Een middeleeuws alfabet van vreemde en afzichtelijke creaturen

‘Stel je een wereld voor, wemelend van amoeben die zo groot zijn als een mensenhoofd, en die zich gestaag met mineraalkorsten omhullen.” Er zijn weinig biologieboeken waarin deze organismen figureren – maar ze bestaan. De Xenophyophorea, de eencelligen waartoe deze reuzen behoren, vormen hoofdstuk 25 van The book of barely imagined beings.

Het boek van de Britse wetenschapsjournalist Caspar Henderson verscheen vorig jaar, maar is volgende maand een van de kanshebbers voor de boekenprijs van de Britse Royal Society. Op de shortlist staan nog vijf boeken en het lijkt verre van zeker dat Henderson gaat winnen. Want hij moet concurreren met onder meer Bird Sense van de beroemde ornitholoog Tim Birkhead. En met The particle at the end of the universe van Sean Carroll, over de zoektocht naar het Higgs-deeltje.

Maar The book of barely imagined beings valt op omdat het zo ongewoon is. Het boek is een essaybundel, maar dat blijkt pas al lezende. Het lijkt een imitatie van een bestiarium: een middeleeuwse dierencatalogus. De titel leende de Brit van Jorge Luis Borges’ El libro de los seres imaginarios (‘Het boek van de denkbeeldige wezens’).

Henderson koos 27 dieren tot hoofdpersonen en rangschikte ze alfabetisch van Axolotl tot Zebravis (de X zit er twee keer in). Net als zijn middeleeuwse voorbeelden is dit boek verluchtigd. Kunstenares Golbanou Moghaddas tekende bij elk hoofdstuk sierletters en een grote prent in een surrealistische, naïeve stijl. Het boek ziet er fantastisch uit – ook letterlijk.

Maar de grootste aantrekkingskracht gaat uit van die vreemde creaturen zelf. De gigantische amoebe Syringammina fragilissima en zijn 41 verwante soorten zijn allemaal centimeters groot – veel te groot voor eencelligen. Het zijn grillige klonten celplasma. Ze sluipen door de diepzeebodem en eten restjes. Welke plaats ze innemen tussen de levende wezens is onbekend. Henderson houdt het erop dat het foraminiferen zijn – maar dat is slechts één van de standpunten.

Net als Syringammina komen veel andere dieren uit dit bestiarium uit zee. En dus kan dit boek uw kennismaking worden met de venusgordel (Cestum veneris), een ribkwal die lang en plat is als een riem. En met de koboldhaai (Mitsukurina owstoni), een afzichtelijke diepzeehaai met uitstulpbare kaken.

Toch gaan de meeste hoofdstukken over dieren die wel wonderlijk zijn, maar niet ongekend. De nautilus, de noordkaper, de Japanse makaak. En dan, zo rond de F, verraadt het boek zich. Het is helemaal geen catalogus: elk hoofdstuk waaiert uit tot een essay. ‘Flatworm’ begint als een verkenning van alle soorten wormen, maar komt via angst voor parasieten al snel uit bij dood en de worsteling van de mensheid om die te accepteren. Binnen drie bladzijden citeert de auteur Aeschylus, Cicero, Carl Sagan, Bertrand Russell, Karel Capek en Darwin.

Zo gaat het door. Van springspin naar het geheugen, van makaak naar sociaal darwinisme. Henderson is een ontdekkingsreiziger, en dit is zijn boek of nearly everything. Het is indrukwekkend, maar niet helemaal geslaagd. De vele associaties, citaten en aforismen inspireren, maar werken ook vermoeiend.

En juist door die eruditie stoort het dat Henderson zich net zo makkelijk een groene idealist toont. Hij waarschuwt zonder scrupules voor klimaatrampen, en ziet wetenschap, die ‘complete eerlijkheid vereist’, als redding voor de toekomst. Dan wordt de auteur ineens een ontdekkingsreiziger die verzandt in algemeenheden.

Hester van Santen

    • Hester van Santen