel”, zegt Spoor, verbonden aan het Max Planck Instituut in Leipzig, „maar met het voorstel van die ene soort zetten ze de klok echt veertig jaar terug. Met statistiek kan je veel bewijzen, maar ze negeren daarbij ieder kwalitatief onderscheid tussen primitieve en ‘ontwikkelde’ kenmerken, die de laatste decennia juist de discussie over soorten domineert. Je let bij een soort op de kenmerkende nieuwe kenmerken, zoals bijvoorbeeld de wenkbrauwbogen van erectus. In het begin van een soort gaan die nog samen met veel primitieve kenmerken, die ze gemeen hebben met andere verwante soorten. Zeker in de marge van een verspreidingsgebied, zoals in Dmanisi, verwacht je zo’n mix. Ik zie in die Dmanisi-schedels een vroege Homo erectus, die primitieve kenmerken delen met de veel primitievere Homo habilis.”

Vorm is veel belangrijker

Ook de antropoloog Susan Antón prijst de nieuwe vondst. Zij is redacteur van het belangrijke Journal of Human Evolution en verbonden aan New York University. „Maar ik zie er echt niets verrassends aan, het is precies wat je verwacht uit Dmanisi. Natuurlijk is er meer variatie dan je ooit verwachtte. Dat heb je in een vakgebied met een beperkt aantal fossielen. Maar ik zie bijvoorbeeld geen typische kenmerken van Homo rudolfensis. En in hun berekening van de variatie is verschil in grootte erg belangrijk. Maar ik vind verschil in vorm véél belangrijker. Homo erectus is klein begonnen, dat weten we wel.”

Maar wat moeten we dan, werpt een van de Dmanisi-onderzoekers tegen. „Als we het bestaande soortenschema toepassen op onze Dmanisi-fossielen, vallen die ineens in twee soorten uiteen, erectus en habilis”, zegt Marcia Ponce de León, van de Universiteit Zürich. „Maar dit is duidelijk één populatie! Wat hebben we dan nog aan die soortenindeling? Dit is gewoon variatie binnen één soort, ook in Afrika.”

En het onderscheid tussen primitief en ‘ontwikkeld’ is niet erg handig, legt een andere Dmanisi-onderzoeker uit, Christoph Zollikofer, ook uit Zürich. „Dat werkt alleen als je duidelijk onderscheiden soorten vergelijkt. Maar in ons vak, met zo weinig fossielen, bestaan die niet. Als je alleen individuen vergelijkt heeft het niet veel zin. Jouw schedel kan primitiever zijn dan die van Frans Hals. Nou en? Voor veel collega’s is dat verschil een obsessie, voor ons niet.”

„Oh nee?”, zegt dan Fred Spoor. „De fossielen die we nu Homo habilis noemen zijn veel primitiever dan erectus, bijvoorbeeld met benen die nog helemaal zijn aangepast om in de bomen te klimmen, net als die van zijn voorganger Australopithecus. Dat ga ik echt niet allemaal op één hoop gooien.”

    • Hendrik Spiering