De traditie In dertig jaar zijn Sint en Piet al behoorlijk veranderd

Tradities zijn van rubber – je kunt er alle kanten mee op. In dertig jaar tijd is Sinterklaas in Nederland veranderd van een feest waarbij kinderen schrik werd aangejaagd met een takkenbos die ‘roe’ werd genoemd en met een juten zak waarin een kind naar Spanje kon worden weggevoerd, tot een toneelstukje van een royale grijsaard en brutale, vrolijke zwarte helpers.

Ineke Strouken, als directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed verantwoordelijk voor de nationale lijst voor immaterieel erfgoed, is bezig Sinterklaas op die lijst te krijgen. Dat is al behoorlijk laat, mopperen sommigen. Hoezo staat het Bloemencorso van Zundert al op de lijst en het volksfeest nummer 1 nog niet? Dat heeft alles te maken met de controverse rond Zwarte Piet, zegt Jan van Wijk, voorzitter van het Sint Nicolaasgenootschap. „Wij hebben een aanvraag ingediend bij het Centrum voor Volkscultuur, maar we kregen te horen dat we eerst wat moeten doen aan Zwarte Piet. Zeker niet, zeg ik. De enige die wat aan Zwarte Piet kan doen is Sinterklaas.

Zo dreigt te gebeuren wat Ineke Strouken nou juist niet wil: „Straks hebben we twee kampen.” Ze merkt al dat hoe harder de acties tegen Zwarte Piet worden, hoe groter de animo is om Zwarte Piet te spelen.

Vorig jaar stelde Strouken bij de UNESCO in Parijs Nederland voor als jongste ondertekenaar van het convenant voor immaterieel erfgoed. Ze had een Sinterklaaspresentatie gemaakt, maar expres de Zwarte Pieten weggelaten. Bleek de UNESCO-commissie al te zijn ingelicht door Barryl Biekman van het Landelijk Platform Slavernij Monument. „Ze kwamen daar met het thema Pakjesavond”, zegt Biekman. „Maar ik had ervoor gezorgd dat ze in Parijs wisten wat voor feest het was. Het eerste dat ze vroegen was: ‘waar is Zwarte Piet?’”